GUINÉ-BISSAU   

    feiten, impressies en beelden       

     

 

laatst bijgewerkt: 24 september 2019

BOEK IN WORDING

titelpagina: detail van muurschildering van Diego Rivera in Alameda Park in Mexico City  

Dit boek in wording, De Beet geheten, gaat wezenlijk over het geweld van geboren te worden en te moeten leven met en op grond van de verwachtingen en dromen van ouders en grootouders, later van andere familieleden, partner(s), collega's en werkgevers, iets wat ons allen overkomt maar wat we gemakkelijk - en ook liever -  vergeten. Alejandro overkomt het ook, en in zijn geval komt hij daar achter in een wereld van oude koloniale patriciërs, alcoholistische expats en perverse diplomaten, ja, een beetje autobiografisch is het wel dat boek. De opdracht waarmee Alejandro op de wereld kwam, in Mexico op 19 september 1985 tijdens een verwoestende aardbeving, zal tot een nachtmerrieachtig scenario leiden, voor de introductie waarvan ik verwijs naar 19 september 2017 op deze pagina.

__________________________________________________________________________________________

24 september 2019

Mijn uitgever, de historicus Perry Pierik van ASPEKT, die als geen ander kan schrijven over La Grande Guerre, schreef me zo makkelijk enige tijd geleden “stuur je manuscript maar op”, nadat hij de proloog van mijn tweede boek gelezen had. Ik heb hem, dankzeggend voor zijn vertrouwen in een goede afloop, gemeld dat het nog wel even kan duren. Want waar ik voortdurend ook mee bezig ben, niet met het schrijven van dat boek, hoewel het wel, tot in mijn dromen toe, in mijn kop zit. Maar ik moet kleren wassen, een huis schoonhouden, mijn minder gefortuneerde dorpsgenoten van water, opgeladen mobieltjes, pleisters en pijnstillers voorzien, een huishouding in stand houden met gemiddeld wel 6 personen per dag en dan ook nog – doorgaans tot midden in mijn nacht – aan mijn site werken bij abominabele internetfaciliteiten. Ik moet dus eigenlijk een klooster in of mezelf anderszins een lange periode van afzondering toestaan als ik dat boek “De Beet” ooit nog wil voltooien en publiceren. Maar stilgezeten heb ik natuurlijk ook niet wat schrijven betreft, dus ik wil mijn eventueel geinteresseerde bezoekers graag een proeve van vordering aanbieden: het interludium van de roman, zoals die van het begin tot het eind in mijn hoofd al bestaat. Voor een goed begrip van dit segment van het boek is lezing van de proloog - 19 september 2017 op deze pagina - aan te bevelen.

In dit tussenspel wordt de eerste ontmoeting beschreven – in 2005 - tussen grootvader Juan Limantour (Berlijn, 1914) en de Nederlandse tolk/vertaler Karel, die Alejandro Limantour Reyes (19 september 1985), kleinzoon van Juan, in het huis van zijn grootouders in Mexico City, in de wijk Zocaló,  bezoekt:

