Renéetje, bijna 4 jaar, op 2 oktober j.l. 

                                                   voor het eerst naar (privé-)school

 

______________________________________________

vrijdag 8 december 2017

De protestmars van gisteren werd op 3 kilometer afstand van het centrum van Bissau (bij "Chapa") door de oproerpolitie uiteengedreven. Dit gebeurde op last van de nieuwe, kort geleden door de president aangestelde PGR, procureur-generaal van de republiek, Bacari Biai. Volgens hem mag er volgens de grondwet niet "zomaar op alle dagen" gedemonstreerd worden. De president zelf, zoals gebruikelijk op reis op dagen als deze, zei voor zijn vertrek naar Dakar eergisteren dat "alleen de burgers van Guiné-Bissau het probleem kunnen oplossen", ja, je gelooft soms je oren niet. De protestmars van vandaag werd afgelast, die van de volgende week donderdag en vrijdag gaan vooralsnog nog gewoon door.

Op de foto's (van Danilo Vaz) o.a. drie van de politieke leiders die de protestmanifestaties organiseren, van boven naar beneden Domingos Simões Pereira (PAIGC), Nuno Nabiam (APU-PDGB) en Idrissa Djalo (PUN) 

 

De ex-presidentskandidaat Paulo Gomes, ex-bestuurder van de Wereldbank, zei afgelopen week in Ivoorkust tijdens een interview met RFI dat hij de verkiezingen voor 2018 aan het voorbereiden is en dat president José Mário Vaz "de verantwoordelijke is voor de huidige crisis in het land". Paulo Gomes was en is populair bij de jongere kiezers van het land.

 

______________________________________________

woensdag 6 december 2017

Morgen en overmorgen en volgende week donderdag en vrijdag worden er weer protestmanifestaties tegen de president en de regering gehouden. Als de president op 12 december nog steeds niet Augusto Olivais, de premier-kandidaat van de PAIGC, in die functie benoemd heeft, "dan zullen we dat zelf doen" aldus enkele politieke leiders.

______________________________________________

dinsdag 5 december 2017

 

De voorzitter van de CEDEAO commissie die afgelopen weekend bijeen was met vertegenwoordigers van de PAIGC (zie 3 december), de Togolese minister van Buitenlandse Zaken Robert Dussey, verklaarde na de bijeenkomst aan de pers dat er sprake was van een "urgente noodzaak" om het Akkoord van Conakry te implementeren. Hij benadrukte bovendien het belang van het respecteren van de vrijheid om vreedzame manifestaties te houden. Hij zei dat de vergadering van staatshoofden van de CEDEAO op de 52e top van die organisatie op 16 december in Abuja/Nigeria zich zal beraden op de situatie hier. Hij stelde vast dat de termijn van drie maanden die in juni aan de president gegund was om het Akkoord uit te voeren ruimschoots voorbij was en dat er geen enkele vooruitgang was geboekt. De vertegenwoordiger van de CEDEAO in Bissau, Keli Lopes, opperde de mogelijkheid om collectieve of individuele sancties op te leggen aan de bij het conflict betrokkenen die de implementatie van het Akkoord van Conakry blokkeren.

______________________________________________

zondag 3 december 2017

Er is momenteel een delegatie van het CEDEAO in het land om met een vertegenwoordiging van de PAIGC te overleggen over de uitvoering van het Akkoord van Conakry. De vergadering vindt plaats onder voorzitterschap van de minister van Buitenlandse zaken van Togo en in aanwezigheid van de minister van Presidentiele Zaken van Guiné Conakry, de voorzitter van de CEDEAO - commissie Marcel de Souza en ettelijke leden van het CD van de Afrikaanse Unie en de Europese Unie. PAIGC-partijvoorzitter Domingos Simões Pereira is momenteel in China. Aanwezigen hebben reeds aangegeven dat de crisis verholpen zou zijn als de president van de republiek de kandidaat van de meerderheidspartij PAIGC voor het premierschap - Augusto Olivais - zou accepteren.

 

Op de foto links: ex-premier Carlos Correia, partijbestuurder Ali Hijazi en multiple ex-minister en - staatssecretaris João Bernardo Vieira

______________________________________________

donderdag 30 november 2017

De protestmarsen die vandaag en morgen zouden plaatsvinden zijn geannuleerd en een week uitgesteld. Daartoe heeft ongetwijfeld bijgedragen het persbericht van de Nationale Volksvertegenwoordiging dat er volgens haar bij de protestbetogingen van 16 en 17 november j.l. "volgens betrouwbare bronnen" plannen waren voor "de fysieke eliminering" van partijvoorzitter Domingos Simões Pereira en parlementsvoorzitter Cipriano Cassamá. De 5 internationale organisaties die bij de conflictbemiddeling betrokken zijn - CEDEAO, AU, EU, CPLP en VN, ook wel de Groep P5 genoemd - hebben, rijkelijk laat naar mijn mening, een gezamenlijke verklaring uitgegeven waarin ze o.a. wijzen op het grondwettelijke recht van vreedzaam protesteren.

 

 

Het ministerie van BuZa heeft de afgelopen week haar reisadvies voor Guiné-Bissau aangepast:

https://www.nederlandwereldwijd.nl/reizen/reisadviezen/guinee-bissau ______________________________________________

donderdag 23 november 2017

 

 

Ik vreesde en voorspelde het al, want het gebeurt jaar op jaar: de onderwijsvakbonden, die tot 24 november een staking hadden uitgeroepen, hebben deze verlengd tot 22 december, inderdaad tot het kerstreces, waarmee de kinderen en de jongeren die van het openbaar onderwijs afhankelijk zijn, aan het eind van het kalenderjaar 2017 minder dan vijf maanden onderwijs gehad zullen hebben en dan laten we het niveau van dat onderwijs nog even buiten beschouwing want dat is ook om te huilen, believe me. De leiders van dit land vernietigen generatie na generatie en houden bovendien een steeds inhumanere segregatie in  stand tussen de haves en de have-nots van dit land. Wie het kan betalen stuurt haar kinderen naar het particulier onderwijs, wie het niet kan betalen ziet haar kind in een put van onwetendheid, verveling en gebrek aan uitdaging en ontwikkeling debiliseren. De meerderheid van de jeugd van dit land heeft geen enkel uitzicht op het voltooien van een opleiding of het vinden van werk waarmee ze zichzelf - laat staan een gezin - kunnen onderhouden. Het is niet verwonderlijk dat Guiné-Bissau in het recente rapport van Unicef For Every Child  (http://www.unicef.org) naar voren komt als een van de 37 landen waar de perspectieven van kinderen verslechteren en als een van de 14 wat betreft het afnemen van de kans om boven de extreme armoedegrens (euro 1,70 per dag) uit te komen :

"According to the analysis, 180 million children live in 37 countries where they are more likely to live in extreme poverty, be out of school, or be killed by violent death than children living in those countries were 20 years ago.

The 37 countries in which prospects for children are declining in at least one key respect are: Benin, Bolivia, Cameroon, Central African Republic, Comoros, Côte d'Ivoire, Djibouti, Equatorial Guinea, Eritrea, Guatemala, Guyana, Guinea-Bissau, Jordan, Iraq, Kiribati, Lebanon, Liberia, Libya, Madagascar, Mali, Marshall Islands, Micronesia, Palau, Paraguay, Republic of Moldova, Romania, Saint Kitts and Nevis, Solomon Islands, South Sudan, Syrian Arab Republic, Tonga, United Republic of Tanzania, Ukraine, Vanuatu. Yemen, Zambia and Zimbabwe.

Worse prospects in escaping poverty Indicator: Extreme poverty rate (member of household living below the international poverty line of PPP$1.90/person per day) Methodology: Identification of countries where the poverty rate rose by more than one percentage point between 2002 and 2013. Countries (14): Benin, Cameroon, Central African Republic, Comoros, Côte d'Ivoire, Djibouti, Guinea-Bissau, Kiribati, Madagascar, Micronesia (Federated States of), South Sudan, Yemen, Zambia, and Zimbabwe."

___________________________________________________

zondag 19 november 2017

 

 

In een interview eergisteren op de Franse televisiezender RFI erkent de huidige voorzitter van de CEDEAO, president Alpha Condé van Guiné-Conakry, dat de organisatie steken heeft laten vallen bij de bemiddeling in het conflict in Guiné-Bissau. Hij betreurt m.n. het niet hij naam noemen van de door de PAIGC voorgestelde kandidaat voor het premierschap - dat werd niet gedaan om de president niet voor het hoofd te stoten en "daarin heb ik me vergist" - en de "vergissing" tijdens de overgangsfase - bedoeld wordt de periode tussen de staatsgreep van mei 2012 en de democratische verkiezingen in juni 2014 - om het land ("onze vrienden") niet te helpen de grondwet te veranderen. Condé benadrukte dat de president niet allerlei machten heeft en hij maakte de vergelijking met de koningin van Engeland en de president van Duitsland die in dezelfde situatie verkeren. Hij drong erop aan dat de president van Guiné-Bissau alsnog het Akkoord van Conakry gaat uitvoeren, o.a. inhoudende dat de meerderheidspartij PAIGC, de winnaar van de verkiezingen van juni 2014, de minister-president kiest.

 

 

Het collectief van 17 partijen dat zich tegen de president en de regering keert, beschuldigt de speciale afgevaardigde van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties voor Guiné Bissau Modibo Touré van partijdigheid en gebrek aan deelname aan het discours. Er is sprake van "absolute stilte en afwezigheid" waar juist van de kant van de Verenigde Naties een actieve en betrokken opstelling wordt verwacht. Het collectief zal zich beklagen bij António Guterres. Het is niet voor het eerst dat Touré onder vuur ligt van de oppositie.

 

De protestmars van afgelopen vrijdag is vrij rustig verlopen. Het voornemen is om steeds op dinsdag, woensdag en donderdag marsen te organiseren "totdat JOMAV het paleis verlaten heeft".

______________________________________________

donderdag 16 november 2017

 

foto: AAS

De massale vreedzame protestdemonstratie van vanmorgen is in de buurt van het presidentieel paleis met traangas, wapenstok en onder dreiging met vuurwapens uit elkaar gedreven. Tientallen gewonden zijn in het Nationaal Ziekenhuis Simão Mendes behandeld.

De Liga van de Mensenrechten tekende protest aan tegen het gebruik van het geweld en eiste bovendien de onmiddellijke vrijlating van 14 gevangen genomen betogers.

 

Vanaf vandaag, de geboortedag van José Saramago (in 1922),  gaan in Lissabon De Dagen der Rusteloosheid van start, gewijd aan de boeken van Saramago en aan die van Fernando Pessoa, wiens sterfdag op 30 november (1935) herdacht wordt.

http://www.diasdodesassossego.org

___________________________________________________

woensdag 15 november 2017

De staatssecretaris van Publieke Orde, Francisco Malam Djata, een van de oudste politici op het gebied van Veiligheid, is gisteren, op initiatief van de minister-president, door president JOMAV ontslagen. Algemeen wordt aangenomen dat hij dat ontslag te danken heeft aan zijn toestemming voor de door 17 politieke partijen georganiseerde vreedzame demonstraties van morgen en overmorgen tegen het bewind ("de dictatuur" volgens de organisatoren) van JOMAV en de regering.

De Procureur Generaal van de Republiek António Sedja Man trof een zelfde lot en werd met onmiddellijke ingang vervangen door de baas van de politie Bacari Biai.

De demonstraties zullen vooralsnog doorgaan en beginnen morgenochtend vroeg bij Chapa, de oude Portugese ingang van de stad Bissau.

 

Vandaag 133 jaar geleden, op 15 november 1884, wachtte Bismarck in zijn paleis in Berlijn op de andere belangrijke leiders van Europa. Zij zouden drie maanden lang  over de toekomst van  Afrika onderhandelen. Het continent werd verdeeld als ware het een taart ("ïk een beetje meer dan jij"). Meer dan tienduizend stammen zouden verdeeld worden over 40 landen, zonder besef van waar dat toe zou kunnen leiden. De desastreuze gevolgen voor o.a. Guiné-Bissau tot op de dag van heden zijn genoegzaam bekend.

______________________________________________

zaterdag 11 november 2017

Zoals voorspeld heeft president JOMAV het presidentieel paleis in Bissau al weer tijdelijk verruild voor een hotelkamer in Lissabon op staatskosten, met of zonder fijn leesboek op zak om 's avonds na lezing op zijn nachtkastje te leggen. Een beetje afgunstig ben ik wel, gaat hij daar lekker aan die culturele activiteiten i.v.m. Pessoa en Saramago deelnemen, niet ?


De partijleider van de PAIGC, Domingos Simões Pereira , beschuldigde een paar dagen geleden de minister-president Sissoco Embaló van betrokkenheid bij een terroristische organisatie; diens telefoonnummer zou aangetroffen zijn op het mobieltje van een "dode terrorist in een buurland van Guiné-Bissau". De president zou Sissoco als minister-president benoemd hebben, terwijl hij van internationale geheime diensten zou moeten weten dat zijn favoriet contacten heeft met een terreurorganisatie. Zoals al eerder op deze site vermeld, was Sissoco een goede vriend en militaire raadgever van Khadaffi. Domingos heeft in deze de steun van ex-presidentskandidaat Nuno Nabiam. Domingos heeft gisteren aan het Portugese persbureau Lusa laten weten dat hij een klacht gaat indienen tegen de president bij het Internationaal Gerechtshof in Den Haag. Minister-president Sissoco Embaló liet weten geen enkele band met welke terroristische organisatie dan ook te onderhouden.

_________________________________________________________

maandag 6 november 2017

Echt, of "oprecht" moet je tegenwoordig geloof ik in Nederland zeggen als ik Aaf Brandt Corstius in de Volkskrant van vandaag moet geloven, nou oprecht dan, ik verdenk  de meerderheid van de actievoerders van alle partijen oprecht niet van enige literaire belangstelling, dus houd me ten goede. Maar hoe is het dan mogelijk dat die gezamenlijke partijen in hun gerechtvaardigde protest juist op 16 november tegen het presidentieel paleis ten strijde willen trekken, want dat is het wat ze die dag willen doen, we gaan het paleis in, zo zegt Nuno en het is de dag van onze bestemming zegt Domingos. En die dag, 16 november dus,  is in Lissabon gedoopt - zie kolom hiernaast - als eerste "Dag van de Rusteloosheid". De literatuur Nobelprijswinnaar Saramago werd op 16 november geboren en de geniale Pessoa, schrijver van "Boek der Rusteloosheid", mijn bijbel op Lissabonse nachtkastjes, stierf in deze maand, in 1935, in erbarmelijke omstandigheden aan de gevolgen van de alkohol. Aanleiding tot herdenken dus. Als we volledig willen zijn, moeten we ook vermelden dat niet alleen 16 november hier in Bissau gedenkwaardig zal worden wat de oppositie betreft, maar ook 17 november, inderdaad de dagen van rusteloosheid, meervoud dus. We zullen wel weer zien. De oppositie klaagt niet alleen de president en diens regering aan, maar ook de CEDEAO, die het land in de steek heeft gelaten. De vaste parlementscommissie heeft de CEDEAO om hulp gevraagd, want zij vreest gewelddadigheid en/of voortzetting van "inconstitutionaliteit". Het enige wat we met zekerheid kunnen zeggen is dat de oppositie nooit zo eensgezind en breed is geweest en ook nooit zo zichtbaar door "het volk" gesteund werd. Naar verluidt wil de president voor 16 en 17 november de noodtoestand uitroepen. Hij zal er zelf wel weer voor zorgen dat hij in het buitenland zit. Zal hij dan een boek op zijn nachtkastje hebben ? Nee, denk ik niet, oprecht niet.

______________________________________________

zondag 5 november 2017

De protestbijeenkomsten van de 17 tegen de president en de regering gekante politieke partijen in de buurten van de stad gaan onverminderd door en zijn inmiddels door duizenden bewoners van de hoofdstad bezocht, een ongekend verschijnsel hier. Gisteren was er een bijeenkomst in Bairro de Ajuda en vandaag zal het spektakel in Bairro Militar plaatsvinden. De autoriteiten zijn voor het eerst gezwicht voor de overmacht van het volk en grepen -  tot nu toe - nergens in.



foto: AAS

Sinds 1 november zijn de Portugese zenders RTP en RDP weer te ontvangen in Guiné-Bissau. De regering van Guiné-Bissau is uiteindelijk gezwicht voor de protesten uit binnen- en buitenland, vooral uit Portugal.

En de onderwijsvakbonden - na juist één week school sinds eind mei ! -  roepen opnieuw eensgezind een onderwijsstaking uit, van 6 tot 24 november. En dan begint het kerstreces al weer bijna....................... De minister is boos en noemt de actie betreurenswaardig en onverantwoord. Volgens het ministerie heeft de ontevredenheid van de leraren geen grond. In mijn dorp zie ik waartoe 5 maanden "vakantie" leidt: de verveling, de lamlendigheid, de volslagen ledigheid, de ruzies, de dronkenschap (waar het de tieners betreft) !


