laatst bijgewerkt: 24 december 2015

_________________________________________

24 december 2015

Gisteren is het door de regering ingediende regeringsprogramma door het parlement verworpen. Het kreeg niet de vereiste meerderheid van tenminste 52 stemmen. Slechts 45 leden stemden ten gunste van het programma. Alle overige onthielden zich van stemming. Natuurlijk wordt er gesproken en gespeculeerd over het verraad van een aantal PAIGC-leden die zich van stemming hebben onthouden waar het ging om een PAIGC- regeringsprogramma, dat eerder in zijn totaliteit door de regering van Domingos Simões Pereira was ingediend en unaniem door het parlement goedgekeurd. De minister-president Carlos Correia, die het verlies met zijn gebruikelijke nuchterheid opnam, heeft nu 15 dagen de tijd om een nieuw voorstel in  te dienen.

______________________________________

15 december 2015

Gisteren zou de behandeling van het regeringsprogramma door het parlement zijn begonnen, maar deze werd 24 uur uitgesteld omdat parlementsvoorzitter Cipriano Cassamá gisteren naar het buitenland moest voor medische behandeling. Als het goed is, is vandaag de bespreking begonnen onder voorzitterschap van de vice-voorzitter Inácio Correia. Partijleider en ex-minister-president Domingos Simões Pereira maakt sinds gisteren deel uit van de PAIGC-fractie in het parlement.

__________________________________________

13 december 2015

De dictator van buurland The Gambia, president  Yahya Jammeh, berucht om zijn schending van mensenrechten (o.a. vervolging en gevangenneming van homoseksuelen) en goede vriend van president José Mário Vaz, heeft eergisteren het tot dan seculiere land tot "islamitische staat" verklaard.

 

 

van http://www.reuters.com:

Gambia's President Yahya Jammeh on Friday declared the formerly secular country an Islamic republic in a move he said was designed to distance the West African state further from its colonial past.

The tiny sliver of a country, named after the river from which British ships once allegedly fired cannonballs to fix its borders, joins the ranks of other Islamic Republics such as Iran and Afghanistan.

"In line with the country's religious identity and values, I proclaim Gambia as an Islamic state," said Jammeh on state television. "As Muslims are the majority in the country, the Gambia cannot afford to continue the colonial legacy," he added.

Gambia's population of 1.8 million people is 95 percent Muslim. He said that other citizens of other faiths would still be able to practice.

Jammeh, an animated orator who has earned the reputation for making surprise declarations over the course of his 21-year presidency, pulled Gambia out of the Commonwealth in 2013, calling it neo-colonial. In 2007, he claimed to have found a herbal cure for AIDS.

Despite strong commercial ties with Britain and other European countries whose citizens are regular visitors to Gambia's white-sand beaches, relations with the West have deteriorated in recent years.

The European Union temporarily withheld aid money to the country last year over Gambia's poor human rights record. Gambia, whose main industries are agriculture and tourism, ranks 165 out of 187 countries on the U.N. development index.

"Starved of development funds because of his deplorable human rights record and economic mismanagement, Jammeh is looking toward the Arab world as substitute for and source of development aid," said blogger Sidi Sanneh, a former foreign minister who has become a U.S.-based dissident.

(Writing by Emma Farge; Editing by James Dalgleish)

 

Eergisteren heeft minister-president Carlos Correia het regeringsprogramma 2014-2018 aan de voorzitter van het parlement Cipriano Cassamá overhandigd. Het is hetzelfde programma dat in september 2014 unaniem door het parlement werd aangenomen. Vanaf morgen wordt het programma in het parlement behandeld.

______________________________________

8 december 2015

Na protesten van o.a. de Guinese Liga van de Mensenrechten, de voorzitter van de Nationale Raad van Sociale Communicatie en een gesprek van de PGR met de directie van de staatsradio, is het verbod op uitzending van het radioprogramma "Cartas na Mesa" opgeheven.

______________________________________

7 december 2015

De onlangs door president José Mário Vaz benoemde nieuwe PGR (Procureur Generaal van de Republiek) António Sedja Man (zie hieronder bij 29 november) heeft eind vorige week het kritische discussieprogramma Cartas Na Mesa (Kaarten op Tafel) van de staatsradio RDN "tijdelijk opgeheven". ___________________________________________________

29 november 2015

President José Mário Vaz (JOMAV) heeft de afgelopen week twee belangrijke functionarissen vervangen: de PGR (Algemeen Procureur van de Republiek) en de voorzitter van de Rekenkamer. De eerste is in ongenade gevallen vanwege de uitspraak door het Hooggerechtshof dat de benoeming door de president van Baciro Djá als minister-president ongrondwettelijk was en de tweede functionaris wordt hoogstwaarschijnlijk door JOMAV gevreesd omdat deze onlangs een verslag over de uitgave van de publieke middelen in 2009 en 2010 naar het parlement heeft gezonden, er zijn toen miljoenen euro's "kwijtgeraakt", in die periode was JOMAV minister van Financiën. Er wordt al langer verondersteld dat veel "kwijtgeraakt" geld niet zozeer kwijt was maar is besteed voor grote privé-uitgaven van JOMAV zelf.

Het parlement is via een speciale onderzoekscommissie de beschuldigingen en verdachtmakingen van JOMAV aan het adres van minister-president Domingos Simões Pereira en zijn regering, waarmee hij het ontslag van die regering op 12 augustus j.l.  rechtvaardigde, aan het onderzoeken. JOMAV heeft tot nu toe niet gereageerd op het verzoek van die commissie om zijn uitlatingen te onderbouwen.