Interludium

De tuin ademt, zwanger van bloesems die de herfst weerstreven, de oude Spaanse glorie, van toen de beschaving der Azteken, eenmaal vernietigd, slechts diende als bouwput van megalomane, maar thans door toeristen zo gekoesterde Iberische bouwwerken. Gezien vanuit een beschut prieel, gesitueerd voor de zuilenrij die aan de voortuin voorname diepte verleent, lijkt de 98-jarige patriarch, die vanuit zijn rijk gedecoreerde en gemeubileerde woning schuifelend het bordes betreedt een sprakeloze schim uit een koloniaal verleden, toen de vrijheid van een volk van indianen en mestiezen nog bevochten moest worden. Als hij nader getreden is tot wie daar zit in het prieel, blijkt hij van vlees en bloed en zingt hij uit zwakke borst de Franse strijdliederen van La Grande Guerre, waarin hij streed voor een zaak die hij – toen zestien jaar oud – niet begrijpen kon. Wellustig strijdbaar – en wie zal weten waar hij in gedachten vertoeft – staat hij te beven in zijn majestueuze tuin en onthaalt hij vervolgens de Nederlandse gast op verhalen van Chez Maxim in de vijftiger jaren in Parijs, toen hij verkeerde met Sartre, de Beauvoir en Onassis. Je les ai connus tous, zo verzekert hij de ontvankelijke gast, voordat hij deze meetroont naar zijn bibliotheek waar in metershoge en – lange eikenhouten boekenkasten duizenden literaire en wetenschappelijke werken geschikt staan. In de hoeken der bibliotheek trillen lichtjes hoge palmen in koperen en stenen potten op de vlieding der lucht die door de halfgeopende gebrandschilderde ramen vanuit de warme tuin naar binnen zweemt. Op zware lezenaars prijken middeleeuwse folianten. Zijn eigen oeuvre, op het gebied van de geschiedenis van zijn natie, ligt slordig gestapeld op een eenvoudig bureau, waarop ook een negentiende-eeuwse Duitse typemachine en schrijfpapier en pennen van allerlei soort en  vorm te ontwaren zijn. Naast het bureau een landsvlag in ondergestoft plastic foedraal en ordetekenen der vrijmetselarij. Daar waar de muren vrij zijn van boekenkasten hangen vergeelde en sepia prenten van bezoeken aan China, India, Egypte, Mesopotamië, Palestina in de eerste decennia van de vorige eeuw. Als de hoogbejaarde man en zijn gast al te lang binnen vertoeven, roept de tien jaren jongere vrouw van de oude de beiden naar buiten, het bordes op, waar ze hen kannen schuimend Duits bier aanreikt, zoals, naar ze zegt, haar Duitse grootmoeder dat al placht te doen als ze gasten had. Daar, naast de grijs getooide bijna negentigjarige vrouw, zit het zesjarige geestelijk onvolwaardige kleinkind te kraaien en te spugen in een grote wandelwagen. Ze reikt spastisch en trillend de armen naar de mannen die naderbij komen en krijst schril “pappapappapappa”. De van ouderdom bijna doorschijnende handen van de oude man tasten teder in het volle en donkere haar van de kleine meid, die haar lieftallige hoofdje in opwinding en schuldeloze overlevering tegen de achterzijde van de wagen beukt. “Sie ist meine Perle, mein Schatz”, voegt de oude dame de gast toe en stram bukt zij haar oude lichaam naar het beweeglijk kind om haar vanuit een beker vloeibaar voedsel toe te dienen. Achter de wandelwagen hurkt een ranke gestalte, een jongeling, een kind nog bijna, die zijn schokkende nichtje zegt: "Tranquilo Mariana, tranquilo, un bejo, un bejo.” Hij lacht op naar de gast. Hij is de oudste kleinzoon, een wildebras, een lieflijke danser ook, een ranke imberbe ondanks zijn twintig jaar. Breedlachend reikt hij de gast zijn hand en trekt hem lieflijk van het bordes naar beneden, de tuin door, naar de galerij der zuilen, aan de grens van de tuin. Hij slaat zijn armen om de hals van de gast – en hij moet daarbij op zijn tenen staan – en drukt hem zachte kussen op diens gelaat en mond. “Yo te amo”, prevelt hij, “Yo te amo” en vol hartstocht drukt hij zijn jonge en tengere lichaam tegen dat van de sprakeloze man, die zoete tranen van vervulling weent. Ver weg, over de groen omwingerde muren van de tuin, weerklinkt een kerkklok, die, naar verluidt, het begin van de vrede aanzegt.


15 november 2018

Op 19 september 1985 werd Mexico dus getroffen door een zeer zware aardbeving, dat heb ik inmiddels wel duidelijk gemaakt, maar de details heb ik nog niet vermeld. Hij had een kracht van 8,1 op de schaal van Richter. Ondanks het feit dat het epicentrum voor de westkust van Mexico lag, werd op 350 km oostwaarts Mexico-Stad zwaar getroffen. Het centrum van de stad, juist ook het deel waar de grootouders en moeder van Alejandro toen woonden, is voor een groot deel gebouwd op zachte sedimenten die een voormalig meer hebben opgevuld. De slappe meeropvulling ging als een pudding meetrillen met de seismische schokgolven, zodat de bodembeweging zwaar versterkt werd. Er vielen 9500 doden, 30.000 gewonden en 100.000 mensen raakten dakloos. Omdat de beving voor de kust plaatsvond, werd er tevens een grote watermassa in beweging gebracht. Er ontstond een tsunami met een golfhoogte tot 3 meter. Onder die meteorologische omstandigheden werd Alejandro geboren. Dat hoeft niks te betekenen maar voor hetzelfde geld betekent het wel wat, en wat dan ?!