______________________________________________

maandag 30 oktober 2017

Vorige week hebben 17 politieke partijen zich georganiseerd in een gezamenlijk protest tegen "de dictatuur van de president". De groep houdt sindsdien protestacties en volksbijeenkomsten door de hele stad. De deelnemende partijen vertegenwoordigen het overgrote deel van de kiezers van Guiné-Bissau. Elke keer zijn o.a. Domingos Simões Pereira van de PAIGC (in rood shirt) en Nuno Nabiam van de APU-PDG (met blauw/witte muts) aan het woord. Ze roepen de president op te vertrekken of de grondwet te respecteren en het Akkoord van Conakry uit te voeren (betekent vooral: nieuwe minister-president die nieuwe regering formeert). Ook roepen ze de minister van Binnenlandse Zaken op zich in te houden met betrekking tot het verbieden of verstoren van de bijeenkomsten want anders "krijgt hij een koekje van eigen deeg".

    

foto:AAS       

                      

Op 25 oktober heeft Unicef een rapport gepubliceerd over de enorme demografische groei van het aantal kinderen in Afrika in de komende jaren. Het rapport beschrijft helder de kansen en bedreigingen van die ontwikkeling en geeft aan hoe dringend noodzakelijk het is in gezondheid en onderwijs van dat steeds grotere wordende aantal kinderen van Afrika te investeren, zo niet, dan wacht een grimmig scenario van verschrikkelijke armoede, vooral in Oost-, Midden-, en West-Afrika.




AFRICA’S CHILDREN STAND AT A PIVOTAL MOMENT IN THEIR CONTINENT’S DEMOGRAPHIC TRANSITION

                        
Nowhere in the world are children more central to a continent’s future than in Africa, where they account for almost half (47 per cent) of all inhabitants. The expansion occurring in recent decades has been extraordinary. In 1950, Africa’s child population stood at 110 million and represented just above 10 per cent of the world’s child population. It has grown more than fivefold since, and currently stands at an estimated 580 million: four times larger than Europe’s child population, and accounting for about 25 per cent of the world’s children.

The large increase in Africa’s child population mirrors the rise in the continent’s overall population, set to more than double between now and mid-century, adding a further 1.3 billion people and reaching 2.5 billion by 2050. These projections are based on median variants of fertility projected by the UN Population Division in its 2017 edition of World Population Prospects. They take into account the prospect of declining fertility rates in Africa in the coming years, as well as continuing fertility trends in other regions. The sheer number of Africa’s children and its growing share of the world’s child population means that dividends for the continent will be dividends for the world and for humanity, including the most disadvantaged and vulnerable.

DEMOGRAPHIC TRANSITIONS OF THIS MAGNITUDE PRESENT BOTH IMMENSE OPPORTUNITIES AND IMMENSE CHALLENGES

The opportunity for Africa lies in the vast potential of its current and future generations of children and youth. Today, two thirds of African Union (AU) Member States are still in the predividend phase of demographic transition, characterized by high fertility rates and high dependency ratios. It is imperative to recognize that today’s rapidly increasing child and youth populations will soon constitute Africa’s working age population. Investing in their health, protection and education holds the promise for reaping a demographic dividend in the 21st century that could lift hundreds of millions out of extreme poverty and contribute to enhanced prosperity, stability and peace on the continent.

However, failure to prioritize these investments will lead to a far bleaker scenario, because the opportunity to reap a demographic dividend is time-sensitive and influenced by policies. With more than half of African countries unlikely to reach their demographic window of opportunity – the period when a country’s population structure is the most favourable for accelerated economic growth – until 2030 or beyond, it becomes all the more urgent to adequately prepare so that when the window of opportunity opens, African nations can best harness and capitalize on the dividend.

Numerous studies have shown the transformative power of investment in essential services for children and youth, their societies and economies. The modelling exercise of Africa’s demographic dividend potential presented in this report shows that the continent’s per capita income could quadruple by 2050 if such investments in human capital were complemented by policies that foster job creation, empower and protect women and girls, and expand access to culturally sensitive reproductive health education and services.

The challenge lies in making these investments. Closing the gaps that presently exist between minimum international standards and actual health care and education services is a critical first step toward building the human capital required for a demographic dividend. This must become a key priority, especially for those countries in Central, Eastern and Western Africa where the gaps are widest.

lees het hele rapport op  http://www.unicef.org

______________________________________________

maandag 16 oktober 2017


Nee, het kwam er niet van de afgelopen week, van het beledigen van de president, ik moest te vaak naar de tandarts. Maar anderen namen die taak graag waar. Zo noemde Nuno Nabiam, de tegenstander van de president bij de presidentsverkiezingen van 2014, de president "onbekwaam" en hij verzekerde dat het hem niet zou lukken de parlementsverkiezingen van 2018 door de huidige door de president samengestelde illegale regering te laten organiseren. Verder verklaarde hij dat de president de slechtste president is die het land ooit gehad heeft en dat er onder zijn protectie in wapens en drugs gehandeld wordt.



Het schooljaar 2017/2018 van het staatsonderwijs is - na 4 maanden vakantie ! - nog steeds niet begonnen omdat de twee grootste onderwijsbonden weer tot een staking opgeroepen hebben. De kwesties zijn al langer dan een decennium die van de lerarenloopbaan en die van de achterstallige salarissen. Als altijd ontkent het Ministerie van Onderwijs dat er sprake is van achterstallige salarissen. Generatie na generatie wordt opgeofferd aan wanbestuur.

En bij al die stilstand af en toe een klein signaal van hoop op vooruitgang, dankzij o.a. onze Suzi:

 

 ________________________________________________________

 

zondag 8 oktober 2017

Is er eens iets nieuws te vertellen. Nee, dat is er niet, het blijft gewoon moeilijk orde houden in dit schoolklasje. De president gooide gebruikelijkerwijze weer wat olie op het vuur van het conflikt bij zijn onafhankelijkheidsfeestrede, hij vond zichzelf een voorbeeldige president ("wie het niet ziet, wil het niet zien", zo vond hij, kijk daar hebben we wat aan, aan zo'n analyse). De vaste parlementscommissie nam e.e.a. hoog op en liet weer een 5 pagina' s tellend protest het licht zien. En ook klassevertegenwoordiger Domingos Simões Pereira van het PAIGC liet weer van zijn verontwaardiging blijken en beschuldigde in een echte brief met partijbriefhoofd de president weer van van alles en nog wat. En pistolen paultje ministerpresident Sissoco, die al eerder blijk gaf van zijn passie voor aanhoudingen en gevangenneming, verkondigde dat voortaan mensen die de president beledigen aangehouden zouden worden, zo nou jij weer. Hij had nu eenmaal de bevoegdheid om dat de minister van Binnenlandse Zaken op te dragen. Dus waarom zou je je bevoegdheid niet gebruiken, zo is het toch, waar heb je anders een bevoegdheid voor.  En als de minister weigerde tot gevangenneming over te gaan, dan, nou  dan zou hij wel eens zien en zelf gearresteerd worden, zo ! eigen schuld dikke bult. Toch blij dat ik in een rechtsstaat leef. En presidentje Jomavje zelf heeft even nergens last van, want die zit al een week in een duur hotel in Lissabon de bruiloft van zijn dochter te vieren. Meer dan honderd familieleden en vrienden (en ministers dus) werden op zijn kosten ingevlogen en ondergebracht en rijkelijk gevoed, nou ja, zijn kosten, die van de republiek Guine Bissau ("wie het niet ziet, wil het niet zien"). Ik heb zo verschrikkelijk veel zin om publiekelijk vlak voor het paleis de president te gaan beledigen, kijken of het er volgende week van komt.

foto door anonieme bruiloftsgast

______________________________________________

zondag 24 september 2017

Vandaag is het 44 jaar geleden dat in 1973 in Medina de Boé bij monde van "Nino" Vieira - later meermalen president en tijdens zijn laatste presidentschap op 2 maart 2009 vermoord - eenzijdig de onafhankelijkheid van Guiné-Bissau werd uitgeroepen; op de foto Amílcar Cabral (met zonnebril), de eerste voorzitter van de in 1956 opgerichte partij PAIGC, met rechts naast hem Nino Vieira, ten tijde van het eerste partijcongres in Cassacá in 1964.

 


Op het moment van het uitroepen van de onafhankelijkheid is Amílcar Cabral al dood, acht maanden daarvoor vermoord in Conakry. De op 24 september eenzijdig uitgeroepen onafhankelijkheid werd onmiddellijk door tientallen landen erkend. Hogere Portugese militairen zullen later verklaren dat de Portugezen in 1974 of kort daarna in Guiné-Bissau een militaire nederlaag geleden zouden hebben als het fascistische regime in Portugal niet ten val zou zijn gebracht en de koloniale oorlog gecontinueerd zou zijn. Kort na de aprilrevolutie in Portugal, op 10 september 1974,  erkent de nieuwe Portugese regering de onafhankelijkheid van Guiné-Bissau. In 1975 zullen respectievelijk ook Mozambique, Kaapverdië, São Tomé en Principe, en Angola onafhankelijk worden.

Portugal heeft tot in het achtste decennium van de vorige eeuw met geweld geprobeerd zijn koloniale rijk, zijn “overzeese provincies”, in bezit te houden. Dat is vrij uniek. Ter vergelijking: de buurlanden van Guiné-Bissau werden in 1958 (Guiné Conakry), 1960 (Senegal) en 1965 (Gambia) onafhankelijk. In Afrika werden alleen Djibouti (1977), Zimbabwe (1980), Namibië (1990),  en Eritrea (1999) later onafhankelijk dan de Portugese ex-koloniën. Die vasthoudendheid van Portugal wordt niet alleen verklaard door de imperiale dromen van Salazar en vanaf 1968 van diens plaatsvervanger en opvolger Caetano, maar ook en meer nog door de Koude Oorlog: de bevrijdingsoorlogen op Portugees koloniaal gebied waren ook manoeuvres van de strijd tussen het kapitalistische westen en het communistische oosten. De Verenigde Staten hadden alle belang bij een rechts-dictatoriaal Portugal dat in meerdere delen van Afrika het communisme bestreed (zie in verband daarmee o.a. de boeken 6, 9 en 11 op de boekenpagina). Het dikwijls tumultueuze heden van Guiné-Bissau staat voor een deel in verband met die relatief late onafhankelijkheid: er zijn veel slachtoffers gevallen en de oorlogsinspanningen hebben jarenlange inzet, moed, pijn en verdriet van velen gevergd. Door de late onafhankelijkheid zijn de wonden van de strijd en de vernederingen nog vers, zij worden gevoeld door de thans levende generaties. Ook zijn er vanaf de oprichting van de PAIGC interne conflicten geweest, die tot reorganisaties, zuiveringen en soms ook gewelddadigheden leidden, zoals in het geval van de moord op Amílcar Cabral en de wraakacties die daarna plaats vonden. Tot in onze tijd spelen die oude interne partijconflicten, naast onenigheid van jongere datum, een rol bij de oprispingen van gewelddadigheid en publieke onenigheid in de sociaal-politieke werkelijkheid. Het is nu in 2017 44 jaren geleden dat de onafhankelijkheid een feit werd, en het is 54 jaar geleden dat de bevrijdingsoorlog begon. Maar pas 23 jaar geleden zijn er voor het eerst democratische verkiezingen gehouden. E.e.a. betekent dat er in elke familie nog ettelijke (dochters en zonen van) oud-strijders zijn, allen met hun eigen herinneringen, vervlogen dromen, oude idealen, oude teleurstellingen en loyaliteiten ook. Of met nieuwe idealen nadat de onafhankelijkheid niet bleek op te leveren wat destijds gehoopt werd.  Het betekent dat velen die nu een hoge politieke , maatschappelijke of militaire verantwoordelijkheid dragen oud-strijders zijn en ongeacht hun huidige, soms lijnrecht tegenover elkaar staande,  standpunten zonen en dochters van dezelfde eens nog prille PAIGC zijn. De oud-strijders - de “ex-combatentes”, wie beroemt zich er níet op het te zijn –, zij bepaalden en bepalen voor een groot deel het politieke en sociale klimaat, of ze nu president zijn of presidentskandidaat, minister-president, minister, partijvoorzitter of bevelhebber bij de strijdkrachten. Het zijn mannen – en soms ook vrouwen – die elkaar 40 tot 50 jaar geleden al kenden, die elkaar toen al vertrouwden of juist niet en die soms nog iets met elkaar uit te vechten hebben. Ze zijn allemaal ergens tussen de zestig en vijfentachtig jaar oud, de oudsten onder hen kunnen zich er ook nog op beroemen dat ze aan de wieg van de PAIGC hebben gestaan en dat ze de oprichter van de partij nog hebben gekend. En het laatste decennium is dan de politieke generatie opgestaan die zich erop beroemt "zonen" - zelden dochters - van die generatie van oud-strijders te zijn (zoals de president van het land zoon is van een oud-strijder, die destijds overigens niet met de PAIGC sympathiseerde). Het zich beroemen op een moedig strijdersverleden  van jezelf of je ouders heeft vooralsnog niet de welvaart en het welzijn opgeleverd dat je de honderdduizenden armen van dit land zou gunnen. Vechten is nog wat anders dan regeren, in broederland Cabo Verde werd dat wél begrepen, maar dat land had een voorsprong vanwege de voorkeursbehandeling door de kolonisator (witter dus beter, dus beter opgeleid etc.). Amílcar Cabral, de "vader van de natie",  zo fraai en ook terecht zo fraai beschreven in de kolom hiernaast, heeft de mogelijkheden van zijn "kinderen" zwaar overschat, een vergelijking met Mahatma Gandhi dringt zich op. Zij waren zelf  zo adellijk van geest dat zij te weinig oog hadden voor het menselijk tekort, voor praalzucht, graaizucht en voor wat haat en afgunst en etnische (over)gevoeligheden te weeg kunnen brengen, en beide moesten daarvoor betalen met hun leven, vermoord door een partijgenoot.

De meerderheidspartij PAIGC, die deze maand haar 61ste verjaardag vierde, heeft na Cabral geen leider meer voortgebracht die in staat was de interne verschillen te overbruggen en verzoening tot stand te brengen. Terugblikkend slaagde Carlos Gomes Júnior daar nog het best in, hij werd uit het land verdreven bij de staatsgreep van mei 2012. De veelbelovende en internationaal geknuffelde en gelauwerde nieuwe leider Domingos Simões Pereira heeft sinds zijn aantreden in 2014 ook niet de langverwachte eenheid tot stand kunnen brengen, de tegenstellingen binnen de partij zijn zelfs groter en meer uitgesproken worden (o.a. "de 15" die zich binnen de volksvertegenwoordiging tegen hun partij gekeerd hebben) en hebben in belangrijke mate bijgedragen tot de voortdurende politieke en institutionele crisis waarin het land zich nu al weer twee jaren bevindt. De geringe "verenigbaarheid van humeuren" die bestaat tussen hem en de president van de republiek José Mário Vaz, ook PAIGC-partijbons, heeft de kans op eensgezindheid bepaald niet naderbij gebracht.  

 

 foto: AAS

Domingos riep overigens gisteren, aan de vooravond van de onafhankelijkheidsviering, op tot burgerlijke ongehoorzaamheid in het geval de president volhardt in het aan zijn laars lappen van het Akkoord van Conakry. Hij zei dat tijdens een bijeenkomst van vertegenwoordigers van parlementaire en buiten-parlementaire partijen, die bijeenkwamen om de voortdurende impasse te bespreken (zie bovenstaande foto: Domingos, in het midden met rode stropdas; links van hem, in grijs overhemd, Idrissa Djalló, de partijvoorzitter van de PUN). Domingos zei dat men niet anders kon dan tot de conclusie komen dat de president het Akkoord niet wil uitvoeren, nu hij opnieuw de termijn om daartoe over te gaan - drie maanden sinds 4 juni j.l. - heeft laten verstrijken. Hij riep iedereen op tot een megamanifestatie "een dezer dagen" om de president te laten merken dat het genoeg is geweest. "Basta !" Hij riep leger en politie op zich buiten het politieke conflikt te houden.

______________________________________________

zaterdag 9 september 2017

 

Medewerkers van de staatsomroep TGB hebben de afgelopen week bezwaar aangetekend bij de directie van de omroep en de regering tegen de censuur die hen bij de nieuwsvoorziening wordt opgelegd. De vakbond spreekt van "een in het land ongekende mate van censuur". De medewerkers van de staatsomroep laten er in hun verklaringen geen misverstand over bestaan dat het wat hen betreft genoeg is. Van een hervatting van uitzendingen door de Portugese omroepen is nog steeds geen sprake ondanks binnenlandse en buitenlandse protesten tegen deze omstandigheid (zie o.a. 29 juni op deze pagina).

______________________________________________

vrijdag 25 augustus 2017

Op 4 juni j.l. - zie bij die dag op deze pagina - kreeg president José Mário Vaz nog drie maanden de tijd van de CEDEAO om de crisis in het land op te lossen. Die termijn loopt volgende  week af. Er is echter nog niets gebeurd dat een aanwijzing voor het einde van de crisis zou kunnen betekenen. De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties beraadde zich eergisteren op de situatie in het land waarvan onderstaand verslag van de secretaris-generaal getuigt (tekstweergave in rood van mij).

 
Security Council  Distr.: General 23 August 2017
 
Original: English
 
17-13728 (E)    230817 *1713728*  
 
Report of the Secretary-General on the progress made with regard to the stabilization and restoration of constitutional order in Guinea-Bissau 
 
 
I. Introduction
 
 
1. The present report, submitted pursuant to paragraph 22 of Security Council resolution 2343 (2017), is my third report on the progress made by Guinea-Bissau with regard to the stabilization and restoration of constitutional order in the country. It provides an update on relevant developments since my previous report, of  16 August 2016 (S/2016/720), and includes recommendations on the continuation of the sanctions regime, pursuant to Council resolution 2343 (2017) and in line with paragraph 12 of resolution 2048 (2012).  2. In fulfilment of the above request from the Security Council, the Department of Political Affairs undertook an assessment, in cooperation with the United Nations Integrated Peacebuilding Office in Guinea-Bissau (UNIOGBIS). During the same period, the Chair of the Security Council Committee established pursuant to resolution 2048 (2012) concerning Guinea-Bissau visited Bissau from 13 to 15 June 2017. The Secretary of the Committee participated in the Chair’s meetings with key stakeholders.  
 