_______________________________________

21 november 2015

De meerderheidspartij PAIGC heeft gisteren Baciro Djá, die in augustus dit jaar 48 uur minister-president was, maar wiens benoeming door het Hooggerechtshof al snel als ongrondwettelijk werd verklaard, uit de partij gestoten, omdat hij zich door het accepteren van de functie - hem aangeboden door president José Mário Vaz - niet aan de partijstatuten heeft gehouden (zie ook 20 augustus op deze pagina). Drie andere partijleden zijn tijdelijk geschorst omdat ze bereid zijn geweest van die ongrondwettelijke regering deel uit te maken.

Vorige week is ex-opperbevelhebber José Zamora Induta inderdaad vrijgelaten (zie 12 november op deze pagina). Na zijn vrijlating verklaarden leden van het advocatencollectief dat hem verdedigde opnieuw dat ze per telefoon en sms met de dood bedreigd zijn.

_________________________________________________________

12 november 2015

Het Hooggerechtshof heeft gisteren de onmiddellijke vrijlating gelast van ex-opperbevelhebber José Zamora Induta, die sinds 22 september dit jaar in preventieve hechtenis zit in de kazerne van Mansoa. (zie op deze pagina 24 september, 8 oktober en 23 oktober)

__________________________________________

6 november 2015

Sinds 1 november hebben de grote mobiele telefoonproviders van Guiné-Bissau hun nummers met twee cijfers uitgebreid. Aan Orange-nummers, de nummers die met 5 begonnen,  moet je nu aan de voorkant 95 toevoegen en aan MTN-nummers, die met 6 begonnen, 96. Ik heb inmiddels ervaren dat ik nu niemand meer kan bereiken.

Vanwege zeer matige internetverbinding hier in New Delhi is het de laatste tijd vrijwel onmogelijk om aan deze site te werken. Langere teksten en foto's zijn niet te plaatsen.

______________________________________

31 oktober 2015

 foto: Hemant Joshi

Donderdag j.l. werd president José Mário Vaz begroet door minister-president Narendra Modi. Modi stelde in een onderhoud met José Mário Vaz en minister van Buitenlandse Zaken Artur Silva tientallen miljoenen dollar  - hoeveel tientallen miljoenen, daarover is de informatie op internet niet eenduidig - ter beschikking aan Guiné-Bissau voor 3 grote projecten op het gebied van de rijstproductie, duurzame energie en jeugdwerk-gelegenheid. 

 

Eveneens donderdag j.l. werd de slotbijeenkomst van de India/Afrika top gehouden. Ik neem een analyse van de ontmoeting door www.rfi.fr over:

Inde-Afrique: Un partenariat renouvelé

Par Tirthankar Chanda

Fin du troisième sommet Inde-Afrique. Narendra Modi a donné une nouvelle impulsion à ce partenariat qui piétinait depuis quelques années.

Ce troisième sommet Inde-Afrique, qui s’est terminé le 29 octobre, a été un triomphe pour le Premier ministre indien Narendra Modi. Son principal succès est d'avoir su donner une nouvelle impulsion à des relations Inde-Afrique qui piétinaient depuis quelques années, faute de direction et d’implication politique de la part du parti du Congrès au pouvoir jusqu’à 2014 mais plongé jusqu’au cou dans des affaires de corruption.

Narendra Modi a changé le format de cette rencontre au sommet en invitant tous les pays africains sans exception, alors que jusqu’ici l’Inde respectait à la lettre le principe de la Formule de Banjul et n’invitait qu’un nombre limité de pays, suivant en cela les recommandations de l’Union africaine. Ce changement de format en dit long sur l’ampleur de l’ambition africaine de l’Inde. Il en a été d’ailleurs question à la conférence de presse de clôture où le haut fonctionnaire indien chargé des questions africaines a parlé de «changement qualitatif » dans l’engagement africain de l’Inde. Il a parlé aussi de « rencontre historique ».

Le sommet a par ailleurs adopté une Déclaration politique et un document cadre de coopération stratégique. Ces documents disent la philosophie de partenariat mutuellement bénéfique sur laquelle l’Inde souhaite fonder son engagement en Afrique.

La Chine, grande rivale de l'Inde en Afrique

Or philosophie n’empêche pas realpolitik. L’Inde est en compétition avec la Chine et le Japon pour les ressources du continent africain tout comme pour la captation du marché intérieur de l’Afrique pour leurs produits. Or les échanges indiens avec l’Afrique s’élèvent à 70 milliards de dollars contre seulement 3 milliards en 2000. C’est une croissance impressionnante, mais 70 milliards est peu par rapport aux 210 milliards que représente le chiffre d’affaires du commerce sino-africain. Les investissements indiens en Afrique s’élèvent à quelque 50 milliards, alors que les investissements chinois sont loin devant. Les deux pays sont des pays émergeants. Pour le développement de leur industrie, ils ont tous les deux besoins de matières premières.

Pour l’Inde, cet engagement est aussi politique. Ce grand pays de plus d'un milliard d'habitants, qui veut entrer au Conseil de sécurité de l’ONU, a besoin du soutien des africains pour y arriver. Dans les différents discours que Modi et ses ministres ont prononcés devant les délégations africaines, l’injustice de l’architecture stratégique mondiale est revenue de manière systématique. Pour autant, ce n’est pas sûr que lorsque la question va se poser, les pays africains veuillent se mobiliser pour l’Inde, comme on l’a vu en 2006 lorsque les Africains ont voté pour la candidature japonaise pour un siège de membre non-permanent au Conseil de sécurité. 