16 oktober 2017

Twee bezoekers van mijn site vroegen mij min of meer hetzelfde: is die Alejandro een historische figuur, bestaat hij echt ? Ja, voor mij bestaat hij echt, is mijn antwoord en hieronder kun je zijn stamboom zien, die verraadt dat zijn wortels zowel in Mexico als in Duitsland liggen. En laat ik er dan maar meteen ook bij zeggen dat o.a. de wereldoorlogen van de vorige eeuw de geschiedenis en de ontwikkeling van Alejandro sterk beinvloed hebben. Mogelijk ben ik er binnenkort nog uitvoeriger over, want het is tenslotte - althans in Nederland - de "maand van de geschiedenis".



19 september 2017

Het is 19 september 2017 en je denkt: laat ik vandaag op mijn site eens proberen – je weet wel, elektra en internet, alles moet het wel even doen in dit land  - melding te maken van het tweede boek waaraan ik bezig ben en waarvoor ik nu volop de tijd heb omdat India niet meer roept en dat boek begint nu eenmaal op 19 september, om precies te zijn op 19 september 1985, een leuke aanleiding tot de introductie van het boek in wording als het ware, die overeenkomst in datum. En voordat je dat wil gaan doen, open je nog even, mede om de internetkwaliteit te toetsen, de Volkskrant on line en dan lees je dat Mexico is getroffen door een zware aardbeving. En dan ben je even confuus, want je boek begint niet alleen vandaag precies 32 jaar geleden in Mexico, maar ook precies tijdens de aardbeving waardoor Mexico ook toen op die dag, op 19 september 1985 dus, getroffen werd.

Er zijn ongetwijfeld geologische verklaringen voor die “toevalligheid” (ook op 19 september 1955 werd Mexico “toevallig” hevig getroffen, toen door een orkaan, ook die dag speelt een rol in mijn boek; mijd Mexico altijd op 19 september zou ik zeggen, inmiddels is er sprake van 9/19 in drievoud), maar vanwege die wonderbaarlijke synchroniciteit houd ik het er voorlopig op dat niet alleen de geboorte op 19 september 1985 in Mexico tijdens een zware aardbeving van de held uit mijn verhaal, Alejandro, noodzakelijk was, maar ook dat het boek zelf dat is, een opdracht als het ware, ik zeg het in nederigheid. Wie het na voltooiing leest, zal dat al dan niet kunnen beamen.

Dit boek van mij, De Beet geheten, gaat wezenlijk over het geweld van geboren te worden en te moeten leven met en op grond van de verwachtingen en dromen van ouders en grootouders, later van andere familieleden, partner(s), collega's en werkgevers, iets wat ons allen overkomt maar wat we gemakkelijk - en ook liever -  vergeten. Alejandro overkomt het ook, en in zijn geval komt hij daar achter in een wereld van oude koloniale patriciërs, alcoholistische expats en perverse diplomaten, ja, een beetje autobiografisch is het wel dat boek. De opdracht waarmee Alejandro op de wereld kwam, inderdaad in Mexico op 19 september 1985 tijdens een verwoestende aardbeving, zal tot een nachtmerrieachtig scenario leiden, dat ik vanwege de boven gesignaleerde uitzonderlijkheid van op dezelfde dag recidiverend natuurgeweld nu niet alleen maar wil, maar ook moet beschrijven. De wil is tot een plicht geworden.


Wiens belangstelling nu gewekt is, nodig ik uit om hier de proloog van het boek te lezen. Ik hoop dat De Beet in de loop van 2019 bij mijn uitgever ligt.