 
II. Key findings
 
 
3. Since my previous report, the political impasse in Guinea-Bissau has remained unresolved and continues to limit progress with regard to the consolidation of constitutional order. Despite the deployment of considerable mediation and facilitation efforts by international partners, in particular the Economic Community of West African States (ECOWAS) and the United Nations, national stakeholders have so far failed to agree on a consensual way forward. The impasse continues to discourage international donors from committing financial resources to the country. While constitutional order is not directly threatened so far, the lack of progress in implementing the Conakry Agreement on the Implementation of the Economic Community of West African States Roadmap for the Resolution of the Political Crisis in Guinea Bissau and the chronic institutional crisis continue to give rise to serious concern.  4. The recommendations on the continuation of United Nations sanctions contained in my previous report remain valid and relevant in the light of the unresolved political situation in Guinea-Bissau. The recommendations include the maintenance of the present sanctions regime to signal to the entire population that measures are applicable to all spoilers, regardless of their political or institutional affiliation, and that the Council adjusts the measures and designations as needed; the establishment of a panel of experts to support the Committee’s work; the establishment of clear benchmarks for lifting sanctions; and a review of the situation with respect to the designated individuals to determine if they continue to meet the listing criteria. 5. There is still broad consensus that sanctions have played a positive role and acted as a deterrent to the direct involvement of the security and defence forces in political affairs. However, some local interlocutors support the idea that the sanctions currently imposed on individuals should be reviewed on account of their commendable behaviour since 2012, and that those responsible for the current political impasse should instead be designated for targeted measures.  6. The military continues to respect the constitutional order and maintains a politically neutral role. However, the risk of an intervention by the military may increase, in particular if the political deadlock persists, reforms of relevant sectors are not implemented, the civilians’ protests become violent, the security situation deteriorates, and/or the budgetary situation prevents the payment of salaries to soldiers and officials. 
 
 
III. Sanctions in Guinea-Bissau
 
 
7. There have been no changes to the sanctions regime established by the Security Council pursuant to resolution 2048 (2012) since my previous report. The travel ban measure remains in place and the Committee’s sanctions list contains the names of 11 individuals, all members of the “Military Command” responsible for the coup d’état of 12 April 2012. Five were designated by the Security Council on 18 May 2012 (Ibraima Camará, António Injai, Estêvão Na Mena, Daba Naualna and Mamadu Ture) and six were subsequently designated by the Committee on 18 July 2012 (Sanha Clussé, Cranha Danfa, Idrissa Djaló, Tchipa Na Bidon, Tcham Na Man and Júlio Nhate).  8. During the past 12 months, the 11 sanctioned individuals remained part of the armed forces of Guinea-Bissau and continued to perform the same functions. The authorities of Guinea-Bissau confirmed officially that the Chief of General Staff of the Navy, Rear Admiral Sanha Clussé, died on 24 April 2016. It should be noted that his name remains on the sanctions list.  9. Since August 2016, two designated individuals have travelled outside GuineaBissau,1 but in both cases they were repatriated to Guinea-Bissau. This is a positive sign that Member States are vigilant in the enforcement of United Nations sanctions. The assessment also revealed that some misunderstanding remains with regard to the scope of the travel ban restriction. It is important to note that travel, justified on the grounds of humanitarian need, may be approved on a case-by-case basis by the Committee (see resolution 2048 (2012), para. 5). Since my previous report, the Committee has not received any requests for any travel ban exemptions.  10. However, as noted in my previous reports, the impact of sanctions in GuineaBissau has surpassed the travel ban restrictions imposed by resolution 2048 (2012). All interlocutors agreed that sanctions had had a positive effect in deterring the direct involvement of the armed forces in the political situation. At the same time, there were numerous calls for the possible application of sanctions to any individuals responsible for fomenting political instability within the country, including civilians, in particular politicians.
__________________  1 General Ibraima Camará (GBi.001) and General Mamadu Ture (GBi.011), on 10 February 2017 and 3 April 2017, respectively, travelled from Bissau to the Léopold Sédar Senghor international airport in Dakar but they were sent back by the Senegalese authorities. 
 
 
IV. Progress made with regard to the stabilization and restoration of constitutional order in Guinea-Bissau
 
 
11. The country is still facing considerable political and institutional uncertainty. The impasse is illustrated by the failure of the National Assembly to hold plenary sessions since January 2016 and by the failure of four consecutive Governments to adopt their programme of work and the national budget. Polarization among the major political stakeholders has further contributed to heightened political and social tensions and repeatedly led to speculations about an increased likelihood of political interference by the military. 12. On 10 September 2016, a high-level delegation from ECOWAS, led by the President of Guinea, Alpha Condé, in his capacity as ECOWAS Mediator for GuineaBissau, visited Bissau. The delegation held consultations with national political stakeholders, including the President, José Mário Vaz, the Speaker of the National Assembly, Cipriano Cassamá, the Prime Minister, Baciro Djá, representatives of the five parties with parliamentary seats, and the group of 15 parliamentarians (the “Group of 15”) who had been expelled from the African Party for the Independence of Guinea and Cabo Verde (PAIGC). The national stakeholders agreed to a six-point road map to end the political crisis, which would include the holding of an inclusive national round-table dialogue, the formation of an inclusive government to implement key reforms before the legislative elections in 2018, the establishment of an ECOWAS monitoring and follow-up mechanism, the implementation of reforms in the defence and security sectors, and the progressive demobilization of the ECOWAS Mission in Guinea-Bissau (ECOMIB) within six months of the formation of a national contingent to take over its mandate of protecting State institutions.  13. From 10 to 14 October, the ECOWAS Mediator convened consultations with national stakeholders in Conakry, which focused on the implementation of the first two elements of the road map: the appointment of a consensual Prime Minister and an inclusive government and the holding of an inclusive national dialogue on critical constitutional reforms. On 14 October, the political stakeholders signed the Conakry Agreement, which provided for the appointment of a consensual Prime Minister who would have the confidence of the President; the formation of an inclusive government to implement a programme of reforms stemming from a national round-table dialogue, to be held within 30 days of the appointment of the Prime Minister; the development and adoption of a stability pact, which would include provisions on constitutional reform aimed at establishing stable relations between the Executive, the Legislature and the Judiciary, electoral reforms for the organization of legislative and local elections in 2018, a new political party law including provisions on public funding of political parties, defence, security and justice sector reform and the launch of the implementation of a development programme; and the unconditional reintegration of the Group of 15 expelled from PAIGC into the party, in accordance with the party’s rules. The Agreement also included the provision of support by ECOWAS, the African Union, the Community of Portuguese-speaking Countries, the United Nations and the European Union for the implementation of the stability pact and the establishment of an ECOWAS monitoring and evaluation framework to ensure the stability of the entire process.  14. Since then, however, differences among political stakeholders with regard to the appointment of the Prime Minister have persisted. On 15 November, the President dismissed the Government of the Prime Minister, Mr. Djá, on the basis that it had been unable to obtain the approval of the National Assembly for its programme of work and the national budget. On 18 November, he appointed Umaro Sissoco Embaló as Prime Minister. Mr. Embaló, who was one of three candidates put forward by the President for the parliamentary political parties to choose from during the Conakry talks in mid-October 2016, was not the candidate selected by the ruling PAIGC, a key precondition for resolving the impasse. The reactions of national stakeholders to the appointment were in accordance with the positions that they had taken following the signing of the Conakry Agreement. PAIGC contended that the President had repudiated the Agreement through the appointment, while the Party for Social Renewal (PRS) announced that it agreed with the appointment. On 12 December, the President appointed, by decree, the members of the Government. Of the five parties represented in the National Assembly, PRS alone joined the new Government.  15. In view of the failure of the President to appoint a consensual Prime Minister, in a final communiqué issued following its fiftieth ordinary session on  17 December, the ECOWAS Authority of Heads of State and Government urged the President to comply with the provisions of the Agreement and called upon all parties to strictly respect and comply with the tenets of the Agreement. The Authority also directed the ECOWAS Commission to withdraw ECOMIB by the end of its current mandate on 30 June 2017, beginning in April 2017.  16. On 22 February, the Permanent Commission of the National Assembly once more rejected, by a majority vote of its PAIGC members, the scheduling of an ordinary session on the new Government’s programme of work. In its record of proceedings issued immediately after the meeting, the Permanent Commission rejected the scheduling of the debate on the programme on the grounds that it had been submitted by a Government that was not in compliance with the Conakry Agreement.  17. The political tension in the capital trickled down to the regions, with several stand-offs between supporters of the Group of 15 and the mainstream PAIGC. On  5 March, the leader of PAIGC and a former Prime Minister, Domingos Simões Pereira, returned to Bissau, after spending more than one month outside the country, amid heavy police presence. Thousands of supporters, as well as members of the Forum of Democratic Parties for Political Dialogue, rallied at the airport to welcome him, following persistent allegations that he could be arrested upon his arrival. The leader of PAIGC departed safely from the airport, escorted by elements of ECOMIB. 18. The number of demonstrations and counterdemonstrations mobilized by political stakeholders also increased. On 9 March, a movement called “The Citizen” reportedly gathered from 2,000 to 3,000 people in front of the National Assembly, including some members of Government, PRS and the Group of 15. The demonstrators called for the resumption of the National Assembly’s activities and shouted slogans in support of the President and the Government. During a meeting with UNIOGBIS, also on 9 March, the Speaker of the National Assembly thanked UNIOGBIS and ECOMIB for their assistance which, according to him, had prevented the demonstrators from ransacking the National Assembly premises and his residence. On 11 March, the Movement of Conscious and Nonconformist Citizens reportedly gathered from 2,500 to 3,000 participants, who marched from the national airport to the city centre, shouting slogans calling for the resignation of the President. Although PAIGC did not express public support for the march, many supporters and parliamentarians from the party participated. On 27 May, a demonstration organized by the Movement of Conscious and Nonconformist Citizens and other civil society organizations resulted in confrontations between law enforcement personnel and demonstrators, and 18 people, including demonstrators and law enforcement personnel, were hospitalized.  19. On 23 April, following consultations in Conakry with the President of Guinea in his capacity as ECOWAS Mediator, an ECOWAS ministerial assessment and follow-up mission to the Conakry Agreement arrived in Bissau, with logistics support from UNIOGBIS, for talks with national and international stakeholders. The parties once more reaffirmed their commitment to implementing the Conakry Agreement, while national political and civil society stakeholders deplored the announced withdrawal of ECOMIB, fearing it could have a detrimental impact on security and stability in the country. In the absence of implementation of any aspects of the Agreement, the ECOWAS ministerial mission issued a final communiqué, prior to departing from Bissau on 24 April, recommending the imposition of relevant sanctions by all ECOWAS member States and the international community on individuals, groups of individuals and entities that obstruct the smooth implementation of the Conakry Agreement, together with their close collaborators, in the event of non-compliance with or a lack of concrete steps towards implementing the Agreement within 30 days.  20. On 30 May, a newly established group of women’s organizations, the Women’s Mediation Committee, issued a press release and appealed to political parties to engage in constructive dialogue for conflict resolution and requested that the international community remain vigilant and activate relevant mechanisms to avoid unintended consequences. The Women’s Mediation Committee met with key political leaders, including the President, the Speaker, the leaders of PAIGC and PRS and the Group of 15. 21. Following its fifty-first ordinary session held on 4 June in Monrovia the ECOWAS Authority of Heads of State and Government took note of the assessment made by the ministerial mission following its visit to Bissau in April and of the readiness of all stakeholders to hold direct talks towards the implementation of the Conakry Agreement. The Heads of State and Government urged all stakeholders to strictly respect and comply with the tenets of the Agreement. They also extended the mandate of ECOMIB for three months to allow for the full implementation of the Agreement by the political stakeholders and affirmed their determination to institute, if needed, targeted sanctions against all those who obstruct the smooth implementation of the Agreement.  22. From 22 to 24 June, PAIGC held its first-ever national convention in Bissau, gathering some 600 delegates from all over the country. In his opening remarks, the leader of PAIGC stated that the President was putting the country at risk by keeping an unconstitutional Government. The convention ended with the adoption of several recommendations, including on the need for constitutional reform to clarify the balance of power among the Executive, the Legislature and the Judiciary, while keeping the semi-presidential system; the need to reform the legislation on elections and political parties; the need to carry out internal reforms to increase the representation of women and young people within the party; and the need to minimize the recurrence of internal conflicts. The convention also recommended that the president of PAIGC should have a say in the selection of the party’s candidates for the presidential and legislative elections and reiterated the call from the Forum of Democratic Parties for Political Dialogue for the President to appoint Augusto Olivais as the consensual Prime Minister within the framework of the Conakry Agreement. The convention took place amid tension involving a faction of the Group of 15, which accused the leadership of PAIGC of excluding all supporters of the Group of 15. The police prevented some young sympathizers of the Group of 15 from disrupting the gathering on the first day of the convention. The former Prime Minister, Mr. Djá, who held the position of third Vice-President of PAIGC prior to the political crisis, participated in the event.  23. On 26 June, the President met with religious leaders on the occasion of the end of Ramadan. In his statement, he called for unity among the people of GuineaBissau and stressed that national stakeholders should do their best to overcome their country’s challenges within the next 90 days. He specifically called upon PAIGC, PRS and the Group of 15 to come to an agreement and facilitate the adoption of the Government’s programme of work and the national budget, adding that, should national actors fail to reach an agreement, he would return the power to the people of Guinea-Bissau by convening early elections. The next day, the leader of PAIGC reiterated the need to respect and begin the implementation of the Conakry Agreement, deploring the fact that the President had taken too long to consider the possibility of calling early elections as a way out of the impasse. The leader of the United People’s Assembly-Democratic Party of Guinea-Bissau, Nuno Nabiam, who was the runner-up in the 2014 presidential election, called for early legislative and presidential elections. Furthermore, he suggested the formation of a government of national unity to prepare for the polls and conduct a prior review of the Constitution and the electoral law. 24. On 30 June, the Minister of Social Communication of Guinea-Bissau announced the suspension of the activities of three Portuguese media outlets in Guinea-Bissau, namely Radio Televisão de Portugal, Radio Difusão de Portugal and Lusa Agency, arguing that the expiration of the cooperation agreement between Lisbon and Bissau had expired. The Lusa Agency was later removed from the list of suspended media outlets. The decision was widely condemned both nationally and internationally, including by the Government of Portugal and the European Union, prompting the Minister to clarify on 1 July that the issue was technical rather than political. 25. On 7 July, the President met separately with the Speaker of the National Assembly and the President of the Supreme Court. In addition, on 10 July, he held bilateral meetings with the leaders of PAIGC, PRS and the Group of 15. He was joined in all these meetings by the coordinator of the Women’s Mediation Committee, Francisca Vaz. The meetings reportedly addressed the scenario of a dissolution of the National Assembly, the mandate of the electoral commission, the appointment of a consensual Prime Minister, prospects for the approval of the government programme of a Prime Minister supported by PAIGC, the reintegration of the Group of 15 into PAIGC and the possible composition of a broad-based government. 26. In spite of the ongoing political impasse and recurring protest movements, economic growth is expected to continue in 2017. However, as stated in my two previous reports (S/2015/619 and S/2016/720), the root causes of instability in Guinea-Bissau remain unaddressed and the current political paralysis has reversed the progress made after the successful general elections in 2014. As legislative and presidential elections, currently scheduled for 2018 and 2019, respectively, approach, the implementation of key reforms becomes even more urgent. 
 
 
V. Recommendations on the continuation of  United Nations sanctions
 
 
27. The prolonged political paralysis within Guinea-Bissau continues to highlight the fragility of State institutions and the lack of success in the political dialogue. To date, the security situation remains stable and tensions have not turned violent, the military does not interfere in political disputes, human rights seem to be respected overall and the constitutional order is not acutely threatened. However, I believe it is important to underscore that the current situation is not sustainable, which highlights the urgency of finding a resolution to the political impasse.  28. The recommendations on the continuation of United Nations sanctions contained in my previous report (S/2016/720) remain valid and relevant to the political situation in Guinea-Bissau. The Security Council may wish to maintain the current designation criteria and send a clear message to all citizens of GuineaBissau that the sanctions regime is applicable to all spoilers, regardless of their political or institutional affiliation, and that the Council will give consideration to further enhancing sanctions measures and designations as and when required. The Council could also consider the establishment of a panel of experts in order to deepen the information base for the Committee to promote greater awareness of the sanctions regime inside the country and to identify those who meet the designation criteria for targeted measures. 29. The current reported role played by the military, and by the listed individuals in particular, highlights the importance for the Security Council and its Committee to review the sanctions list. I recommend that the Committee update the sanctions list to take into account the information received concerning the death of Sanha Clussé.  30. The visit of the Chair of the Committee to Bissau was a strong signal of the Council’s commitment to the people of Guinea-Bissau. It was also seen as a sign of the Council’s resolve to consider targeted sanctions in combination with other Charter-based instruments to peacefully resolve the political impasse in the country. Continued engagement by the Committee with local, regional and international actors, as well as United Nations system partners, including the United Nations Office on Drugs and Crime, is also recommended.