Prêts et dons

D’où le souci des Indiens d’inscrire leurs relations avec les Africains dans une vision à long terme. Modi était toutefois attendu aux tournants sur les questions de lignes de crédit, d’aide, d’alliances en matière de climat. L’Inde donne aux Africains des prêts aux taux concessionnels qui sont utilisés pour la mise en place des projets réalisés en coopération avec les sociétés indiennes. Le montant cumulé des prêts accordés par l’Inde depuis 2008 s’élève à 7, 4 milliards de dollars.

Le Premier ministre indien a annoncé l’octroi de nouveaux prêts de 10 milliards de dollars sur 5 ans, soit le doublement des crédits par rapport au dernier sommet en 2011. Parallèlement, le montant de dons est tombé de 1,2 milliards à 600 millions de dollars. La partie du discours du Premier ministre indien consacrée au doublement des bourses, qui passent de 25 000 à 50 000 pour les cinq ans à venir, a été particulièrement applaudie. C’est une des conséquences concrètes du sommet qui sera suivie avec intérêt par les étudiants africains. Ceux-ci ont pris l’habitude de venir faire des études supérieures dans les universités indiennes. C’est moins cher qu’en Europe.

Enfin, l’Inde et l’Afrique ont profité de ce sommet pour annoncer leur désir de lutter ensemble contre le réchauffement climatique. Les différentes administrations sont en train de travailler pour pouvoir présenter des positions communes au sommet de Paris, notamment sur la question de la création d’une agence internationale pour la promotion de l’énergie solaire.

Prochaine étape : 2020

Le prochain sommet Inde-Afrique se tiendra en 2020, « pour nous donner le temps d’assimiler toutes les implications de cette nouvelle direction que le Premier ministre vient de donner à notre partenariat », a déclaré à la conférence de presse de clôture le haut fonctionnaire indien Navtej Sarna, chargé des affaires africaines.

______________________________________

28 oktober 2015

Maar hij is er wel ! Ik bedoel president José Mário Vaz in New Delhi. Gistermorgen om 02.00 uur aangekomen om precies te zijn. Minister van Buitenlandse Zaken Artur Silva vergezelt hem. En morgen al weer terug, zal het ergens goed voor zijn vraagt men zich wel eens af. Ongeveer een kwart van de deelnemers is staatshoofd (waaronder 2 koningen: die van Marokko en die van Swaziland),  de overige deelnemers zijn minister van Buitenlandse Zaken.

__________________________________________

27 oktober 2015

Vanmorgen vond in New Delhi de eerste vergadering plaats van de India/Afrika-top. Het heeft er overigens alle schijn van dat president José Mário Vaz toch niet hier is. Meerdere Afrikaanse landen zijn overigens niet vertegenwoordigd door hun president maar door de minister van Buitenlandse Zaken, maar ook de minister van Buitenlandse Zaken Artur Sanha lijkt hier niet te zijn. Anyway, de ontmoeting is geopend door de Indiase minister van Buitenlandse Zaken, mevrouw  Sushma Swaraj, en hier volgt haar openingsrede:

 

Statement by External Affairs Minister at Ministerial Meeting of Third India-Africa Forum Summit (October 27, 2015)

 

Excellencies,

I would like to extend a very warm welcome to all of you. We are grateful that all of you accepted our invitation to be here today. Your participation in this India-Africa Summit makes this very special. Your participation is also a testament to the close friendly ties between India and Africa.

Our longstanding ties originated in maritime links thousands of years ago. We have also had the common experience of a colonial past and have been united in our solidarity to resist colonialism. In recent decades, we have worked together to demand a more just and fair international political and economic order.

The Indian Diaspora of about 3 million in Africa forms an important link between our countries. They have worked together with their African brethren in opposing colonialism in the past and are today working for economic development in their home countries. We are proud that India and Africa represent rapidly growing economies with demographic advantages and are building on their longstanding partnership.

Excellencies,

This is the Third India-Africa Forum Summit. We have gained some experience of engagement in this format. We now know what works and what doesn’t.

Most importantly, we have heard what you have been telling us, of how we can pool our strengths and use our talents and experience to respond more effectively to your needs.

We are committed to a people-centric approach which focuses on capacity building, human resource development and technical and financial support for our mutually agreed priorities. In the past seven years, a total of 40,000 scholarships have been provided by Government of India to Africa. Since the Second India-Africa Forum Summit in 2011 alone, the figure stands at over 24,000 scholarships.

Our scholarships and training programmes have spanned more than 300 training programmes in over 60 reputed institutions. In addition, we have given higher education scholarships at various universities and distance learning through the Pan Africa e-network. Through these programmes, we have endeavoured to develop African capabilities in areas ranging from marine hydrography to renewable energy, and from rural development to cyber security.

We are very happy to host African students in India. They enrich our cultural fabric and contribute to mutual learning and understanding. I am also certain that they are valuable assets for African countries in their quest for development when they go back. The bonds of friendship that they develop in India further add to our age-old people-to-people ties.

We have also utilised the vehicle of Lines of Credit to foster economic and infrastructural development in Africa. In the last decade, a total of almost 9 billion US dollars in concessional credit has been approved for nearly 140 projects in more than 40 African countries and ECOWAS by Government of India. So far, nearly 60 projects have been completed.

These projects range from agriculture in Burkina Faso and Madagascar to road transportation in CAR and Senegal; and from railway rehabilitation in Angola and Benin to sugar industry rehabilitation in Ethiopia and Sudan.