PROLOOG

De vloer golfde en schokte onder haar bed in het duister dat na de eerste grote klap was ingevallen. Er was iets zwaars op haar hoofd terecht gekomen maar ze wist niet wat. Door de ramen, waaruit de ruiten door de krachtige luchtdruk waren  weggeblazen, waaide een hete wind, alsof het niet ’s morgens vroeg was, maar laat in de middag. Ze hoorde geschreeuw, gekerm, hulpgeroep. Er zat ook een schreeuw in haar, niet alleen in haar keel maar ook diep in haar weggestopt, waar iets op haar lendenen drukte, pijnlijk, bonzend, snijdend.  Ze gooide haar bebloede hoofd naar achteren op het kussen, dat drijfnat was van bloed en zweet en vanuit de gesprongen waterleidingen spuitend water. En met haar handen tussen haar dijen waar de druk kwellend onhoudbaar werd alsof ze daar openscheuren zou, openbarsten op het geweld dat van binnen kwam en dat nog vernietigender leek dan de ramp die zich om haar heen voltrok, schreeuwde ze Pappa, schor door het stof en de angst, Pappa, Mamma, maar ze kon in het lawaai van vallende stenen, gegil, geschreeuw en ontploffingen niets ontwaren dat op een antwoord leek.  Ze klauwde met haar handen in de randen van het matras, waarbij haar paarsgelakte nagels braken, beet in haar hand, wilde zich bevrijden van de onverdraaglijke last die in en om haar was, haar lichaam was als het vuur dat ze door de vernietigde ramen heen om haar huis zag woeden en dat haar verbaasde, waar kwam al dat vuur vandaan, en al dat stof en dat gruis waarmee ze bedekt leek, was ze al dood, en was dit de hel. Ze perste en perste om zich van die pijn, die gekmakende druk te verlossen, bevrijd wilde ze worden, openbreken, leeg wilde ze worden, leeg van leven, van gedachten, van voelen, van pijn, ah, die gekmakende pijn, er waren stemmen om haar heen, bekende stemmen ook, geschreeuw, ze voelde zich water nu, stromend gutsend lauw water dat de pijn verzachtte. Het laatst dat ze zag, het laatste dat ze meende te zien, was een naakte jongen met golvend zwarte krullen die in een zee van licht naar haar zwaaide en naar haar lachte met stralend witte tanden, ze lachte terug, betoverd,  nog nooit had ze iets mooiers gezien, dat dacht ze, dat wist ze en toen verloor ze het bewustzijn.

Alles ist gut meine kleine, alles ist gut, du hast uns sehr glucklich gemacht. Mexico hat vieles verloren heute, du meine kleine, du hast uns heute alles gegeben. Pak hem dan bij je, hier is Alejandro, uns Kind, je eigen allermooiste verjaardagscadeau, hartelijk gefeliciteerd lieve schat, tweewerf hartelijk gefeliciteerd, meine Perle, met je eigen leven, je eigen vruchtdragende leven, dat vandaag dertig jaren telt en met het nieuwe leven dat je jezelf en ons deze morgen gegeven hebt, mein Gott, du hast uns so glucklich gemacht. De oude man, grauw van de schrik en de ontberingen van de ochtend, weende het stof van zijn fijne smalle gezicht, zijn grijze snor onverzorgder dan hij in normale omstandigheden zou verdragen. Leg Alejandro dan bij je, liebling, fluisterde hij, teder aandringend. Hier is hij dan, kijk eens hoe mooi hij is, hoe bijzonder mooi voor een baby, die juist tussen stront en pies geboren is, inter faeces et urinam nascimur, hees lachtte hij . En ook nog eens tijdens een vernietigende aardbeving, tussen stof en gruis en brokstukken, natus in motio terrae, weer die lach die haar zo lief was. En dat voortdurende latiniseren, waar hij niet zonder leek te kunnen en waarom ze hem bewonderde. Komm doch näher Erika, je bent grootmoeder geworden, opnieuw moeder geworden, op deze huiveringwekkende en vernietigende donderdagochtend vol vervulling en onverwacht geluk. Ecce Alejandro T.M. Limantour, T.M. pappa ? Jazeker, Alejandro Terremota Limantour. Toen de avond viel in het met aggregaten van licht voorziene stadsdeel waarboven de helikopters van het Internationale Rode Kruis met grote zoeklichten rondcirkelden op zoek naar overlevenden, gaf een moeder haar pasgeboren zoon de borst onder de vertederde en gefascineerde blikken van haar oude schoonouders, die ze als haar eigen ouders beschouwde en die net als zijzelf zo naar dit kind verlangd hadden, die zijn geboorte zelfs hadden geëist. Alejandro T.M. Limantour was geboren, omdat zijn grootvader zijn verwekking als voorwaarde had gesteld voor de toestemming aan zijn zoon om zich van zijn vrouw te laten scheiden. Alejandro was geboren als losgeld, zijn vader, ver weggestopt in Monterrey in de deelstaat Nuevo León als financieel directeur van een succesvol textielbedrijf was de gijzelaar, maar dat zou Alejandro nooit te weten komen, dat was althans de bedoeling toen, op donderdagochtend 19 september 1985.

______________________________________________________________________________________________________________