 

____________________________________________

zondag 20 augustus 2017

 

 

Minister-president Úmaro Sissoco Embaló houdt voet bij stuk met betrekking tot het oppakken en vervoeren van de "talibé's" naar de archipel (zie 10 augustus op deze pagina). Hij doet dat naar eigen zeggen voor de bestwil van de kinderen en hij berispt zowel de ouders als de koranleraren die dat zwerven en bedelen stimuleren. De afdelingen van de VN en Unicef hier te lande zetten kritische kanttekeningen bij zijn voornemen (en ook bij het bedelen en de doorgaans ellendige leefomstandigheden van de kinderen in kwestie). En de voorzitter van de Nationale Islamitische Raad (CNI) deed dat ook, zij het vanuit een heel ander gezichtspunt: hij acht het aalmoezen vragen door islamitische kinderen die door koranleraren worden opgevoed een gewoon islamitisch gebruik, dat respect verdient.

 

De afgelopen week had het land bezoek van de Ivooriaanse rechter Sylvian Ore in diens hoedanigheid van vertegenwoordi-ger van het het Afrikaanse Tribunaal van de Rechten van Mens en Volk. Hij was hier om een indruk te krijgen van de toestand van de Rechten van de Mens in Guiné-Bissau en om de ratificatie van een overeenkomst met het Afrikaanse Tribunaal voor te bereiden. Die ratificatie zou het mogelijk maken dat burgers van het land kunnen profiteren van de Carta Africana van de Mensenrechten en van de internationale regels op dat gebied.

______________________________________________

zaterdag 19 augustus 2017

Het valt mij op dat in de Nederlandse pers bij het verstrekken van achtergrondinformatie bij  de aanslagen in Catalonie, Spanje wordt aangeduid als het oude kalifaat Córdoba (Al-Andaluz), zonder daarbij te vermelden dat ook Portugal grotendeels van dat kalifaat deel uitmaakte, hetgeen zowel in de taal en de cultuur  van het land weerspiegeld wordt  als in de fysionomie van haar bevolking. Lissabon werd tijdens de acht eeuwen durende "reconquista" op 25 oktober 1147 van de Moren bevrijd. Over die bevrijdingsactie, die 4 maanden duurde, bestaat indrukwekkende fictie en non-fictie, o.a. van de hand van Nobelprijswinnaar José Saramago ( História do Cerco de Lisboa, Editorial Caminho, 1989). In 1492, na de herovering van het koninkrijk Granada, was het hele Iberische schiereiland weer in christelijke handen.

 

 

In het in 2015 verschenen boek van de journalist en schrijver Nuno Tiago Pinto "Os combatentes Portugueses do Estado Islámico"  wordt een even indringend als verontrustend beeld gegeven van de werving van jonge Portugese moslims - hoofdzakelijk via de sociale media - door IS om bij te dragen aan de herovering van Al-Andaluz. Meerdere van die jonge Portugezen zijn als leden van de tweede of derde generatie opgegroeid in Nederland, Luxemburg en Frankrijk. Het boek geeft ook gesprekken weer met twee jongens uit Guiné-Bissau, die zich in Portugal, wonend in een van de immigrantenwijken aan de treinroute Linha de Sintra in Lissabon,  tot strijder voor de IS hebben ontwikkeld. 

______________________________________________

donderdag 10 augustus 2017

 

 

Minister-president Úmaro Sissoco Embaló heeft deze week de minister van Binnenlandse Zaken opgedragen om kinderen en jongeren die in  opdracht van hun Koran-leraar bedelen in de straten van Bissau en andere steden gevangen te nemen en naar "de eilanden" (de archipel voor de kust van Guiné-Bissau) te deporteren. Deze zogenaamde "talibé"-kinderen voorzien al bedelend in het onderhoud van hun leraar, die er doorgaans goed van kan leven. Het gaat hier om een regionaal verschijnsel, ook in  Dakar zwerven deze kinderen bedelend over straat. Er worden ook kinderen uit Guiné-Bissau naar Senegal gestuurd, dikwijls met medeweten van hun ouders, omdat deze menen dat hun kroost in Senegal een betere islamitische opvoeding zal krijgen dan in Guiné-Bissau. Met een zekere regelmaat worden deze kinderen door NGO's opgespoord en weer naar huis gehaald. De minister-president, zelf een moslim, sprak van een schandelijk verschijnsel en verklaarde dat het laten bedelen van kinderen niet in overeenstemming is met de islam. De NGO AMIC (Associação dos Amigos da Criança), die geregeld talibé-kinderen terughaalt uit Senegal,  heeft geprotesteerd tegen de maatregel die zij een schending vindt van nationale en internationale overeenkomsten m.b.t. de bescherming van kinderen. Zij verklaarde dat er in Bissau en de regio andere en betere middelen zijn om de kinderen en jongeren in kwestie te identificeren en hulp te bieden.

___________________________________________________

woensdag 9 augustus 2017

De afgelopen maand is de documentaire Spell Reel van de Portugese multimedia kunstenaar Filipa César in première gegaan. Het betreft een bewerking van originele filmbeelden gemaakt in opdracht van Amílcar Cabral, van de bevrijdingsoorlog (1963-1974). De filmmakers van destijds, van wie er twee zorg dragen voor de verbindende teksten bij de film, Flora Gomes en Sana Na N'hada, hadden daartoe eerst een cineastenopleiding in Cuba gevolgd. (op de foto boven beelden uit de film onlangs vertoond ergens in het zuiden van het land).

__________________________________________________

donderdag 3 augustus 2017

Vandaag wordt het "bloedbad van Pindiguiti" herdacht. Het is 59 jaar geleden dat in de haven van Bissau meer dan 50 stakende havenarbeiders door leden van de Portugese koloniale politie koelbloedig werden vermoord.

 

Voor de in 1956 opgerichte bevrijdingspartij PAIGC was die moordpartij de aanleiding om van strategie te veranderen; zij richt zich vanaf dat moment niet meer alleen op de stadsbevolking, maar ook op de bewoners van het platteland, de overgrote meerderheid van "Portugees Guiné". De strijd blijft er ook dan nog een van overleg met het koloniale regime. Pas in 1963 wordt de eerste gewapende aanval uitgevoerd op een Portugees garnizoen (dat van Tipe, in het zuiden van het land); dat is het begin van de bevrijdingsoorlog, die elf jaren zal duren.

___________________________________________________

dinsdag 25 juli 2017

Voorgenomen protestmarsen van afgelopen weekend werden weer verboden. En ook daartegen werd natuurlijk weer geprotesteerd. Zo werd er bijvoorbeeld een protestwake gehouden op het kantoor van de Liga van de Mensenrechten.  

                           foto: AAS

 

 

 

Op internationaal niveau werden er gewoontegetrouw weer grote zorgen over de situatie in het land uitgesproken, ditmaal met name door de Gemeenschap van Portugeestalige Landen CPLP en door de Veiligheidsraad van de Afrikaanse Unie. Beide instanties drongen aan op uitvoeren van de termen van het Accoord van Conakry. Ter vergadering van de CPLP legde  de vertegenwoordiging van Guiné-Bissau de verantwoordelijkheid voor de crisis bij het parlement dat niet bereid is de regering te erkennen. De CPLP verklaarde via haar uitvoerend secretaris María de Carmo Silveira geen heil te zien in het houden van vervroegde verkiezingen.

foto: CPLP

 

 

Het schooljaar werd afgesloten met de onvermijdelijke en traditionele vaststelling dat de leerlingen weer niet gekregen hebben waar ze recht op hadden. Dit jaar werd vanwege stakingen 40% van de schooldagen geen les gegeven. Er is voorlopig weinig hoop dat dat snel zal veranderen, temeer daar de huidige regering niet erkent dat er bij het onderwijs sprake is van achterstallige salarissen en ander onrecht.

gemeenschapsschool bij Bissau (foto: rg)

 

 

De nationale vakbond UNTG heeft een algemene werkstaking van de publieke sector afgekondigd voor 8, 9 en 10 augustus. Het gaat om een protest tegen door de regering niet nagekomen  beloften  op het gebied van salariering. De uitvoerend secretaris van de nationale vakbond, Estevão Gomes Có (op onderstaande foto van koningsdag 2015 in gesprek met ondergetekende), verwijt de regering haar verantwoordelijkheid niet te nemen.

 

       foto: johannes mooij

 

 

 

......... en zouden we dan eindelijk, ondanks alles en als laatste in de regio, glasvezelkabel krijgen !?

van: www.newsnow.co.uk:  

Guinea-Bissau, World Bank, Orange and MTN team up on $47m subsea project   

25 July 2017                     | Jason Mcgee-Abe                 

                        The government of Guinea-Bissau has signed a memorandum of understanding (MoU) with the World Bank, Orange and MTN for a $47 million project to link the country to the African Coast to Europe (ACE) subsea cable.

Under the agreement, French telecoms company Orange and South Africa's MTN Group will form a consortium alongside the government of the West African country. "The World Bank unlocks $31.596 million in the form of a loan to connect Bissau to the international fibre-optic cable," said the finance and transport ministries in a statement, which added that Orange and MTN will provide around $8 million each over a five-year period, which makes the total amount for the project $47 million. 

The new fibre-optic spur will be owned and operated by a consortium dubbed ‘Bissau Cabo’.  The Government of Guinea-Bissau has established a Public-Private Partnership (PPP) with private sector operators to share the cost of the investment in international and national connectivity and to ensure an efficient management of the submarine cable landing station.

The government created a Special Purpose Vehicle (SPV) and has divested its shares in the SPV to the private sector. Orange Bissau and MTN Bissau hold a combined 51% stake, while the government will be in possession of the remaining 49%. A memorandum describing the commitments of the government and the private sector was signed on 1 November 2016 by the Ministry of Economy and Finances (MoF), and the CEO of Orange Bissau. 

Access to the ACE submarine cable and the future West African Power Pool regional infrastructure will reduce the cost for the countries neighbouring Guinea-Bissau, and will result in positive effects on prices and capacity, increased availability of end-to-end high-capacity bandwidth at competitive rates and hence broadband provisioning within the region. This is the view from the Africa Infrastructure Country Diagnostic (AICD) report which highlights the importance of regional integration, including international infrastructure. "Providing Guinea-Bissau with diversity of access to international connectivity via access to the ACE submarine cable is vital to achieving an acceptable level of service reliability (currently inadequate due to cuts on existing terrestrial cable connections) and competitive pricing.”

The news comes after African operator InterCEL+ announced that it was to build a wireless network to connect the ACE subsea cable across the republic of Guinea. The project is set to provide a significant boost to local economies across Guinea, offering businesses affordable access to fibre-like broadband speeds that enable a wealth of advanced communications. Guinea Bissau will be the last coastal country in the region to link to a submarine cable.

At the signing ceremony to establish the consortium in July, minister of transport and telecommunications, Fidélis Forbs said the project will help the development of Guinea-Bissau.

The Guinea-Bissau project is due to be completed in 18 months and officials said it would improve internet speeds and reduce communication costs in the country which only 3.8% of individuals in the country are internet users, according to the UN’s International Telecommunication Union.

___________________________________________________

zondag 16 juli 2017

Ook de voor gisteren aangekondigde vreedzame protestdemonstratie werd verboden door de autoriteiten en vond uiteindelijk geen doorgang. De groep werd meteen aan het begin van de protestmars al verspreid door oproerpolitie en militairen. Een kleine groep demonstranten - met symbolisch vastgebonden handen en dichtgeplakte monden - hield zich kort daarna op bij en in het kantoor van de Liga voor de Mensenrechten, de Casa dos Direitos, om daar een persconferentie te geven. Het kantoor werd  door de oproerpolitie omsingeld. Ook werd er een inval gedaan, hetgeen tot grote verontwaardiging leidde, o.a. bij de voorzitter van de Liga voor de Mensenrechten Augusto Mário, die verklaarde dat zoiets nog nooit gebeurd was,  zelfs niet na de staatgreep van 2012. Hij riep op tot het maken van "een eenheidsfront tegen de installatie van de dictatuur in Guiné-Bissau".

 

De gesprekken afgelopen week van president JOMAV met PAIGC-partijleider Domingos Simões Pereira, PRS-partijleider Alberto Nambeia en een vertegenwoordiger van de "15" dissidenten, hebben nog niet tot merkbare resultaten geleid.

 

 

En de Nationale Verkiezingscommissie liet via haar woordvoerster Kátia Lopes weten dat  de onlangs door JOMAV geopperde mogelijkheid van vervroegde verkiezingen - zie 29 juni op deze pagina - zowel vanwege wettelijke bepalingen als het ontbreken van geld onhaalbaar is.

 

 

______________________________________________

zondag 9 juli 2017

De door de autoriteiten verboden protestdemonstratie die gisteren gehouden zou worden is uiteindelijk niet doorgegaan: deelnemers werden aan het begin van de marsroute al door de politie verdreven. Men is nu van plan het op zaterdag 15 juli nog eens te proberen.

 

President JOMAV heeft zich de vorige week achter gesloten deuren onderhouden met de voorzitter van het Hooggerechtshof Paulo Sanhá en parlementsvoorzitter Cipriano Cassamá. De gesprekken werden gehouden om  mogelijkheden om uit de politiek-institionele crisis te raken te bespreken. De president heeft - volgens de wens van de CEDEAO - nu nog ongeveer twee maanden de tijd om het Accoord van Conakry serieus te nemen. Komende week zal hij gesprekken hebben met PAIGC-partijleider Domingos Simões Pereira, PRS-partijleider Alberto Nambeia en met een vertegenwoordiger van de "15" dissidenten.

___________________________________________________

zaterdag 8 juli 2017

Het beeindigen van de contracten met de Portugese televisie- en radiozenders en het Portugese persbureau LUSA sinds 1 juli j.l. blijft de gemoederen in binnen- en buitenland bezighouden.

Zo werd in het Portugese parlement de minister van Cultuur, Luís Filipe Castro Mendes , kritisch bevraagd door de oppositie. Zij wil binnen 30 dagen een antwoord aangaande de vraag of de minister wel voldoende ondernomen heeft om het beeindigen van de nieuwsvoorziening in en over Guiné-Bissau via Portugese media te voorkomen.

 

 

En de Europese Unie sprak via de Hoge Vertegenwoordiger Buitenlandse Zaken Federica Mogherini:

 

"On 30 June the Guinea Bissau government announced the suspension of activities of RDP-Africa and RTP-Africa in Guinea Bissau. The freedom of expression and the access to information by citizens are an essential part of accountable governance. Particularly in periods of political tension, the unhindered work of media are essential for the constructive debate that strengthens society. It is at the core of EU values and external action. It is also in accordance with the Constitution of Guinea Bissau and its international commitments on Human Rights"

 

 

 

Ook António Guterres sprak zijn grote zorgen uit en zijn hoop dat "Guiné-Bissau de weg naar de vrede, de democratie en de mensenrechten zal weten te vinden en dat ze zal uitgroeien tot een factor van stabiliteit in de regio".

 

 

En in eigen land leidde de affaire tot het gebruikelijke moddergooien, in dit geval van parlementsvoorzitter Cipriano Cassamá  naar de minister van Sociale Communicatie  Vítor Pereira vice versa.

 

 

In Addis Abeba is de top van de Afrikaanse Unie afgesloten. De belasting op de invoer van niet-Afrikaanse producten om de activiteiten van de Unie te bekostigen wordt nog niet continent-wijd gedragen en al zeker niet uitgevoerd, maar de meerderheid van de landen is er een voorstander van.

 

- van Deutsche Welle:

African Union 'must finance' itself

After its summit on Tuesday, the African Union wants to, among others, send a mission to calm growing tensions between Eritrea and Djibouti. But the donor-dependent body needs external support to roll out its 2017 plans.

This is one of the resolutions that came out of the end of a two-day summit of African Heads of States and governments in Addis Ababa, Ethiopia. The leaders also discussed urgent reforms that will enable the body to steer away from foreign dependence in order to fund its projects.

DW spoke to Agina Ojwanga, a Nairobi-based lawyer and political analyst, on the possibility of the African Union becoming a fully-fledged independent body, that doesn't have to rely on support from China and the European Union.

DW: Apart from the focus on security issue, there was lots of talk about reforms, including institutional and financial reforms, meant to make the AU an independent body from its donors. Do you foresee a positive outcome, or is this simply wishful thinking?

Agina Ojwang: With the US curtailing its aid to organizations like the African Union (AU), and donors like EU countries that also have problems and would like to help Greece rather than Africa, the AU must, as of necessity, look into ways and means of financing itself rather than depending on the donors. It has to be done whether the AU likes it or not.

But will African leaders find the means to finance the AU's activities?

I think they will. Because once you break the dependence on Europe, which used to support countries depending on whether they were Francophone or Anglophone, and which likely ended by the advent of South Africa, member states will find that there's no other option.

They will bring very stringent rules like: if you do not pay your dues, you are kicked out. We may have fluctuation in members; some countries will stay out for a while before they can come back when their finances have improved. That may come in the future but let's hope not.

 The summit also focused on youth investment. Could it have been driven by the migration crisis?

The forecast on youth was driven basically by the fact that in most of our countries the youth now constitute almost more than 50 percent of the total population. With high unemployment among them, it is a security risk in that these are the target groups that organizations like Boko Haram and other fundamentalist or extremist groups are approaching to recruit their members.