Excellencies,

Today, India is rising, and so is Africa. We are the most rapidly growing developing economies in the world. We are very happy to note the intensification of India-Africa economic engagement in recent years. Our bilateral trade has multiplied 20 times in the last 15 years and doubled in the last five years to reach nearly 72 billion US dollars in 2014-2015.

India was among the first emerging economies to unilaterally put in place a duty-free market access scheme for LDCs. In 2014 we expanded this scheme to now include 98% of tariff lines. The benefits of this scheme extend to 34 African countries to increase their exports to India.

There is growing investment by Indian companies in Africa in a range of sectors, such as telecommunications, hydrocarbons, agriculture, manufacturing, IT, water treatment and supply, drugs and pharmaceuticals, coal, automobiles, floriculture and textiles. Such investment brings in capital and technology, and assists value addition and industrialisation.

It also leads to diversification of economic activity and most importantly generates employment and skill development for local populations.

We also have strong on-going cooperation through training and negotiations on global trade issues, including at WTO to protect and promote the legitimate interests of developing countries, especially the LDCs.

Our Trade Ministers met here in New Delhi last week. This provided a useful opportunity to discuss ways to expand our economic and commercial cooperation.

Earlier, the Third Meeting between India and the eight Regional Economic Communities of Africa was held in New Delhi in August 2014.

India and the RECs have the potential to work together to enhance cooperation in various areas including human resource development, capacity building and regional projects.

Excellencies,

This Summit takes place at a time of momentous developments in the international arena. 2015 has been a landmark year for global issues. Just last month the international community adopted a set of Sustainable Development Goals as part of the broader 2030 Agenda for Sustainable Development at the UN General Assembly.

India and Africa have worked together to develop a common understanding of our core priorities for an inclusive economic growth to eradicate poverty and allocate adequate resources for sustainable development.

Financing for Development, on which the 3rd International Conference was hosted in Addis Ababa is a critical aspect that will determine the success of our efforts.

We have also watched with interest the adoption of the Agenda 2063 in June this year by the African Union, which provides a clear roadmap for the future. Our similar and shared experiences and struggles translate into similar scale of challenges and concerns, both at the level of national priorities and collective interests in an increasingly globalised world.

There is considerable synergy between the priorities being pursued by the Government of India and Africa’s Agenda 2063.

In the past, the solidarity between India and Africa was vital to defeat the forces of colonialism. Today, India and Africa are engaged in an equally vital struggle - the struggle to eliminate poverty and uplift our people.

All of us are working to ensure provision of healthcare, education, employment, access to modern energy services, infrastructure, and connectivity between resources and markets. The similarity of our priorities and shared purpose provide special strength and context to our partnership.

Providing universal access to primary healthcare and battling diseases are particularly urgent priorities for both India and Africa.

Ensuring access to affordable and quality medicines and treatment is an important area of our cooperation. We recognise the value of training of doctors and healthcare personnel, including through tele-medicine utilising modern technology, the use of affordable generic medicines, promoting the use of traditional medicines and their regulatory procedures.

Over the last several years, India has been an active participant of the international efforts to meet the challenges posed by pandemics, including Ebola and HIV/AIDS in Africa.

The Pan African e-Network project links a large number of super-speciality hospitals in both India and Africa.

Our cooperation extends to other areas as well. These include agriculture, education and skills development, energy and infrastructure, science & technology among others.

Blue or Ocean economy, maritime security and counter-terrorism are also areas where we need to focus more.

An ancient African proverb says it takes a whole village to raise a child. And nothing is more important in the village than the role of mothers. Both India and Africa greatly value and are committed to work together to promote gender equality and empowerment of women. The African Union is celebrating this year as the Year of Women Empowerment. In India too, we have taken several measures to further protect and promote women’s rights.

Our flagship programme Beti Bachao Beti Padhao is a nation-wide campaign to increase awareness on celebrating the girl child and enabling her education. This is another area where we can collaborate further.

Excellencies,

In a month’s time, the international community will gather in Paris to conclude an ambitious agreement to combat climate change. Our negotiators are cooperating closely in Bonn currently. We look forward to finalising an ambitious and comprehensive climate change agreement based on the principles of equity and common but differentiated responsibility.

The challenge of global warming can only be addressed adequately through technological solutions and financial resources to manage the transition.

The developing countries, while undertaking ambitious actions on their own, need to be assisted to mitigate climate change and to adapt and adjust to its impact. India and Africa have shared concerns and interests in this regard.

The Paris meeting on Climate Change will be closely followed by the 10th Ministerial Meeting of the WTO in Nairobi.

The international trade regime is another very important aspect that shapes the possibilities for promotion of improved livelihoods and standards of living in our countries.

We have noted with interest, the recent announcements regarding the signing of a Tripartite Free Trade Agreement and the launch of negotiations for the creation of a Continental Free Trade Agreement in Africa. These are important developments and will stimulate further trade and investment.

India and Africa have also cooperated with other partners, including third countries and international groupings and institutions, on certain capacity building projects. The special concerns and priorities of the Least Developing Countries, Landlocked Developing Countries and the Small Island Developing States relating to economic and development needs and protection against vulnerabilities, require collective action by the international community. In 2014, India and Africa actively participated in and endorsed the outcomes of the 2nd UN Conference on Landlocked Developing Countries held in Vienna; the Ministerial Conference on LDCs held in Benin and the 3rd UN Conference on SIDS held in Samoa. I am sure that we will continue to work together in promoting the interests of the LDCs, LLDCs and SIDS as part of their partnership.

