______________________________________________________

2019

_________________________________________________________

21 januari 2019


Gisteren werd herdacht dat 46 jaar geleden Amílcar Cabral, de "vader van de natie", in Conakry werd vermoord door een partijgenoot, een gebeurtenis die exemplarisch is voor de al decennia voortdurende partijstrijd binnen de meerderheidspartij PAIGC, de zogenaamde "partij van de bevrijders", die het land geen strobreed vooruit geholpen heeft: het land staat wereldwijd nog steeds bijna onderaan waar het om levensverwachting, alfabetisme, economische groei en  kans op verbetering (!) gaat. Het land scoort dus laag op "hoop", terwijl dat het laatste is dat doet leven. 

14 januari 2019

Eind december 2018 publiceerde de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties haar rapport over de situatie in Guiné-Bissau. Zij uit daarin o.a. haar grote zorg over het uitstellen van de verkiezingen tot 10 maart en over de moeizame gang van zaken bij de voorbereiding ervan. Zie voor het hele verslag de pagina "Guiné-Bissau op Europese en Amerikaanse websites".

13 januari 2019

Nu Nederland sinds het ontslag van honorair consul Jan van Maanen - zie 15 november 2018 - hier geen vertegenwoordiging meer heeft, kunnen hier wonende Nederlanders en Nederlandse bezoekers bij vragen en moeilijkheden terecht bij de ambassade in Dakar. Onze man daar is ambassadeur Theo Peters (foto: BuZa). De ambassade is 24 uur per dag en 7 dagen per week bereikbaar op +221338292121. De consulaire afdeling is op maandag, woensdag en donderdag geopend van 9.00 - 16.00 uur en op vrijdag van 9.00 - 12.00 uur. Emailadres:  dak@minbuza.nl.

5 januari 2019

De verkiezingscampagne voor de verkiezingen van 10 maart zal beginnen op 16 februari en eindigen op 8 maart. De definitieve uitslag van de verkiezingen wordt tegemoet gezien tussen 14 en 17 maart.

1 januari 2019

Dit jaar zal, als elk jaar, voor Guiné-Bissau een boeiend jaar worden, wat geplande gebeurtenissen betreft in elk geval (parlements- en presidentsverkiezingen) , wat positieve effecten voor de bevolking betreft hoogstwaarschijnlijk opnieuw niet. De historisch grootste partij van het land, de PAIGC, die in 2016 hoofdzakelijk vanwege persoonlijke problemen tussen de president en de PAIGC-minister-president Domingos Simões Pereira op dood spoor werd gezet, heeft zich verhard door dat conflict en men is minder tolerant dan ooit t.o.v. kritische geluiden. Partijleider Domingos Simões Pereira is weliswaar een charismatische man met een tomeloze energie, een fraaie kop en een indrukwekkend aan hem loyaal internationaal netwerk, maar in eigen land wordt hij toch meer en meer gezien als een onverdraagzame, weinig plooibare man, die er licht despotische opvattingen op na houdt. Dat er de afgelopen tijd meerdere nieuwe partijen zijn ontstaan geleid door dissidente PAIGC-leden is daar maar één symptoom van. Opnieuw lukte het een PAIGC-partijleider niet om eenheid en verzoening binnen de eigen gelederen tot stand te brengen, dat is een zwakte die al sinds de oprichting van de partij in 1956 weinig verheffende  – soms letterlijk moorddadige – gevolgen heeft en dat wordt niet vergeten. Het zal de PAIGC dit jaar nog niet meevallen het tegen die weliswaar nog kleine nieuwe partijen MADEM en FREPASNA op te nemen, temeer daar ook andere kleinere partijen tegen de nieuwkomers aan schurken. De PAIGC ging daarop ook op partnerjacht. 

Men is naar mijn indruk enigszins PAIGC-moe en dat is niet verbazingwekkend, als men zich realiseert dat de partij weliswaar een beslissende rol heeft gespeeld in de bevrijdingsoorlog maar dat ze het daarna toch voortdurend heeft laten afweten. Hoe lang kun je jezelf “de partij van de bevrijders” blijven noemen, als bijna alle bevrijders dood zijn en je het land sinds die bevrijding, al 46 jaar dus, onderaan de Human Development Index doet staan, want bijna altijd hadden zij, de jongens en de meisjes van de PAIGC, het voor het zeggen, zeker toen het land nog een één-partij-staat was (pas in 1994 werden de eerste democratische presidentsverkiezingen gehouden). De PAIGC is onverdraagzaam, ook naar binnen toe,  en daarin staat zij helaas niet alleen. 

Door sommigen wordt Guiné-Bissau tot mijn grote verbazing als een tolerant land ervaren, ja ze zijn hier kampioen in schijnverdraagzaamheid dat wel, maar onder de vriendelijke oppervlakte van handjes schudden en omhelzingen woedt een veenbrand van onverdraagzaamheid die zowel etnische als religieuze achtergronden heeft en die ook in 2019 niet geblust zal worden. Bovendien hebben de lieden die de brand zouden kunnen blussen daar helemaal geen belang bij, want zij dienen niet het land maar in de eerste plaats zichzelf, hun familie, hun buurt, hun stam. Zolang de brand woedt, maken zij kans op een benoeming als gedeputeerde, gouverneur, partijbons, publieke ambtenaar, wethouder, burgemeester, werknemer bij een staatsbedrijf op voorspraak van degenen die op zeker moment het hardst het vuur aanjagen. Ik vind het opmerkelijk dat diplomaten die al vele jaren in het land wonen dat in hun analyses altijd buiten beschouwing laten. Alleen Guinese en Portugese historici en een enkele diplomaat, zoals de ex-ambassadeur van Portugal, Francisco Henriques da Silva (zie op boekenpagina nummers 18, 19 en 20), schijnen daar oog voor te hebben. En José Ramos-Horta, Nobelprijswinnaar voor de Vrede en ex-president van Oost-Timor had daar oog voor. Hij was de speciale afgevaardigde voor de VN na de militaire staatsgreep van 2012. Hij pleitte keer op keer voor nationale verzoening volgens Zuid-Afrikaans model van Desmund Tutu, ook om de nog open wonden van de bevrijdingsoorlog en de burgeroorlog van 1998/1999 te helen. President José Mário Vaz gaf hem één keer een podium en serveerde hem in de hoedanigheid van voorzitter van die "verzoeningsbijeenkomst", die de eerste zou moeten zijn van meerdere vervolgbijeenkomsten smalend af in zijn slotwoord en dat was het dan. Nooit meer iets over gehoord. 

Wat de verwachte gebeurtenissen zelf betreft is het nog maar de vraag of ze zullen plaatsvinden zoals gepland. Er zijn partijen die het helemaal niet eens zijn met 10 maart voor de parlementsverkiezingen, om uiteenlopende redenen: niet voldoende geregistreerde kiezers zegt de een; tegen de grondwet want volgens de constitutie zouden die verkiezingen nog in 2018 hebben moeten plaatsvinden, zegt de ander. En er zijn personen, onder wie naar verluidt de president, die eigenlijk liever eerst nog presidentsverkiezingen willen in juni en dan pas – of eventueel tegelijk – de parlementsverkiezingen. En de internationale gemeenschap heft haar onbeduidend vingertje en zegt dat het nu echt moet gaan zoals afgesproken. Niets gaat hier zoals afgesproken, zoveel is zeker, dus vele verrassingen wachten ons nog. De arme bevolking zal als altijd nog het minst verrast zijn, ze blijven ellendig, voor hen nil novum sub sole.


 

                                                 GUINÉ-BISSAU

                                             feiten, ervaringen en beelden