The youth pose a security risk if not properly addressed by being included in programs. There is also the need to create a situation whereby they feel wanted, employed and engaged. The youth is a critical issue for African countries.

What about the target of silencing arms on the African continent by 2020. Has there been any progress?

Certain steps have been taken on small arms circulation. In East Africa for example, we have got the Intergovernmental Agreement on Development (IGAD) mechanisms that help to monitor non-proliferation of arms. Unfortunately, the very countries trying to limit the arms inflow belong to the East African community to which Southern Sudan belongs, and Eritrea.

For instance, Uganda is actively supporting the arms flow to various insurgent groups that they support. So it seems the efforts are being undercut by actions of the very members who belong to the organizations that want to curtail the arms inflow into the continent. Until we have a lit bit of stability in places like the Democratic Republic of Congo (DRC), Central African Republic (CAR), South Sudan, Eritrea and Somalia, small arms flow will continue almost unabated. 

The need for permanent representation at the United Nations Security Council is slowly gaining momentum. How would this make the AU more progressive in ensuring security all over Africa?

If the AU was given a permanent seat at the Security Council to represent Africa, it would impact in two ways, in that, once the Security Council makes a decision, Africa would be part of it. Hence, it would not be easy to demonize the Security Council like we do now by saying it is racist. So we [African] would be forced to abide by a decision taken by our representative at the Security Council.

Apart from that, it is very difficult to see how sheer membership will improve security in Africa as long as there is inter-ethnic and clan warfare in countries. For these we need internal mechanisms in individual countries. Stopping the current conflicts going in parts of Africa should be a responsibility of individual countries rather than regional or international bodies.

Agina Ojwang is a political analyst and lawyer based in Nairobi.

Interview: Jane Ayeko-Kümmeth

______________________________________________

maandag 3 juli 2017

 

 

Gisteren is de top van de Afrikaanse Unie in Addis Abeba begonnen. Onder voorzitterschap van de president van de Afrikaanse Commissie, Moussa Faki Mahamad, zal er met prioriteit gesproken worden over belastingen die in de Afrikaanse landen op ingevoerde niet-Afrikaanse producten zal moeten worden betaald. In de bij de CEDEAO aangesloten landen van West-Afrika bestaat die belasting al en dat legt die economische gemeenschap geen windeieren. Men streeft nu naar een 100% consensus over die invoerbelasting bij alle 55 leden. Die belasting zou 80% van de activiteiten van de Afrikaanse Unie mogelijk moeten maken.

Een ander belangrijk punt op de agenda is de bevolkingsgroei in Afrika (bijvoorbeeld in Niger 7,6 kind per vrouw). De Verenigde Naties verwachten dat de bevolking op het continent in 2100 vervierdubbeld zal zijn. Deelnemers van de Afrikaanse Unie zijn het tot nu toe niet eens over geboortebeperkende maatregelen, sommige landen willen er zelfs niet over praten en achten het een minder belangrijke kwestie dan onderwijs en werk.

uit Deutsche Welle:

Africa population growth key at AU summit

A key issue on the agenda of the African Union summit in Addis Ababa on Monday is utilizing the continent's population growth. Many fear the rise in the continent's population, but reject any quotas on birth rates.

 

"The goal is not to limit birth rates," said Minister Kaffa Rékiatou Christian Jackou. "The goal is to have a strong, responsible and active working population." Jackou is the minister for population in Niger, the African country with the highest population growth rate, where a woman gives birth to an average of 7.6 children.

According to Jackou, population increase should become a problem only if there is no economic opportunity in a given country. Influencing the number of births is a sensitive issue in Africa, a continent where prosperity is defined in many places by the number of children one has.

The African Union (AU) intends to tackle this sensitive issue at its summit on Monday. But the challenges are enormous. The United Nations forecasts that the population of Africa will almost quadruple to 4.5 billion by 2100 from the current 1.2 billion people. Nigeria today has about 180 million inhabitants. This figure is expected to rise to 800 million by 2100. It's unclear how so many people can be nourished and provided with jobs.

The AU could therefore enact new measures to reduce the number of births. But in a recent statement by the body, the focus was different. It said it wants to "use the demographic dividend" by investing in youth. Ethiopia's Prime Minister Hailemariam Desalegn formulated it on behalf of his country: "We believe that we can create tens of thousands of new jobs by offering youth training in entrepreneurial skills and mentoring. This will stimulate economic growth and ultimately help young people and women to become economically independent."

First work, then family!

In economics, demographic dividend means the economic potential of changing age structures in a society. Economists see a chance for growth where there is a high proportion of young people of working age. But it's not that simple, according to Agbada Mangalu Mobhe, professor of population and development sciences at the University of Kinshasa. He thinks population growth must always be seen in the context of the development of existing resources.

Economic growth must come first if a growing population is to be viable, Mangalu Mobhe said. "Children are not productive from the outset: They must first be raised and be sent to school. You have to ensure your health and organize your free time. This temporal discrepancy means that population growth often entails the impoverishment of society." He added that if parents of a family with 10 children could give them all an education and the means to financial independence, they would see no problem.

Planned according to reality

In a world of limited resources, however, starting opportunities for newborns are not always very good. In many countries in Africa, internationally funded family counseling programs are often designed to help parents take account of their life situation while planning their families. Access to contraceptives is a crucial point that the AU also addresses in its strategy paper. If young people's need for modern contraceptive methods is met, the number of unwanted pregnancies can be reduced by 70 percent, the document states.

Child-rich Niger is not lacking in educational campaigns. But the population is still growing there by almost 4 percent annually. Ethnologist Mossi Mariama Hima agrees that people should be given information, but he says the campaigns do not mirror the reality of the population. "The vast majority of Nigeriens, about 83.8 percent, live in the country. They live on farming, which in return relies on simple techniques. The population depends heavily on its workforce."

Niger's Jackou said women expect the heads of states to make a clear commitment to improving education systems at all levels and to providing them with a fund. The factor of education is relevant in several respects. Not only does it give the growing generation better prospects for the future: Studies also show that higher education delays entry into marriage. The result is that women would possibly become mothers neither as often nor as early.

Verder staat de verhouding tussen Marokko en de Democratische Republiek Sahara op de agenda.

______________________________________________

zaterdag 1 juli 2017

Het besluit van de regering om uitzendingen van de Portugese omroepen en activiteiten van het Portugese persbureau LUSA te beeindigen heeft in binnen- en buitenland tot grote verontwaardiging geleid. De regering van Portugal heeft ernstig bezwaar aangetekend en de ambassadeur van Guiné-Bissau ontboden op het Palácio das Necessidades in Lissabon (het vroegere koninklijk paleis, dat sinds 1950 het onderkomen is van het Ministerie van Buitenlandse Zaken).

 

 

 

 

De Portugese minister-president  António Costa noemde de beslissing "een aanslag op de vrijheid van meningsuiting en de persvrijheid". "Onaanvaardbaar", zei hij, "juist omdat het gaat om twee zo nauw met elkaar verbonden landen als Portugal en Guiné-Bissau." 

 

 

 

In Guiné-Bissau protesteerden de Liga van de Mensenrechten, de Orde van Journalisten, meerdere partijen, maatschappelijke organisaties en schrijvers.

 

 

N.B.: In alle landen van de Gemeenschap van Portugeestalige landen CPLP zijn de Portugese omroepen en het persbureau LUSA actief en zij spelen sinds jaar en dag een hoofdrol in de nieuws- en informatievoorziening van de bevolking van die landen en van de mensen in de diaspora. Bovendien geven zij informatie over de hele wereld betreffende de landen in kwestie.

 

Ook Vítor Madeira dos Santos, de ambassadeur van de Europese Unie, sprak van een betreurenswaardige inbreuk op de persvrijheid. Hij zei gisteravond dat hij contact had met Brussel over de in  te nemen positie. Hij is ook in gesprek met de Portugese regering.

 

 

 

 

En de driftig aan de weg voorttimmerende ex-presidents-kandidaat en partijleider (APU-PDGB) Nuno Nabiam hekelde nogmaals het voorstel van vervroegde parlements-verkiezingen van de president, zag er echter wel heil in  om vervroegde algemene verkiezingen te houden, waarbij dus ook een nieuwe president gekozen kan worden, want "de president heeft het vermogen om het land te leiden verloren". Voorts vroeg hij zich af waar dat geld vandaan komt waar de president opeens over lijkt te kunnen beschikken om verkiezingen te bekostigen. We moeten wel laten uitzoeken of "het om schoon geld gaat", vond hij.

______________________________________________

donderdag 29 juni 2017

Tot verbazing en verbijstering van vriend en vijand verklaarde president JOMAV deze week dat hij vervroegde verkiezingen als een mogelijkheid ziet om uit de politiek-institutionele crisis te komen. De president heeft die mogelijkheid de afgelopen jaren van crisis steeds genegeerd, terwijl veel partijen daar juist wel heil in zagen. De president verklaarde ook dat Guiné-Bissau geld genoeg heeft om zulke verkiezingen te organiseren, terwijl "iedereen" weet dat dat niet zo is; verkiezingen worden altijd volledig door de internationale partners bekostigd. Ook de voor 2018 geplande verkiezingen zullen geheel betaald worden door de internationale gemeenschap. Maar de president zei dat als Guiné-Bissau verkiezingen wil, hij het als eerst verantwoordelijke maar hoeft te zeggen aan de Nationale Verkiezingscommissie en klaar, "want we hebben er het geld voor".

 

 

Domingos Simões Pereira, afgelopen zondag in Lissabon waar hij zijn inaugurele rede hield als op uitnodiging toegetreden lid van de prestigieuze Academia Internacional da Cultura Portuguesa, verklaarde toen hij de opmerking van de president had gehoord dat de president daar twee en een half jaar geleden mee had moeten komen. Hij zei dat de president - opnieuw - zich niet aan de Grondwet houdt en zich verwijdert van de afspraken van het Accoord van Conakry. De president zal zich weer met alle partijen over de crisis moeten verstaan, want er is al weer bijna een maand om van de termijn van drie maanden, die hem op 4 juni door de CEDEAO gegund werden.

 

 

De ex-presidentskandidaat en partijleider van de APU-PDGB Nuno Nabiam die zich al warm loopt voor de verkiezingen van 2018 en 2019 (zie ook bij 25 juni op deze pagina) zei kort en bondig: "de president is niet goed bij zijn hoofd". Hij stelde de president verantwoordelijk voor de crisis waarin het land sinds zijn aantreden verkeert.

 

 

En het conflikt tussen de regering en de deken  van de Orde van Journalisten, António Nhaga, gaat ook door. Het gaat nu niet meer alleen over de uitlating van de minister-president dat hij journalisten uit het buitenland wil halen voor een betrouwbare berichtgeving, maar ook om een opmerking van de president zelf dat hij verwacht dat journalisten zichzelf censureren als de goede naam van Guiné-Bissau in het geding is. Hij bruskeerde de regering en de journalisten van Cabo Verde in een moeite door, door te zeggen dat de journalisten dat in dat land ook doen. JOMAV blinkt uit in het maken van vijanden. Vanuit Cabo Verde regent het nu protestverklaringen van de kant van de regering en de journalisten.

 

 

Tenslotte: de regering heeft besloten de populaire Portugese televisiezender RTP-Africa en de Portugese radiozender RDP-Africa vanaf 1 juli uit de lucht te halen en ook de activiteiten van het Portugese persbureau Lusa haar werkzaamheden in het land te ontnemen. Er worden allerlei officiele redenen voor gegeven, maar algemeen wordt vermoed dat de berichtgeving over Guiné-Bissau van deze twee omroepen en het persbureau de president en de regering niet welgevallig is. We zullen het wat de televisie betreft moeten stellen met de zieltogende staatsomroep TGB, die door vrienden van de regering geleid wordt.

______________________________________________

zondag 25 juni 2017

 

         foto: AAS

Gistermiddag werd de eerste Nationale Conventie van de PAIGC afgesloten door partijleider Domingos Simões Pereira, die de president ervan beschuldigde de status quo te willen handhaven en zo willens en wetens veel schade toe te brengen aan het land en de bevolking. Hij zei o.a: "Todos sabemos qual é a saída para esta crise. Ou o Presidente da República se conforma à Constituição, ou aplica o Acordo de Conacri e nomeia o Primeiro-ministro Augusto Olivais, de modo a desencadear o cumprimento dos demais pontos do mesmo. O Presidente da República não quer fazer nem uma coisa nem outra, porque está refém desse grupo de pessoas que usurparam o poder e estão dispostas a tudo fazer, quiçá a minar os fundamentos do Estado do Direito e da unidade nacional, pois nenhum desses atores políticos foi sufragado nas urnas para governar." (“We weten allemaal hoe we uit deze crisis kunnen komen. Of de president van de republiek  houdt zich aan de Grondwet, of hij voert het Accoord van Conakry uit en benoemt Augusto Olivais tot minister-president, zodat ook aan de andere punten van dat accoord voldaan kan worden. De president van de republiek wil echter noch het een noch het ander, omdat hij gegijzeld wordt door die groep van mensen die zich meester hebben gemaakt van de macht en bereid zijn tot alles, zelfs het ondermijnen van de fundamenten van de rechtsstaat en van de nationale eenheid, om zonder enige legitimiteit aan de macht te blijven, want geen van deze politici heeft bij de verkiezingen  het recht verworven om te regeren.”)

Bij de conventie werd o.a. besloten voortaan elke twee jaar een dergelijke bijeenkomst te houden.

 

En bij mij in de buurt bleek Nuno Nabiam, die het in juni 2014 bij de tweede ronde van de presidents-verkiezingen tegen José Mário Vaz moest afleggen, maar al vast - geheel tegen de spelregels in -  begonnen te zijn aan de campagne voor de presidentsverkie-zingen van 2019 (april of mei).  De jongens vonden het wel wat, hoorden niet zozeer de holle frasen en loze beloften maar er was weer eens wat te doen  en een gratis T-shirt, waar - wat voorbarig weliswaar - op te lezen staat dat Nuno Nabiam "onze president" is, komt altijd van pas. Gezellig werd het ook.

             fotos: Aladje Jau Bari

______________________________________________

zaterdag 24 juni 2017

 

De Verenigde Naties hebben  de Togolese president Faure Gnassingbé, sinds 4 juni voorzitter van de vergadering van staatshoofden van de CEDEAO, verzocht te bemiddelen in de politieke en institutionele crisis in Guiné-Bissau. Hij is de vierde president in rij uit de subregio die het mag gaan proberen. Ook deze bemiddeling zal echter op niets uitlopen, want geen van de spelers in het conflikt heeft er belang bij om het op te lossen. Zij blijven olie op het vuur gooien, zoals o.a. blijkt uit de recente arrestatie - in het ziekenhuis waar hij opgenomen was - van prominent en gewaardeerd PAIGC-lid en oud-strijder Manuel dos Santos (bijnaam Manecas) vanwege zijn in een interview geuite mening over het conflikt. Inmiddels is hij weer vrij. De PAIGC houdt dezer dagen een Nationale Conventie, - de eerste sinds de oprichting van de partij in 1956 ! - waarbij ook de dissidente "15" aanwezig zijn, inclusief Baciro Djá, die in de afgelopen  twee jaren tweemaal de keuze was van de president voor de post van minister-president. De dissidente groepering beschuldigde gisteren de partijleiding van het schenden van de partijstatuten.

 

 

"Vamos trazer políticos de outros países para fazerem cá política." (We gaan politici uit andere landen halen om hier politiek te bedrijven.) Dat zei vandaag António Nhaga, deken van de Orde van Journalisten, nadat minister-president Sissoco Embaló verklaard had dat hij buitenlandse omroepen naar Bissau gaat halen om "de bevolking beter te informeren" over de ontwikkelingen in Guiné-Bissau.

______________________________________________

zaterdag 17 juni 2017

 

De afgelopen week heeft de Wereldbank besloten haar hulp aan Guiné-Bissau te verdubbelen. De bank is een nieuw partnerschap aangegaan met Guiné-Bissau voor de periode 2018 - 2021 met als doelstelling "het terugbrengen van de armoede en een betere verdeling van de rijkdommen van het land".

uit La Tribune 16.06.17:

La Banque mondiale double sa « dotation » pour la Guinée-Bissau

La Banque mondiale vient de doubler le montant habituel de ses aides à la Guinée-Bissau et qui avoisinait les 42 millions de dollars. Ce financement de l’institution de Bretton Woods intervient alors que le pays passe par une période politique et économique tendue.

La Banque mondiale renforce son soutien à la Guinée-Bissau. Ce mardi 13 juin, l'institution financière internationale a approuvé un nouveau cadre de partenariat avec la Guinée-Bissau pour la période 2018 et 2021. Le partenariat vise deux objectifs : la réduction de la pauvreté et la répartition des richesses du pays. «Avec ce nouvel engagement, l'objectif à long terme de la Banque mondiale est d'aider la Guinée-Bissau à atteindre les deux objectifs de réduction de la pauvreté et une meilleure répartition des richesses, en tenant compte d'un environnement à haut risque », a déclaré Louise Cord, directrice es opérations de la Banque mondiale pour la Guinée-Bissau, un pays riche mais délaissé de plus en plus par ses partenaires à cause de son instabilité politique.