Excellencies,

We have just celebrated the 70th year of the establishment of the United Nations. Although Indians and Africans comprise nearly 2.5 billion people, our nations continue to be excluded from appropriate representation in the institutions of global governance.

Unless we put in place more democratic global governance structures, the more equitable and just international security and development frameworks that are essential for the collective peace and prosperity of this planet, will continue to elude us. There can no longer be pockets of prosperity in vast areas of underdevelopment and insecurity.

India and Africa can no longer be excluded from their rightful place of the permanent membership of the UN Security Council. How can we expect legitimacy from a governance structure that excludes the entire African continent and a country, which represents one-sixth of humanity? The 70th session of the UN General Assembly is an opportune moment to achieve concrete results on this long pending issue. We welcome the progress achieved during the 69th session of the UNGA under the leadership of H.E. Mr. Sam Kutesa towards commencing text-based negotiations. We look forward to working together in an active negotiating process to take this forward.

UN peacekeeping is another area where India and Africa have a long history of cooperation.

Over 180,000 Indian troops have participated in UN peacekeeping missions - more than from any other country. At the Leader’s Summit on Peacekeeping in New York last month, Prime Minister Modi had announced that India will further scale up its participation in UN peacekeeping operations, including by providing training for African peacekeepers at our facilities in India and in the field.

Our all-female Formed Police Unit to the UN Mission in Liberia, a first in UN history, has proved to be an inspiration for women everywhere.

However, the new international security environment and the evolving nature of conflicts are posing new challenges to the effectiveness of traditional peacekeeping missions.

Greater involvement of the Troop Contributing Countries in the decision making process, including formulation of mandates and provision of adequate resources, is essential for the success of such endeavours.

All our nations find themselves faced with the growing scourge of terrorism. The menace of non-state actors and cross border terrorism has acquired a new dimension. The scale of this challenge is huge and undermines the peace and stability in our countries, which is essential for our development efforts.

In view of the fast growing linkages of such terrorist groups across the globe, we must step up our cooperation through intelligence exchange, training and other measures to counter this menace. We also hope that the international community will cooperate with urgency to adopt the Comprehensive Convention against International Terrorism.

Excellencies,

Our cooperation is multi-faceted and growing. The India-Africa Forum Summits are making immense contribution in this regard.

I believe there would be merit in putting in place a regular review mechanism that can evaluate the progress of implementation of the various cooperation initiatives between India and Africa at the bilateral, regional and pan-African levels.

Our Senior Officials have met yesterday to finalise the two outcome documents – a draft Political Declaration and a draft Framework of Strategic Cooperation.

I understand that the Outcome documents have been discussed in detail by the two sides and an understanding agreed upon.

You may like to convey any comments that you may have on the two documents, so that we can forward the finalised texts to our leaders for adoption.

Before ending my statement let me once again welcome you all to Delhi. I hope you will have a wonderful stay.

Thank You.

______________________________________

23 oktober 2015

De parlementaire onderzoeks-commissie die de beschuldigingen van corruptie en nepotisme aan het adres van leden van de vorige regering onderzoekt, waarmee president José Mário Vaz het wegsturen van die regering op 12 augustus j.l. rechtvaardigde, wil ook de president zelf  horen. Volgens de voorzitter van de commissie, Higino Cardoso,  gaat het niet aan alleen de beschuldigden te horen en niet de beschuldiger. De president zal verzocht moeten worden  zijn beschuldigingen te verhelderen en bewijsmateriaal daarvoor te leveren. De minister van Economische Zaken en Financiën Geraldo Martins en de staatssecretaris van Transport en Communicatie João Bernardo Vieira, zijn al gehoord. De commissie zal ook de ontslagen minister-president Domingos Simões Pereira horen.

 

De ex-opperbevelhebber Zamora Induta die al een maand vastzit in de militaire gevangenis van Mansoa (zie bij 8 oktober en 24 september op deze pagina), wordt tot verbijstering van zijn  advocaat beschuldigd van terrorisme tegen de staat en moord; hij zou daarvoor 20 jaar gevangenisstraf kunnen krijgen. Naar verluidt verkeert hij in slechte gezondheid.

Al heeft de grootste onderwijsvakbond zich niet bij de oproep tot staking van de kleinere bond aangesloten, het absenteïsme de afgelopen week was vrij algemeen, vooral wat de leerlingen betreft. Een schooldirecteur verklaarde de afwezigheid van leerlingen met het verschijnsel dat leerlingen als ze eenmaal over een  oproep tot staking gehoord hebben er al van uit gaan dat die staking algemeen zal zijn. Een andere directeur meende dat er zo weinig leerlingen op zijn school aanwezig waren, omdat leerlingen "eraan gewend zijn dat er de eerste schoolweek geen lessen zijn".

______________________________________

22 oktober 2015

Juist teruggekomen van een overdonderend bezoek aan de Taj Mahal ontvang ik een bericht van Buitenlandse Zaken Guiné-Bissau, dat, tegen elke verwachting in, president José Mário Vaz toch aanwezig zal zijn bij de topontmoeting India/Afrika volgende week in New Delhi. Hij zal "begeleid" worden door Bissau's ambassadeur in China, de heer Malam Sambu; Guiné-Bissau heeft in India geen vertegenwoordiging sinds de staatsgreep van 12 april 2012.