Un pays politiquement vulnérable

Indépendant depuis 1973, le troisième producteur de noix de cajou d'Afrique, et le sixième mondial, avec une production de 120 000 tonnes par an selon le Programme des Nations unies pour le développement, la Guinée-Bissau est victime d'une histoire politique mouvementée. Le coup d'Etat du 12 avril 2012, par exemple, a occasionné l'arrêt de nombreux programmes de développement dans le pays. Un véritable choc pour l'ancienne colonie portugaise qui peine aujourd'hui à exploiter son potentiel, notamment agricole. Selon la Banque mondiale, aucune stratégie d'aide globale de développement n'a été développée dans le pays depuis 1997. Pour corriger cette lacune, la Banque a décidé d'augmenter son soutien financier au pays.

______________________________________________

vrijdag 16 juni 2017

De voorzitter van het Sanctions Committee van de Veiligheidsraad, Elbio Roselli, verklaarde tijdens en na zijn bezoek aan de verschillende gesprekspartners dat hij onder de indruk was van het voorbeeldige gedrag van de militairen die n.a.v. hun rol bij de militaire staatsgreep in 2012 door de sancties van de VN getroffen waren (o.a. António Indjai, Mamadu Turé en Ibraima Camará). Hij deelde mee dat hij verder niets over dat onderwerp kan zeggen, noch over het voortdurend niet uitvoeren van het Akkoord van Conakry, omdat hij zijn bevindingen eerst aan de Veiligheidsraad moet voorleggen, die daar "de komende maanden" op zal reageren.

______________________________________________

maandag 12 juni 2017

 

 

Morgen komt er een delegatie van het zogenaamde Sanctions Committee, een afdeling van de Veiligheidsraad, aan in Bissau. De delegatie, onder voorzitterschap van VN-ambassadeur Elbio Rosseli, zal overmorgen een vergadering hebben met de minister van BuZa van Guiné-Bissau, met vertegenwoordigers van Nigeria, Senegal, Guiné, Angola, Portugal, Brazilie en Zuid-Afrika en later die dag met de leiding van de PAIGC en de PRS. Op donderdag zal hij ook de president ontmoeten, de minister-president, de minister van Binnenlandse Zaken en de top van de strijdkrachten.

 

Parlementsvoorzitter Cipriano Cassamá verklaarde vorige week dat volgens hem de CEDEAO de president op 4 juni een laatste kans gegeven heeft om het Akkoord van Conakry uit te voeren, wat volgens hem betekent dat minister-president Úmaro Sissoco Embaló de laan uit wordt gestuurd en de kandidaat van de PAIGC, Augusto Olivais, de nieuwe minister-president wordt. Hij zou dan de zesde minister-president in twee jaar zijn. 

 

______________________________________________

zaterdag 10 juni 2017

 

Het uitvoerend secretariaat van de Nationale Verkiezingscommissie CNE heeft de afgelopen week haar voorstel voor de verkiezingen van 2018 aan de president voorgelegd wat betreft kalender en planning. De secretaris, José Sambu, was niet al te mededeelzaam over de inhoud van het voorstel. De vertegenwoordiger van de Europese Unie in Guiné-Bissau, Vítor Madeira dos Santos, gaat er vanuit dat de verkiezingen in april of mei, dus vóór de regentijd, zullen plaatsvinden. De verkiezingen zullen als gebruikelijk geheel door de internationale gemeenschap bekostigd worden.

______________________________________________

maandag 5 juni 2017

 

 

De CEDEAO-top in Monrovia gisteren heeft het koppel president José Mário Vaz (rechts) en minister-president Úmaro Sissoco Embaló nauwelijks in de problemen gebracht. Er werd geen enkele sanctie getroffen. De vergadering drong er bij de president weliswaar op aan om zich aan al de termen van het Akkoord van Conakry te houden en bleef dreigen met sancties tegen de partijen die zich tegen het uitvoeren van dat Akkoord verzetten, maar de president kwam handig weg met de verklaring dat het om een "interpretatieverschil" ging (daar waar het de keuze van de minister-president betrof), dat de PAIGC de hoofd-schuldige is en dat hij nog drie maanden nodig had om het conflikt op te lossen. En die drie maanden kreeg hij. Het eerder genomen besluit van terugtrekking van de CEDEAO-troepen uit het land (ECOMIB) werd teruggedraaid en er werd besloten die troepen "vanwege de kwetsbare situatie in het land" nog drie maanden te handhaven. (Nog drie maanden zuipen en ECOMIB-kindjes maken, zo was de reactie in het barretje van mijn dorp).

Bij terugkomst in het land sprak de president van een succesvolle bijeenkomst en riep hij monter alle landgenoten op om mee te helpen, want "alleen de Guineeers zelf kunnen de crisis oplossen". Externaliseren noemen ze dat in de psychologie. Het beloven weer boeiende maanden te worden.

Verder was de vergadering bijzonder omdat twee staatshoofden - de president van Niger en de koning van Marokko - zich afmeldden nadat ze hadden begrepen dat de premier van Israel er ook zou zijn.

van http://www.rfi.fr  :

Le président togolais Faure Gnassingbé a été élu à la tête de la Cédéao, ce dimanche 5 juin. Il remplace la présidente libérienne Ellen Johnson Sirleaf.

La décision a été prise ce dimanche en clôture du 51e sommet des chefs d’Etat de la Cédéao à Monrovia. Faure Gnassingbé a appelé à plus d'intégration et encouragé un peu plus encore la mobilité économique dans cet espace régional d'Afrique de l'Ouest, alors que l'une des décisions de ce sommet est de construire une autoroute entre Abidjan et Dakar.

« Il nous faut maintenant opérer des sauts qualitatifs vers notre objectif unique qui est de faire de notre organisation une Cédéao des peuples. Il nous faudra sans plus tarder enlever les dernières barrières au brassage et à l'imbrication de nos populations, responsabiliser notre jeunesse en encourageant sa mobilité économique dans l'espace régional, mettre à contribution nos hommes d'affaires, mettre à profit notre potentiel démographique, miser sur l'agriculture et l'industrialisation... Autant de défis que nous devons relever ensemble pour l'épanouissement de nos populations », a déclaré le président togolais.

Israël au premier plan

Cette journée a été marquée par l’absence du roi Mohammed VI, qui a annulé sa visite au dernier moment, officiellement en raison de la présence d’un autre invité de marque : le Premier ministre Israélien Benyamin Netanyahu. Une visite avec les honneurs qui marque selon le chef de l’Etat hébreux le retour diplomatique d'Israël sur le continent.

Israël est de retour en Afrique et l’Afrique est de retour en Israël. J’espère que nous parviendrons à concrétiser deux accords très importants pour approfondir notre coopération. Israël ouvre deux nouvelles missions commerciales : l’une en Afrique de l’Ouest, l’autre en Afrique de l’Est afin de renforcer les échanges commerciaux entre nos pays.

Benyamin Netanyahu, Premier ministre israélien :

« Israël est de retour en Afrique et l’Afrique est de retour en Israël. J’espère que nous parviendrons à concrétiser deux accords très importants pour approfondir notre coopération », a-t-il salué, rappelant qu'Israël ouvre deux nouvelles missions commerciales : l’une en Afrique de l’Ouest, l’autre en Afrique de l’Est.

Le Niger n'était représenté à Monrovia que par son ambassadeur. Selon des sources proches des autorités, Mahamadou Issoufou a décliné l'invitation en raison de la présence du Premier ministre israélien. Le Niger n'a pas de relations diplomatiques avec Israël depuis des années.

Une délégation de plus de 200 personnes, beaucoup de promesses et une douzaine d'entretiens bilatéraux, la visite du Premier ministre israélien au sommet avait tout d'une opération de séduction à l'encontre des Etats d'Afrique de l'Ouest. Pour Emmanuel Nahshon, porte-parole du ministre des Affaires étrangères israélien, l'Etat hébreu peut apporter beaucoup au continent africain : « Dans le domaine de l’agriculture, de l’eau, de la haute technologie aussi, dans le domaine de la sécurité, je crois qu’il y a un dialogue très important qui est en train de se former entre Israël et les Etats de l’Ouest africain. Le mot-clé, c’est celui de partenariat et de coopération, et c’est ce que nous avons fait aujourd’hui pendant la journée»

Un plan d’investissement de « 1 milliard de dollars » dans les énergies renouvelables a ainsi été annoncé. L'enjeu pour Israël est de renforcer les relations économiques, mais aussi contrer les pays africains qui votent « contre Israël » au sein des institutions internationales.

Et effet immédiat de cette visite, la levée des mesures de rétorsion diplomatiques d'Israël vis-à-vis du Sénégal. Depuis décembre 2016 et après le vote d'une résolution  à l’ONU condamnant la colonisation israélienne, décision parrainée par le Sénégal, Israël avait rappelé son ambassadeur et annulé son programme d'aide au Sénégal. Hier, tout a été pardonné. Le retour d'un ambassadeur israélien à Dakar et la reprise de la coopération entre les deux pays ont donc été décidé.

Adhésion du Maroc

Autre grand sujet sur lesquel les 15 pays membres de la Cédéao devaient statuer : la demande d’adhésion du Maroc à la Communauté des pays ouest-africains. Une demande acceptée sur le principe ce dimanche. La Décision finale sera prise au prochain sommet de l'organisation sous-régionale en décembre prochain. Un « oui » de principe, car la Cédéao doit maintenant se pencher sur les aspects techniques et juridiques qu'implique une possible adhésion du Maroc.

Mais en réalité, plus grand-chose ne s'oppose à l'entrée du Maroc dans cette organisation sous régionale. Seul le Ghana a émis des réserves sur ce nouveau venu. « Il faut relativiser les clivages géographiques » (dans un contexte de mondialisation), commentait ainsi une source sénégalaise dimanche soir, mettant en avant les relations commerciales importantes que ce pays du Maghreb entretient déjà avec l'Afrique de l'Ouest. Notamment avec le Sénégal, la Côte d'Ivoire et le Nigeria.

Crise en Guinée Bissau

Enfin, la crise en Guinée-Bissau, véritable casse-tête des pays d'Afrique de l'Ouest, a également été évoquée. Les institutions y sont bloquées depuis près de deux ans et les accords de Conakry proposés par la Cédéao en octobre dernier restés lettre morte.

Au final, il n'a pas été question de sanctions. La Cédéao a donné trois mois supplémentaires au président bissau-guinéen pour trouver une solution à la crise. Les troupes de la communauté des Etats d'Afrique de l'Ouest resteront plus longtemps sur place, au vu de la situation fragile de ce pays.

  
Pour lopposition togolaise, le président Gnassingbé n'est le mieux placé pour diriger la Cédéao

Le nouveau président de la Cédéao ne fait pas l'unanimité dans son pays. L'Alliance nationale pour le changement, principal parti de l'opposition, ne voit pas d'un bon œil la désignation de Faure Gnassingbé à la tête de l'institution.

______________________________________________

zondag 4 juni 2017

 

In Monrovia vindt vandaag de 51ste  sessie van staatshoofden van het CEDEAO plaats. Het is mij nog niet bekend of - en zo ja in welke bewoordingen - er over de situatie in Guiné-Bissau gesproken is. De agenda is als gewoonlijk overvol en er zijn meerdere deelnemers van buiten de regio, o.a. premier Netanyanu van Israel en de Hoge Vertegenwoordiger van Buitenlandse Zaken en Veiligheid van de EU, Federica Mogherini. Van de laatste verwacht ik wel aandacht voor Guiné-Bissau omdat zij zich al eerder zeer kritisch over de gang van zaken rond het Akkoord van Conakry heeft uitgelaten. Maar er zijn natuurlijk meer hot issues in de regio. Ook zal er vandaag gesproken moeten worden over het verzoek van toelating tot het CEDEAO van Marokko en het verzoek van een waarnemersstatus van Tunesie.

 

Inmiddels is er een nieuwe voorzitter van de vergadering van staatshoofden aangesteld, ook dat moest vandaag gebeuren. In de plaats van mevrouw Ellen Johnson Sirleaf is aangesteld Faure Gnassingbé, president van Togo.

 

_____________________________________________

zaterdag 3 juni 2017

De geplande demonstraties van vandaag (georganiseerd door de beweging MCCI)  en morgen (georganiseerd door de beweging Cidadão)  zijn door de staatssecretaris van Publieke Orde verboden. De Guinese Liga van de Mensenrechten heeft bezwaar tegen het verbod aangetekend.

 

De juist van een dienstreis naar Israel teruggekeerde minister-president Úmaro Sissoco Embaló deelt niet in het begrip van Nobelprijswinnaar José Ramos-Horta voor de demonstratie van 26 mei j.l.. Hij zei bij terugkomst dat de politie wat hem betreft "welke methode dan ook" mag gebruiken om zulke demonstraties te voorkomen, dus ook het gebruik van traangas. Hij had nog meer traangas uit Israel meegenomen "zodat de politie zich beter kan verdedigen". Het zal je minister-president maar wezen, maar hij zal dan ook niet om zijn pacifistische en humanistische ideeen destijds door Moammar Khadaffi als militair adviseur zijn aangesteld.

______________________________________________

vrijdag 2 juni 2017

Vertegenwoordigers van de PAIGC en zes andere partijen (PCD, UM, PND, PUN, PST en MP) hebben een brief geschreven aan mevrouw Ellen Johnson Sirleaf, president van Liberia en tevens voorzitter van de vergadering van staatshoofden van de  CEDEAO, waarin zij spreken over "de risico's en bedreigingen" waarmee Guiné-Bissau geconfronteerd wordt. Zij beschuldigen president José Mário Vaz van het voortdurend voeden van de politieke instabiliteit van het land. Zij zeggen dat er sprake is van een "burgerlijke staatsgreep" door een illegale regering en vragen de CEDEAO bij haar vergadering van 4 juni in Monróvia sancties te treffen tegen de voor die staatsgreep verantwoordelijken "om te voorkomen dat in onze subregio opnieuw een crisishaard ontstaat met onvoorspelbare gevolgen".

 

José Ramos Horta, Nobelprijswinnaar voor de vrede, ex-president van Oost-Timor en ten tijde van de militaire staatsgreep in Guiné-Bissau vanaf 2012 speciale vertegenwoordiger van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, spreekt in een interview met Deutsche Welle over de voortdurende politieke chaos in Guiné-Bissau en hij roept de president op "intelligent, pragmatisch en nederig" te werk te gaan. Hij heeft alle begrip voor de protestdemonstaties: "de bevolking is moe, de jongeren zijn moe, de scholen functioneren niet, ambtenaren worden niet betaald en de internationale gemeenschap komt vanwege de crisis niet met het beloofde geld over de brug".

______________________________________________

woensdag 31 mei 2017

 

Na de Afrikaanse Unie heeft natuurlijk ook de CEDEAO weer  haar zorgen uitgesproken over het uitblijven van het volgen van het Akkoord van Conakry en de gevolgen daarvan voor de economische situatie van de bevolking. Zij roept de president en de voorzitter van het parlement op tot "grote vaderlandsliefde".

Een delegatie van vrouwen van de PAIGC en zes andere partijen heeft gisteren gedemonstreerd voor de burelen van de CEDEAO en heeft binnen het kantoor een gesprek gehad met vertegenwoordigers van de organisatie, waarbij de vrouwen hebben aangedrongen op maatregelen van de CEDEAO om de impasse te doorbreken. 

foto:DC

______________________________________________

zondag 28 mei 2017

centrum van Bissau gisteren:

foto: O Democrata

Volledigheidshalve:

- gisteren blijkt er op het laatste moment door de politie toch toestemming voor de demonstratie gegeven te zijn, hetgeen het geweld van die zijde niet begrijpelijker maakt;

- volgens Nationaal Ziekenhuis Simão Mendes zijn er 21 gewonden behandeld.

- naar schatting waren er zo'n 1000 demonstranten, voor Guiné-Bissau een ongekend hoog aantal;

- en ............

..... sprekende metafoor voor de houding van de internationale gemeenschap t.o.v. de voortdurende crisis in Guiné-Bissau: een demonstrant wordt bij de vreedzame demonstratie van gisteren te grazen genomen door (oproer-)politie onder de belangstellende blik van een official van de UNIOGBIS (United Nations Integrated Peace-Building Office in Guinea Bissau, die sinds 2010 in het land is)

 

foto:DC

______________________________________________

zaterdag 27 mei 2017/18.30 uur

De vreedzame demonstratie tegen de president is met geweld (traangas en wapenstok) beeindigd door de politie en militairen. Er zijn gewonden gevallen en er zijn  mensen in hechtenis genomen.

 

 

 

 

     foto's: DR/DC/AAS

Partijleider Domingos Simões Pereira heeft de gewonden in  het Nationaal Ziekenhuis Simão Mendes bezocht en schriftelijk fel protest aangetekend tegen "het voortzetten van het Plan van de vestiging van de dictatuur en de tirannie" en de onmiddellijke vrijlating geeist van de bij de demonstratie gearresteerde personen.

                       foto: Laus Batista

______________________________________________

zaterdag 27 mei 2017/12.00 uur

Op dit moment vindt in het centrum van Bissau, ondanks een verbod van de autoriteiten, de  protestdemonstratie plaats, waartoe maatschappelijke organisaties en politieke partijen hadden opgeroepen. Op de foto: vier rijen (oproer-)politie en militairen versperren de weg die leidt naar het plein - Praça do Império - waaraan het presidentieel paleis gelegen is.

foto: DR/DC/AAS

______________________________________________

zaterdag 27 mei 2017/08.00 uur

De meerderheidspartij PAIGC en nog zes andere partijen hebben hun leden opgeroepen ook aan de protestmars van vandaag deel te nemen. De organisatoren van de mars noemen het verbod van de autoriteiten ongrondwettelijk en illegaal en zijn vastbesloten de mars door te laten gaan.

De vertegenwoordiger van de Afrikaanse Unie in Guiné-Bissau, Ovídio Pequeno, laakte in een interview het in gebreke blijven van de president en andere spelers om zich aan het Akkoord van Conakry te houden:

"De que vale tanta arrogância, tanta falta de respeito, tanta falta de educação, tantos pronunciamentos que possam incitar à violência, tanta ausência de poder e de quórum que é exigido aqueles que têm a função de nos proteger, nos ajudar e de nos indicar os caminhos da paz e estabilidade social?"*, zo zei hij gisteren in een interview met Deutsche Welle.

*Waartoe al die arrogantie, al dat gebrek aan respekt en goede manieren, al die uitspraken die tot geweld kunnen leiden, al dat ontbreken van macht en van een quorum dat vereist is bij degenen wier functie het is ons te beschermen, ons te helpen en  ons de weg van vrede en sociale stabiliteit te wijzen ? (vert. rg)

______________________________________________

vrijdag 26 mei 2017

Maatschappelijke organisaties hebben opgeroepen tot een protestmars, morgen 27 mei, in Bissau, gericht tegen de president die ondanks internationale druk en ondanks het verstrijken, gisteren 25 mei, van de termijn, nog steeds niet de termen van het Akkoord van Conakry serieus heeft willen nemen, m.n. wat betreft de benoeming van een andere minister-president. De CEDEAO, gevolgd door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, de Afrikaanse Unie en de Europese Unie, had aangedrongen op navolging van het Akkoord vóór 25 mei, op straffe van sancties. De voorgenomen protestdemonstratie is door de autoriteiten verboden, maar door de organisatoren niet geannuleerd.

De president hield zich gisteren op de dag, die door velen met een zekere spanning tegemoet werd gezien vanwege het verstrijken van de CEDEAO-termijn, samen met de minister van Justitie onledig met de inzwering van de nieuwe president en vice-president van het Hooggerechtshof, zijn politieke vrienden Paulo Sanhá en Rui Néné. Voor Paulo Sanhá betrof het een herbenoeming.

Een team van de Verenigde Naties zal van 12 tot 15 juni in het land zijn om op basis van gesprekken met de bij het conflikt betrokkenen en met maatschappelijke organisaties aanbevelingen te doen aan de Veiligheidsraad. Het bezoek was overigens al gepland lang vóór 25 mei.

______________________________________________

vrijdag 12 mei 2017

De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft gisteren president José Mário Vaz opgeroepen vóór de door de CEDEAO vastgestelde termijn, eindigend op  25 mei a.s., een minister-president te benoemen die voldoet aan de termen van het Akkoord van Conakry:

 

https://www.un.org/press/en/2017/sc12818.doc.htm

 

 

Security Council Press Statement on Guinea-Bissau

 

The following Security Council press statement was issued today by Council President Elbio Rosselli (Uruguay):

The members of the Security Council expressed their deep concern over the protracted political and institutional crisis in Guinea-Bissau as a result of the inability of political stakeholders to reach a lasting and consensual solution, leading to the current gridlock.

The members of the Security Council commended the Economic Community of West African States (ECOWAS) efforts and leadership and welcomed the visit of its high-level ministerial mission to Bissau on 23 and 24 April 2017 with the objective of assessing and evaluating the status of the implementation of the Conakry Agreement, in this regard, the members of the Council stressed the need for the continued international community’s support and engagement in supporting the regional efforts with the view to resolve the political impasse.

The members of the Council took note of the final communique of this ministerial mission and reaffirmed the centrality of the Conakry Agreement as a primary framework for the resolution of the political crisis.  The Council called upon the Bissau-Guinean stakeholders to refrain from actions that could escalate tensions and incite violence and to strictly respect and comply with the Conakry Agreement and the ECOWAS road map in addressing their differences and the challenges facing their country.

The members of the Council invited the President Vaz to appoint a Prime Minister whose selection respects the provisions of the Conakry Agreement.

The members of the Council expressed concern about the situation of the civilian population in Guinea-Bissau, which is suffering the negative effects of the political crisis, and urged all political actors to put the interest of the people of Guinea-Bissau above all other consideration and, in this regard, called upon Bissau-Guinean leaders, including the President, the Speaker of Parliament and heads of political parties, to abide by their commitment to bring political stability to Guinea-Bissau in engaging in genuine dialogue, including on the constitutional review, and finding common ground for a swift resolution of the political crisis.

The Members of the Security Council recalled that the implementation of the Agreement could be a way to restore the confidence of partners and enable the international community to fulfil the pledges made during the Brussels Conference in March 2015 in support of the programme “terra ranka” and for the development of Guinea-Bissau.

The members of the Security Council commended the defence and security forces for their continued non-interference in the political situation in Guinea-Bissau, and strongly urged them to maintain the same posture.

The members of the Security Council reiterated their commitment to continue to monitor the current political crisis and expressed their readiness to take necessary measures to respond to further worsening of the situation in Guinea-Bissau.

The members of the Council commended the work of the ECOWAS security mission in Guinea-Bissau (ECOMIB) in enhancing stability in Guinea-Bissau and took note of the decision of the ECOWAS Authority to withdraw ECOMIB by 30 June 2017, starting from 28 April, and urged the international community to give all necessary support to ensure a complete and seamless transition of security architecture to the national defence and security forces.

The members of the Council recalled the important role of the Peacebuilding Commission in supporting sustainable peace in Guinea-Bissau and welcomed its active engagement with relevant stakeholders on the ground as well as with regional organizations to support efforts towards a political solution.

The members of the Council expressed deep concern over the challenges posed by international organized crime and other major threats, including drug trafficking in the country, as well as violent extremism, which can be conducive to terrorism, and terrorist threats.

The Members of the Security Council expressed their support to Special Representative Modibo Touré as well as the subregional organizations to continue to coordinate and work closely with all stakeholders for the resolution of the political crisis in Guinea-Bissau.

___________________________________________________

zondag 19 maart 2017

 

Het op 2 maart gehouden crisisberaad van de president met de Raad van State heeft niets opgeleverd. Een nieuw crisisberaad met dezelfde samenstelling op afgelopen woensdag bleef opnieuw zonder resultaat. De voorzitter van het parlement, Cipriano Cassamá, sprak na afloop verontwaardigd dat de president "het volk voor de gek houdt" en dat hij geen "vrede en stabiliteit voor het volk wil". Het parlement weigert nog steeds het regeringsprogramma van de laatste "presidentiele regering" van minister-president Úmaro Sissoco Embaló  te bepreken.

 

En opnieuw spraken de vertegenwoordigers van de grote internationale organisaties, AU, EU, VN, CPLP en CEDEAO, hun grote zorg uit over de voortgaande crisis in het land. Dat nam niet weg dat de president, op bezoek in het oosten van het land (o.a. Gabu en Pitche), tussen neus en lippen al vast verklaarde dat hij zich in 2018 opnieuw voor het presidentschap zal kandidateren.

nederzetting bij het dorp Pitche, foto: René Gussenhoven

 

Zes politieke partijen, inclusief de meerderheidspartij PAIGC , hebben via partijleider Domingos Simões Pereira aan de Verenigde Naties om de instelling van een internationale commissie gevraagd die de uitvoerende macht van Guiné-Bissau sinds 2014, toen de PAIGC de verkiezingen won en José Mário Vaz president werd, zou moeten onderzoeken.

______________________________________________

zaterdag 25 februari 2017

 

Gisteren heeft de zogenaamde "permanente commissie van de volksvertegenwoordiging" het verzoek van minister-president Úmaro Sissoco Embaló  om het regeringsprogramma in het parlement te bespreken, afgewezen, officieel omdat het parlement "niet zeker is wat betreft de legitimiteit van de regering" en bovendien "nog minder op de hoogte is over de precieze inhoud van het Accoord van Conakry".

 

President José Mário Vaz heeft voor aanstaande donderdag een vergadering van de Raad van State bijeengeroepen om de politieke crisis te bespreken.

 

Honderden mensen, vooral jongeren, zijn donderdag de straat op gegaan om het aftreden van president José Mário Vaz te eisen, die zij verantwoordlijk achten voor de dooretterende politieke crisis.

 

De meerderheidspartij PAIGC roept opnieuw dat de regering van minister-president Úmaro Sissoco Embaló illegaal is en dat volgens haar alleen vervroegde verkiezingen het land uit de crisis kunnen leiden.

 

Ex-minister-president en PAIGC-leider Domingos Simões Pereira verklaarde aan het begin van de week dat president José Mário Vaz betrokken is bij drugshandel. Hij noemt de uitgesproken wens van de president om persoonlijk de visvangst in de Guinese wateren te controleren "nogal verdacht", nooit eerder zou een president deze bijzondere verantwoordelijkheid op zich genomen hebben. Ook beschuldigde hij de regering van Úmaro Sissoco Embaló van een gebrek aan controle van de drugshandel in en via het land.

______________________________________________

zaterdag 18 februari 2017

In de  afgelopen week is er door meerdere internationale instituties met verontrusting op de voortgaande crisis in Guiné-Bissau gereageerd. Zo drong de VN er bij de leiders van het land op aan het Accoord van Conakry in praktijk te brengen en zij voegden zich wat betreft bij de oproepen van de CEDEAO, de Afrikaanse Unie en de Europese Unie. Ook de Veiligheidsraad sprak deze week over de situatie in het land en drong aan op het "nemen van passende maatregelen om de situatie onder controle te brengen."

 

 

 

Modibo Touré, de speciale afgezant van de VN voor Guiné-Bissau kondigde "een missie van hoog niveau" aan die gaat proberen de discussie tussen de politieke instituties vlot te trekken. Een toon van lichte wanhoop  en van verlies van geduld met Guiné-Bissau is in alle oproepen onmiskenbaar aanwezig. Ook wordt voortdurend gewezen op de desastreuze gevolgen van de crisis voor het onderwijs, de gezondheidszorg en de economische ontwikkeling.

 

 

Ex-minister-president Domingos Simões Pereira, partijleider en fractievoorzitter van de PAIGC, benadrukte maar weer eens dat volgens zijn partij de huidige regering illegaal is (ook andere, kleinere partijen deden die uitlating), zowel omdat de termijn van 60 dagen verstreken is, waarbinnen het regeringsprogramma door het parlement moet zijn goedgekeurd als vanwege het feit dat ze niet is samengesteld in overeenstemming met het Accoord van Conakry. Volgens dat accoord zou de minister-president iemand moeten zijn die door alle spelers geaccepteerd zou zijn.

 

Niettemin verklaarde minister-president Úmaro Sissoco Embaló dat hij er zeker van is dat het regeringsprogramma goedgekeurd zal worden en dat niemand een parlementssessie daartoe zal kunnen voorkomen.

 

______________________________________________

zondag 12 februari 2017

Bij zijn afsluitings-speech gisteren van het verzoenings-symposium in Bissau, met als eregast José Ramos-Horta (zie 27 januari op deze pagina) bestond president José Mário Vaz het om het parlement de schuld te geven voor de aanhoudende "politiek-institutionele crisis". De organisatie van het symposium in de persoon van pater Domingos de Fonseca en eregast José Ramos-Horta probeerden aan het eind toch nog wat positieve bewoordingen te vinden voor hetgeen zich had afgespeeld. Het parlementsbestuur klom echter meteen in de pen om haar verontwaardiging uit te spreken over het feit dat de president een verzoeningsbijeenkomst op deze, inmiddels van hem bekende manier, afsloot. Zij vond zijn  bijdrage "ongeschikt en ongepast" en "olie op het vuur" van het conflikt. Niets nieuws onder de zon dus.

 

 

Eerder deze week verklaarde José Ramos-Horta, die met alle politieke instituties gesprekken heeft gehad of nog zal hebben, dat de internationale gemeenschap zijn geduld met Guiné-Bissau begint te verliezen en dat sommige actoren er nu al genoeg van hebben. Hij vreesde dat de hulp aan het land daardoor gevaar zal lopen.

 

 

Het parlementsbestuur heeft deze week de parlementaire onschend-baarheid  van PAIGC-fractieleider Domingos Simões Pereira niet willen opheffen. Daarmee kan hij niet als getuige gehoord worden in de justitiele onderzoeken waarbij het Openbaar Ministerie hem wil betrekken ( zie 28 januari op deze pagina).

 

 

Minister-president Úmaro Sissoco Embaló heeft begin afgelopen week het regeringsprogramma aangeboden aan parlementsvoorzitter Cipriano Cassamá. Deze overhandigde hem daarop het parlementsreglement. Een goed verstaander..................

 

 

En eveneens in de afgelopen week verklaarde de secretaris-generaal van de VN, António Guterres, "diep verontrust" te zijn over de "voortgaande politieke crisis in Guiné-Bissau en de negatieve invloed daarvan op de stabiliteit van het land en haar socio-economische ontwikkeling".  

______________________________________________

vrijdag 3 februari 2017

 

Voor zover dat nog mogelijk was, is de zuurgraad van de verhouding tussen parlement en regering weer toegenomen. De minister-president, Úmaro Sissoco Embaló, deed de inbraak in het kantoor van de parlementsvoorzitter Cipriano Cassamá af als "cinema", m.a.w. niets van waar (zie 27 januari op deze pagina). Cipriano Cassamá houdt sinds de overval kantoor aan huis en dat bevalt de regering ook niet. Het parlementsvoorzitterschap brengt de inbraak in het parlementsgebouw in verband met het aanstellen van een nieuw beveiligingsapparaat voor het parlement door de minister van Binnenlandse Zaken. De minister-president verklaarde dat de beveiliging van president, regering en parlement een zaak van Binnenlandse Zaken is en niet van de instituties zelf.

Cipriano Cassamá heeft o.a. in verband met deze kwestie een bijeenkomst gehad in zijn  huis met de zogenaamde P5: vertegenwoordigers van CEDEAO, AU, EU, CPLP en VN.

 

Vanaf maandag j.l. wordt in Abbis Abeba/Ethiopie de jaarlijkse vergadering van de Afrikaanse Unie (AU) gehouden. Bij die vergadering is de president van Guiné-Conakry, Alpha Condé, die onlangs  als bemiddelaar van de CEDEAO heeft bijgedragen tot een vreedzaam vertrek van dictator Jammeh uit The Gambia, gekozen tot nieuwe voorzitter. Bij diezelfde  vergadering is de minister van Buitenlandse Zaken van Tsjaad, Moussa Faki Mahamad, tot nieuwe voorzitter van de African Union Commission - te vergelijken met de Europese Commissie - gekozen. Opvallende afwezige nu op deze AU - vergadering is "onze" president José Mário Vaz. De president, anders niet vies van een reisje, is mogelijk afwezig omdat hij vreest door de AU aangesproken te worden op het geen gevolg geven aan de afspraken die in Conakry onder voorzitterschap van de president van Guiné-Conakry, thans dus ook voorzitter van de AU, gemaakt zijn.

 

 _____________________________________________

zaterdag 28 januari 2017

Ex-minister-president Domingos Simões  Pereira (DSP), partijleider van de PAIGC, is opgeroepen door de Procureur-Generaal van de Republiek om op 2 februari a.s. als getuige gehoord te worden in de kwestie van aanschaf van kredieten tijdens zijn regering bij de Banco de Uniao (BDU) en de Banco de África Ocidental (BAO). Parlementsvoorzitter Cipriano Cassamá heeft echter nog niet ingestemd met het opheffen van de immuniteit van parlementslid DSP. Het Openbaar Ministerie maakte bovendien bekend dat DSP ook als getuige betrokken is bij andere kwesties: het veronderstelde wegsluizen van gelden bestemd voor herstelwerkzaamheden aan de ambassades van Guiné-Bissau in Belgie en Portugal en de uitlatingen van DSP dat president José Mário Vaz betrokken zou zijn bij de handel in vis, illegaal gekapt hout en "zwaar zand" uit Varela.

 

Minister-president Úmaro Sissoco Embaló verklaarde eergisteren dat zijn regering "tolerantie zero" zal hebben voor corruptie bij het beheren van de publieke zaak. Hij herhaalde de woorden van de president dat je moet werken als je geld wil verdienen. Het moest volgens hem maar eens afgelopen zijn met de ordeloosheid in het land en zijn regering zal de natie opruimen en zoals bij het opruimen van een huis "zal dat voor een aantal mensen ongemakkelijk zijn".

______________________________________________

vrijdag 27 januari 2017

 

In de afgelopen week is er ingebroken in het parlementsgebouw en zijn er uit de werkkamer van parlementsvoorzitter Cipriano Cassamá dossiers ontvreemd. Cipriano Cassamá hield in een verklaring de president en de minister-president verantwoordelijk voor de inbraak en de ontvreemding. I.h.a. wordt de actie beschouwd als een bevestiging van het enige tijd geleden door ex-presidentskandidaat Nuno Nabiam verspreide bericht dat de president en de minister-president het op de parlementsvoorzitter gemunt zouden hebben (zie 7 januari op deze pagina).

 

President José Mário Vaz verkondigde bij zijn nieuwjaarsreceptie, waarbij geen enkele PAIGC-gedeputeerde aanwezig was, dat parlementariers die niet werken geen salaris verdienen. Het zit hem hoog dat het parlement de  door hem geinstalleerde regeringen geen vertrouwen wil schenken en niet de gelegenheid wil bieden om in het parlement hun regeringsprogramma en de begroting voor te dragen voor discussie en parlementaire goedkeuring.