______________________________________

20 oktober 2015

Gisteren is na bijna zes maanden "vakantie" het schooljaar 2015-2016 officieel geopend, waarna door de betrekkelijk kleine onderwijsvakbond Sindeprof een staking van 30 werkdagen werd afgekondigd; het zal niet voor het eerst zijn als die staking straks overloopt in het kerstverlof en dat zou betekenen dat er, als het meezit, van een schooljaar van ongeveer 5 maanden sprake zal zijn. De grootste onderwijsvakbond Sinaprof heeft zich overigens niet bij de staking aangesloten. Het is niet onmogelijk dat de oproep tot staking werd gedaan in de eerste plaats om de juist aangetreden regering dwars te zitten.

_______________________________________

19 oktober 2015

De bezoeker van mijn site zal mij vergeven dat ik, als Westafrikaan in India, weer wat aandacht geef aan de aanstaande top van continent Afrika en land India van 26 - 29 oktober in New Delhi, waar de regeringssite van de Indiase regering, die de openbaarheid van bestuur zeer ernstig neemt - elke vergadering over de aanstaande summit is woordelijk te volgen - vol van is. Vandaag werd ik getroffen door een artikel op die site van de in Afrika ervaren Indiase diplomaat  Rajiv Bhatia, die nu eens niet over regerings-regeringsrelaties of over zaken -zaken relaties spreekt maar over verhoudingen van mensen tot mensen. Overigens, volgens honorair consul van India in Guiné-Bissau, Mohan A. Dodani , heeft president José Mário Vaz zijn aanwezigheid bij de top nog niet bevestigd. Het lijkt me ook onwaarschijnlijk dat hij er zal zijn, heeft wat dingen te doen in eigen huis. Dus nu van de site   http://www.mea.gov.in  het artikel in kwestie:

 

India and Africa : People-to-People Relations – the Perennial Bond

October 16, 2015

By : Rajiv Bhatia



Peoples of Africa and India represent a third of humankind. They have known each other since ages. As victims of exploitation and injustice in the colonial era, they were linked through mutual empathy and a common goal, namely freedom from domination and discrimination. In recent times, they have struggled together for attaining socio-economic development and a just global order.



However, their relationship is marked by awareness deficit and gaps that need to be addressed.

Of the three pillars of Africa-India engagement, namely Government-to-Government (G-to-G), Business-to-Business (B-to-B) and People-to-People (P-to-P) ties, the third pillar is unique in many ways. It dates back to prehistoric times; and it has immense potential for expansion in the future.



Diaspora

Historians tell us that the initiative to establish the original connection with Africa stemmed from people of the Indian subcontinent. Curiosity, sense of adventure and a desire to trade and arrange cultural exchanges took courageous Indians to Africa, both through the Indian Ocean route to eastern and southern shores of Africa and across West Asia and the Mediterranean to North Africa. The colonial period witnessed sizeable migration of indentured labour as well as of ‘free’ Indians. In post-colonial times, Indians discovered other parts of the continent too.



Mahatma Gandhi who invented the techniques of the Satyagraha movement on Africa soil, brought his new ‘weapons’ of truth and non-violence and helped India secure her independence. He left an imprint on succeeding generations of African leaders. He remains by far the most influential link between the two sides.



The Indian Diaspora in Africa is estimated to be 2.6 million strong and is spread to 46 countries. It is about 12 per cent of the total Indian Diaspora in the world. The largest concentration of Persons of Indian Origin (PIOs) is in South Africa, Mauritius, Reunion Islands, Kenya, Tanzania and Mozambique, but the presence of PIOs and Non-Resident Indians (NRIs) in parts of west and North Africa also is becoming a notable phenomenon.



Migration has not been a one-way street. Africans too came to India and many settled down here. Reference is often made to Siddis who descended from the Bantu tribes of southern Africa. They were brought to the subcontinent by the Portuguese colonizers and Arab merchants. Siddis served as slaves, mercenaries, sailors, soldiers and royal guards. One of them, Malik Ambar, rose to become ‘the military guru of the Marathas.’ In October-November 2014, Indians had the rare privilege to enjoy a special exhibition entitled ‘Africans in India: A Rediscovery.’ This was brought through collaboration between Schomburg Centre of New York and and IGNCA. It demonstrated how ‘Indians and Africans have co-existed since time immemorial.’ At present a large number of Africans live in India as students at various academic institutions and as trainees attending professional programmes in numerous fields. Like diplomats, Diaspora communities are valuable communication links and bridges between India and African countries. They need to be welcomed and nurtured. We in India have to do some serious homework in this regard.



Tourism

With globalization as a given, international tourists are a country’s temporary ambassadors, besides being a source of considerable income. Tourism promotion, both ways, should become a higher priority for the industry and governments. The number of Indian tourists to select African countries - Mauritius, South Africa, east African countries – has been increasing steadily, though slowly. India too is in a position to welcome a much larger number of African tourists.



What is needed is a coherent strategy that focuses on creating new civil aviation links, innovative tourism packages and a change in mindset. Both sides should realize that their countries have much to offer as attractive tourist destinations.



Culture

The role of art and culture as a means to bring the two peoples closer together has been rapidly increasing in scope and impact. Indian films, arts, dance, music, literature and crafts have reached in almost all parts of Africa. They continue to gain in popularity. "Canoeists in Cairo”, noted Neeti Sethi Bose and Fakir Hassen, "belt out Indian film songs. Say ‘India’ in Sudan and the Sudanese are likely to hum their favourite Bollywood song.”