 

Van 8 tot 11 februari zal de VN in Bissau een symposium van nationale verzoening organiseren. Ere-gast zal zijn José Ramos Horta, Nobelprijswinnaar voor de vrede, ex-president van Oost-Timor en ex-afgevaardigde van de VN voor Guiné-Bissau. Ramos Horta zal in gesprek gaan met de verschillende instituties en de verzoeningservaringen in Oost-Timor met hen delen.

______________________________________________

zaterdag 21 januari 2017

 

foto: AFP

Gisteravond heeft de Gambiaanse dictator Yahya Jammeh via de staatstelevisie dan toch zijn vertrek bekend gemaakt. Internationale druk, i.h.b. de druk vanuit de regio West-Afrika (CEDEAO) heeft zijn diensten bewezen. Jammeh zal nu waarschijnlijk spoedig aangeklaagd worden vanwege misdaden en schending van mensenrechten, wat hij door aan te blijven had willen voorkomen.

______________________________________________

vrijdag 20 januari 2017

 

Gisteren is in de ambassade van the Gambia in  Dakar/Senegal de wettig gekozen president van the Gambia, Adama Barrow, ingezworen, nadat de verliezer bij de recente presidentsverkiezingen, dictator Yahya Jammeh, die het land al 22 jaar met ijzeren hand regeert, heeft nagelaten vrijwillig en vreedzaam afstand te doen van zijn positie vóór de deadline van 18 januari die door de CEDEAO en de internationale gemeenschap was gesteld. Senegalese troepen hebben inmiddels de grens met the Gambia overschreden.

In het noorden van Guiné-Bissau bevinden zich inmiddels duizenden Gambianen, die het land ontvlucht zijn uit angst voor een mogelijk gewapend treffen tussen regeringstroepen en troepen die loyaal zijn aan de dictator. De UNHCR heeft verklaard dat die vluchtelingen zich in een uitermate moeilijke situatie bevinden vanwege gebrek aan voedsel en gezondheidsvoorzieningen, die ook voor de daar wonende bevolking al ernstig onder de maat is.

Nederlanders die via the Gambia naar of van Guiné-Bissau willen reizen, een populaire route,  zij verwezen naar het reisadvies van Buitenlandse Zaken:

http://www.rijksoverheid.nl

"Senegalese troepen zijn Gambia binnengetrokken. Reis niet naar de stad Banjul. Reis alleen als het noodzakelijk is naar andere bestemmingen in Gambia. Bent u in Gambia? Verplaats u dan alleen als dit strikt noodzakelijk is, blijf zoveel mogelijk binnen en volg de ontwikkelingen. Houd rekening met de veiligheidssituatie. De noodtoestand blijft van kracht. Het vliegveld van Banjul is open maar kan plotseling worden gesloten."

 

van www. http://theguardian.com

"Troops enter the Gambia after Adama Barrow is inaugurated in Senegal  

Military action comes as west African states ramp up pressure on Yahya Jammeh to step down

West African troops have crossed the border into the Gambia as part of regional efforts to support the democratically elected president in a his lingering showdown with his predecessor, Yahya Jammeh.

“We have entered Gambia,” Colonel Abdou Ndiaye, a spokesman for the Senegalese army, wrote in a text message to Reuters on Thursday night, hours after Adama Barrow was forced to hold his inauguration as president in Dakar, the capital of Senegal.

The Nigerian military told the Guardian it was also deploying troops to Thethe Gambia as part of a “standby” Wforce assembled by the west African union Ecowas to enforce the result of the December election, which Barrow won. However, Ecowas announced late on Thursday that it would halt its military operation to give a final chance to mediation efforts.

A delegation of west African leaders – including the presidents of Liberia, Mauritania and Guinea – are expected to arrive in Gambia on Friday as part of a final mediation mission, Gambian state television said.

Holding a Qur’an and looking solemn, Barrow was sworn in at the Gambian embassy in Dakar, where he has spent the past few days, and delivered his inaugural speech as president. “This is a day no Gambian will ever forget,” he told a crowd of officials and diplomats. “This is the first time since the Gambia became independent in 1965 that the Gambia has changed the government through the ballot box.”

Jammeh, who ruled the west African nation for 22 years and tried to extend his tenure despite losing to Barrow, is still in State House in the capital and is attempting to make a last-minute deal to ease his way out, according to sources close to the government. Earlier this week, he imposed a state of emergency in a final attempt to hang on to power.

Nevertheless, celebrations in the Gambia began as soon as Barrow had made his speech, with drivers beeping their horns in elation and people leaning out of car windows, waving their arms, in scenes reminiscent of the outpouring of joy after the election result was announced. Jammeh rejected it a short time later.

Significantly, Barrow called on the UN to enforce his electoral win. “I hereby make a special appeal to Ecowas, AU [African Union] and the UN, particularly the security council, to support the government and people of the Gambia in enforcing their will, restore their sovereignty and constitutional legitimacy,” he said.

Soon after Barrow’s speech, the UN security council unanimously backed a resolution that called “upon the countries in the region and the relevant regional organisation to cooperate with President Barrow in his efforts to realise the transition of power” – a statement that lent weight to Barrow but stopped short of explicitly sanctioning military intervention

When the president of Mauritania arrived in the country on a final mediation mission on Wednesday night, Jammeh demanded that Barrow’s inauguration be delayed and that he be allowed to return to his farm in the Gambia, according to diplomatic sources. The sources also said Jammeh asked that Ecowas, the regional body that has been leading negotiations for the past month, be replaced as a mediator.

However, it is highly unlikely that Jammeh will be allowed any of these concessions except a safe haven. One senior member of the coalition told the Guardian last month that Jammeh had “bunkers and treasure” at the farm and would start an insurgency if he were allowed to go back.

Barrow offered an olive branch to the country’s military, which has changed its allegiance several times over the past month, with the chief of defence staff saying most recently that as Jammeh paid his salary, he answered to him. “I call on all civilian and military personnel of the state to support my presidency, since it is built on a constitutional foundation,” Barrow said. “They are assured that they will not be subjected to any injustice or discrimination but will be provided with better working conditions and terms of service.”

Ecowas warned on Thursday night that it would resume its military advance on Friday if Jammeh refused to cede power. Marcel de Souza, head of the Ecowas commission, told reporters that it was out of the question that Jammeh would be allowed to remain in the country.

Halifa Sallah, the spokesman for Barrow’s coalition, said he expected Jammeh to change his defiant position when he saw that the military were no longer with him, which he thought would happen imminently. “Once the international community recognises Barrow, Jammeh will realise that he does not have legitimacy, and governability is also an impossibility, so he may decide to leave,” he said.

The Nigerian foreign minister, Geoffrey Onyeama, who was involved in mediation efforts, said: “There’s a bottom line. There’s a new president. He has to leave power. Ecowas is ready to take steps to ensure that the elected president is able to assume his mandate. The new president will have his say. He might not want necessarily to ride into Banjul on the tank of a foreign country.”

Earlier on Thursday, before the post-inauguration celebrations, an eerie quiet descended on the country as thousands of Gambians waited to see what would happen. Hiding in their homes, many had spent the previous day stocking up on supplies and queuing at banks for cash.

Only a few tourists ventured out into the deserted streets, and hundreds of British holidaymakers were flown home on Wednesday amid chaotic scenes at the airport.

Human rights groups said Barrow had made many vows that he now had to deliver. “We must not forget the big promises Adama Barrow has made to free political prisoners, remove repressive laws and bring Gambia back to theinternational criminal court,” said Amnesty International’s Sabrina Mahtani.

As well as the knock to the tourism industry, a vital source of revenue for the Gambia, Barrow will have to deal with an unfolding humanitarian situation just over the border: 25,000 people, half of them children, have fled the country in recent days.

Not everyone was on their way out of the country, however. One of Africa’s most famous writers, Ngugi wa Thiong’o, was in the Gambia for the inaugural Mboka festival of arts and stayed despite the evacuations. He said that events in the tiny west African nation had a much wider resonance for the continent. “It’s very important for Africa. There is a sense that everyone is rooting for Gambia to go through this transition,” he said."

_____________________________________________________________________
zaterdag 14 januari 2017

 

Vanaf 28 maart a.s.  zal de Portugese luchtvaartmaatschappij TAP ook op maandag Lissabon-Bissau v.v. vliegen. Op 1 december j.l. had de TAP deze vluchten al hervat op de dinsdag en de vrijdag, nu komt er dus de maandag bij. De vluchttijden zijn: Lissabon - Bissau vertrek 19.20 - aankomst 22.45; Bissau - Lissabon vertrek 23.45 - aankomst de volgende morgen 05.00. Daarmee is men driemaal per week in 7 uren reizen van Amsterdam in Bissau v.v.

Eind vorige week gooide president José Mário Vaz olie op het vuur van het "institutionele conflikt" door na een diner met de minister van Binnenlandse Zaken, de PAIGC-dissidente Botche Candé, te beweren dat de aanleiding tot de crisis gelegen was in het feit dat onder de regering van Domingos Simões Pereira, ongeveer 95.000.000 euro belastinggeld was weggesluisd. En daarom  had hij die regering in augustus 2015 naar huis gestuurd.

van  http://www.jeuneafrique.fr

Le président bissau-guinéen José Mario Vaz a affirmé que quelque 100 millions d'euros de recettes fiscales avaient été détournés sous son ex-Premier ministre Domingos Simoes Pereira, dont le limogeage est à l'origine de la crise politique traversée par le pays. 

« C’est triste, c’est comme si ce pays avait été envoûté. Ce sont 62 milliards (environ 95 millions d’euros) qui ont été détournés », a déclaré M. Vaz vendredi soir lors d’une réception offerte par le ministre de l’Intérieur, Botché Candé.

Selon lui, ce sont de telles pratiques qui l’ont conduit à limoger en août 2015 le gouvernement de M. Pereira, chef du Parti africain pour l’indépendance de la Guinée et du Cap-Vert (PAIGC, au pouvoir), auquel tous deux appartiennent.

Sollicité par l’AFP, l’entourage de M. Pereira n’a pas souhaité réagir dans l’immédiat.

« Quand j’ai dénoncé pour la première fois la corruption dans l’appareil d’Etat, des gens m’ont reproché de n’avoir présenté aucune preuve. Je ne me suis pas précipité car chaque chose en son temps », a ajouté le président.

« Aujourd’hui, les preuves existent », a déclaré M. Vaz, visiblement en colère, qui avait apporté un volumineux dossier dans lequel se trouvaient selon lui des justificatifs, sans indication sur leur provenance.

« Où sont passées les recettes des douanes et des impôts qui en temps normal, rapportent 4 à 5 milliards de FCFA (6 à 7,6 millions d’euros, NDLR) par mois? » a-t-il insisté.

« Les auteurs de ces malversations doivent répondre de leurs actes. Même le président doit répondre devant la justice », a poursuivi M. Vaz, soulignant qu’une commission anticorruption avait été créée.

Un nouveau Premier ministre désigné en novembre pour sortir de la crise politique, Sissoco Embalo, a prêté serment avec son gouvernement le 13 décembre, mais le PAIGC l’a rejeté comme ses prédécesseurs, accusant M. Vaz d’avoir violé l’accord de Conakry.

Cet accord, signé le 14 octobre sous l’égide du chef de l’Etat guinéen Alpha Condé, dans le cadre d’une médiation des Etats d’Afrique de l’Ouest, prévoyait une « procédure consensuelle » pour choisir un Premier ministre « ayant la confiance du président » devant rester en place jusqu’aux élections législatives de 2018.

Selon la Constitution, le choix du Premier ministre revient au parti majoritaire.

Or, le PAIGC ayant perdu sa majorité absolue de 57 sièges sur 102 à la suite de la fronde de 15 députés, M. Vaz veut s’appuyer sur une majorité alternative, constituée des 41 députés du Parti de la rénovation sociale (PRS), deuxième formation parlementaire, et des 15 frondeurs.

De PAIGC heeft sancties getroffen regen de minister van Binnenlandse Zaken Botche Candé en tegen nog tien andere partijleden die deel uitmaken van de huidige regering. Hen wordt 8 of 4 jaren het lidmaatschap van de partij ontnomen.

___________________________________________________

zondag 8 januari 2017

 

Gisteravond overleed op 92-jarige leeftijd de Portugese ex-president Mário Soares; hij stond uiterst gedreven, strijdbaar, idealistisch, realistisch, innemend en overtuigend aan de wieg van de democratie in Portugal en van de dekolonisering van Portugeestalig Afrika. Hij heeft een indrukwekkende positieve rol gespeeld in de recente geschiedenis van Portugal en Afrika.

Bij het overlijden van Mário Soares:

van:  http://www.deccanchronicle.com

Lisbon: Portugal's former president Mario Soares, widely seen as the father of the country's modern-day democracy, died Saturday aged 92 a fortnight after being admitted to hospital.

The founder of Portugal's Socialist party, Soares spent decades in politics and spearheaded the country's entry into the European Union. He was president from 1986 to 1996 after serving as foreign minister and prime minister, and later became a European lawmaker.

Portugal declared three days of national mourning from Monday and his state funeral will be held Tuesday, the presidential office told AFP.

"We have lost today someone who has so many times been the face and the voice of our freedom, for which he fought all his life," said the country's current prime minister and fellow Socialist Antonio Costa.

Soares had been admitted to hospital in Lisbon on December 13, and although his condition initially showed signs of some improvement, he later fell into a deep coma from which he never recovered.

The hospital did not reveal the precise cause of Soares's death, but relatives say he never fully overcame a spate of illnesses in 2013. His health further deteriorated after his wife's death in July 2015.

The new United Nations secretary-general, ex-Portuguese premier Antonio Guterres, hailed Soares as "one of the rare political leaders who had real stature in both Europe and the world."

Former Brazilian president Dilma Rousseff said that Soares was "adored by the people and respected by his adversaries."

'Fighter for freedom'

Born in Lisbon on December 7, 1924, Mario Alberto Nobre Lopes Soares was raised in a family opposed to the dictatorship of Antonio Oliveira Salazar.

His father Joao Soares, a defrocked priest, struggled against the regime for decades, suffering long periods of imprisonment and exile.

Reassuringly portly, Mario Soares was both a charmer and a humanist known for being spontaneous and warm.

A self-defined agnostic, Soares said he believed in "humanity and its improvement", and described himself as being driven by "a great desire to live and by immense curiosity".

"I am a poor man who has been fortunate to have taken stands and to have been right," he told the "i" newspaper in February 2015.

His biggest achievement as premier was negotiating Portugal's entry in 1986 into the European Economic Community, the precursor to the European Union.

Several politicians, including Costa and President Marcelo Rebelo de Sousa, had visited Soares in hospital in recent weeks and news of his death brought emotional tributes from all political sides.

"He was a fighter for freedom," said conservative leader Rebelo de Sousa, adding that Portugal must fight for "the immortality of his legacy".

"It is a sad day for all Portuguese," added the head of the centre-right opposition Pedro Passos Coelho.

There was also sorrow on the streets of Lisbon on Saturday.

"His death saddens me. Even in his old age, he was someone who said what he thought," said Paula Cabecadas, a 60-year-old bookseller.

"For me he was like a dinosaur: this huge figure from the past who will be hard to match in the future," said 22-year-old student Miguel Pinto.

Critic of austerity

On the international stage, Soares was also seen as a political giant, "a great European" and the "decisive figure for Portuguese democracy," said Spanish Prime Minister Mariano Rajoy.

Soares was "the symbol and the artisan of resistance to the dictatorship and the transition of his country to democracy," said European Commission chief Jean-Claude Juncker.

French President Francois Hollande said Portugal's democracy had lost "one of its heroes; Europe, one of its great leaders; and France, a faithful friend".

European Parliament head Martin Schulz described Soares as "more than historical figure: he's an inspiration. He advanced freedom, equality and dignity."

While Soares retired from public life for several months after a crushing presidential election defeat in 2006, he appeared regularly in the media to comment on current affairs.

He emerged as a fierce critic of the steep spending cuts Portugal was forced to implement under a 78-billion-euro bailout deal reached in 2011 with the EU and IMF to avert bankruptcy.

Soares accused big European nations at the time of being guided by "savage capitalism".

He made a final public appearance in July, when he attended a ceremony held in his honour by the ruling Socialist-led government.

_________________________________________________________

zaterdag 7 januari 2017

De eerste week van het jonge jaar heeft de nieuwe regering, die nog steeds door 4 in het parlement vertegenwoordigde partijen - een forse meerderheid - niet erkend wordt, alle regionale gouverneurs ontslagen als mede alle administratieve en financieel directeuren van de ministeries. De meeste ontslagen gouverneurs en ambtenaren maken deel uit van de grootste partij PAIGC die in juni 2014 de verkiezingen won. Er zijn nog geen nieuwe functionarissen benoemd.

Ook deze week werd Nuno Nabiam, de tegenstander van president José Mário Vaz bij de verkiezingen van juni 2014,  gehoord door de Procureur Generaal van de Republiek i.v.m. zijn uitlatingen (zie december 2016) over het voornemen van de regering om parlementsvoorzitter Cipriano Cassamá in hechtenis te nemen. Namens het parlement werd in dit verband bekend gemaakt dat zij over "duidelijke aanwijzingen" beschikt dat de president en de regering inderdaad dat voornemen hebben.

 





 

                                     Guiné-Bissau

                                                                  feiten,  ervaringen en beelden