During my time in South Africa, we succeeded, since 2007, in exposing the host country to an innovative cultural festival, created by Sanjoy Roy. ‘Shared History: An Indian Experience’ has continued to return to South Africa every year, attracting divergent people from ‘the Rainbow Nation’ to some of India’s best offerings in classical and popular culture. While in Kenya, we discovered that Kenyans savoured both – the classical music of Pandit Jasraj and the masala movies from Mumbai.



India's crafts, costumes and cuisine have left a deep impact in many African countries. The reverse inflow of African influences should not be ignored. Whenever a good quality African dance or music troupe visits Indian cities, it impresses audiences. What is required is more exposure of the Indian viewer and listener to the rich heritage of African culture. Greater attention needs to be paid to enhance cultural cooperation between the two sides.



Sports have been another potent connector. Cricket is the popular bond, and also football to a degree. Indian sportsmen can learn much from their African counterparts when it comes to track events, especially marathons.



Media

A major constraint on developing closer relationship is the absence of direct sources of information about each other and inadequate media coverage. In both Africa and India, media is failing to play its due role. Consequently, Indians and Africans learn about each other from largely Western sources. This must change. We need to know each other directly, not through the lens of a third party.

Media outlets, it is claimed, do not station representatives in African capitals and New Delhi because doing so is not financially viable. This should be re-studied. Knowing the high stakes involved in Africa, the Indian side should take effective measures to correct this anomaly. Technology should be leveraged optimally. Nothing prevents our prestigious media organizations from establishing a network of local stringers and part-time correspondents who regularly file stories for their Indian audiences.

The African side may do likewise.

 

Other Links



Civil society too has a role to play in promoting understanding and friendship at the people’s level. Institutions devoted to education, healthcare, labour welfare, women’s empowerment, youth issues and environmental causes need to explore opportunities for dialogue and cooperation. A substantial increase in the quantum and reach of such exchanges will be desirable. They will, in turn, encourage governments to pay greater attention to diversifying India-Africa engagement.

Two Suggestions

 

Informed by the above analysis and one’s own Africa experience, two suggestions are offered for consideration:

  • African      diplomatic missions in Delhi may gather together interested friends of      Africa to establish a Pan Africa-India Friendship Foundation and      collaborate with it in the task to strengthen P-to-P relations. *
  • As      thought leaders, our Think Tanks have a special responsibility to lead by      generating new ideas and pressing for their implementation. Substantial      synergy needs to be created by establishing an India-Africa Think Tanks      Network (IATTN). Working together, institutions such as ICWA and RIS can      set the ball rolling.

The pillar of P-to-P relations can thus be strengthened significantly in the short- to-medium term, provided a mix of imagination, synergy and sustained attention are ensured. Time for action is Now!

* noot van mij: Guiné-Bissau heeft sinds de staatsgreep van 2012 geen diplomatieke missie in India !

______________________________________

18 oktober 2015

De speciale rapporteur van de Verenigde Naties betreffende de "Onafhankelijkheid van Rechters en Advocaten", Mônica Pinto, noemde vrijdag j.l., aan het eind van haar tiendaags bezoek aan Bissau, de situatie van Justitie in Guiné-Bissau "bedroevend en verschrikkelijk". Zij onder-streepte het belang voor het land van  onafhankelijke rechtsspraak ten behoeve van de democratie, de rechtsstaat en de mensenrechten.

Sinds eind vorige week is er een geheel aan president José Mário Vaz (bijnaam JOMAV) gewijde website in aanbouw, gemaakt door leden van zijn eigen partij PAIGC, met als ondertitel: alles over dictator en land- en volksverrader JOMAV

                      http://www.jomav.info

Er wordt aandacht besteed aan de politiek en de moraal van de president, aan diens medeplichtigen Braima Camará, Baciro Dja en Octávio Lopes en aan het recht van het volk, het "martelaarsvolk", om de president langs juridische of revolutionaire weg af te zetten. Lezers van de site kunnen hun eigen "pijn" naar de sitebuilder opsturen.

______________________________________

14 oktober 2015 

 

De regering is gistermiddag geïnstalleerd maar veel vreugde daarover is niet te bespeuren,  i.h.a. blijft men verslagen en soms ook ongelovig over de narigheid die president José Mário Vaz met zijn besluiten, beschuldigingen  en verdachtmakingen over het land heeft willen en kunnen uitroepen. Er is nu wel een regering maar als je kijkt naar de samenstelling ervan en vaststelt dat het grootste deel van de regeringsploeg uit leden van de regering van Domingos Simões Pereira bestaat, dan kun je niet anders dan concluderen dat het er vooral, misschien wel uitsluitend, om ging om de succes- volle en nationaal en internationaal geprezen minister-president van zich af te schudden. Het leek er soms op, en veel geruchten doen daarover op internet de ronde, dat de president niet helemaal wel in het hoofd is en meer zou hebben gehad aan interventie door een psychiater dan aan bemiddeling van de CEDEAO. Een betrouwbare diagnose van geestelijk lijden - maar in Guiné-Bissau zijn geen psychiaters -  zou overigens grondwettelijk mogelijkheden bieden om hem uit zijn functie te ontheffen, interessante gedachte, een Guiné-Bissause Greet Hofman-affaire, met presidentieel raadgever en drugshandelaar Braima Camará in de rol van Greet. Een ezel en een dictator wordt hij genoemd op internet, een dictatoriale ezel zogezegd.

     overgenomen van de site: http://progressonacional.blogspot.nl

Verder zou hij volgens sommige bronnen zijn vrouw, die het naar verluidt van het begin af aan niet met zijn besluiten eens was, het paleis uitgestuurd hebben, ze zou nu in Lissabon wonen. Nogal wat nieuwsgeving over de persoon van de president op internet heeft een hoog Albert Verlinde-karakter, maar in casu Guiné-Bissau blijkt het ongelooflijke en onvoorstelbare helaas al te vaak te kloppen. Sinds zijn aantreden in juni 2014 heeft José Mário Vaz iedereen, maar dan ook werkelijk iedereen, tegen zich in het harnas gejaagd: de regering, de minister-president, de volksvertegenwoordiging en haar voorzitter, de internationale gemeenschap, het Hooggerechtshof, het maatschappelijk middenveld, de vakbonden. Hij heeft willens en wetens - neem ik aan - de ontluikende hoop op een beter en welvarender Guiné-Bissau de grond ingeslagen en waartoe ? Dat weet zijn mogelijk vertroebelde brein alleen. Een jaloezie, een oude narcistische krenking, puur materieel eigenbelang ? Naast de algehele verguizing van de president, wordt zijn slachtoffer Domingos Simões Pereira op internet geloofd en geprezen. Het is vrij ongebruikelijk, zeker in Afrika, dat een leider van een winnende partij, uit vredelievendheid en patriottisme, eerst afziet van de functie van minister-president, dan van die van vicepremier en uiteindelijk zelfs van de post van minister, alles voor de lieve vrede en om het land uit een impasse te helpen, omdat de president mogelijk niet helemaal goed bij zijn hoofd is en in elk geval verteerd wordt door een hatelijke antipathie t.o.v. Domingos Simões Pereira. Ik heb al eerder op deze site verondersteld en voorspeld dat Domingos Simões Pereira  de volgende president zal zijn. In dat vermoeden blijk ik niet alleen te staan, de bewondering voor hem is algemeen, “hij heeft bewezen de vader des vaderlands” te zijn, lezen we hier en daar, juist door, terwille van de opbouw  van het land en de behoeften van het volk, af te zien. Chapeu !

Domingos Simões Pereira spreekt in september 2014 de vergadering van de Verenigde Naties toe

__________________________________________

12 oktober 2015

Sinds vanavond heeft Guiné-Bissau weer een regering. President José Mário Vaz heeft de  derde voordracht van regeringsleden geaccepteerd en de regering van Carlos Correia benoemd. De regering bestaat uit 17 ministers en 14 staatssecretarissen. Het grootste en meest opvallende verschil met de vorige voorstellen is dat ex-minister-president en partijleider van de PAIGC Domingos Simões Pereira geen deel meer van de regering uit maakt. Twee portefeuilles zijn nog onbezet. De tweede partij PRS maakt geen deel uit van de regering. Meerdere regeringsleden maakten ook deel uit van de regering van Domingos Simões Pereira. Morgen wordt, na twee maanden stuurloosheid, de nieuwe regering geïnstalleerd. 

___________________________________________

10 oktober 2015

En zo mocht de Nigeriaanse ex-president Olusegun Obasagno in zijn rol van bemiddelaar namens de CEDEAO, gisteren weer afreizen naar Bissau om  een bijdrage te leveren aan het oplossen van de politieke crisis in het land, dat inmiddels 60 dagen geen regering heeft.

 

Nadat minister-president Carlos Correia eergisteren voor de tweede maal zijn lijst met ministers en staats-secretarissen aan de president had overhandigd en de president  moest vaststellen dat deze dezelfde was als de door hem afgewezen lijst die hij op 2 oktober van Carlos Correia had ontvangen, heeft hij via zijn Raad een 6 pagina's tellend communiqué laten schrijven, waarin hij, gebruikmakend van ettelijke beschuldigingen en verdachtmakingen, PAIGC-leider en ex-minister-president Domingos Simões Pereira de schuld geeft van de politieke crisis waarin het land verkeert.

__________________________________________

09 oktober 2015

De Hoge Buitenland-vertegenwoordiger van de Europese Unie, Federica Mogherini, verklaarde gisteren dat de president van Guiné-Bissau de pogingen die gedaan worden om het land uit de politieke crisis te helpen in gevaar brengt. Zij legde daarbij een verband met het implementeren van de internationale steun die begin dit jaar bij de Ronde Tafel Conferentie in Brussel is aangekondigd.

________________________________________

08 oktober 2015

De onlangs door de president afgezette minister-president Domingos Simões Pereira bevestigde vandaag de al een paar dagen in het land en op internet rondzingende geruchten dat er geprobeerd zou zijn hem gevangen te nemen, op initiatief van de president zelf. Ook zouden er plannen ontwikkeld zijn tot "fysieke eliminatie" van politici die ervan verdacht worden de hand gehad te hebben in de terugkeer in het land van de ex-opperbevelhebber Zamora Induta (zie bij 24 september op deze pagina), die momenteel ziek in de legergevangenis van Mansoa zit. 

Hij zit in de gevangenis op verdenking van betrokkenheid bij de poging tot staatsgreep in oktober 2012 (zie op die pagina), kort na het aantreden van de "overgangsregering" die een product was van de staatsgreep van 12 april 2012. 

De vertegenwoordiger voor Guiné-Bissau van de Afrikaanse Unie, Ovídio Pequeno, verklaarde dat de impasse waarin het land zich na de beslissingen van de president bevindt "onverdraaglijk" is. "Wie de belangen van het volk schaadt, moet daarvoor verantwoordelijk worden gesteld", zo zei hij, voor de goede verstaander.

____________________________________________

07 oktober 2015

Echt verrassen doet dit soort nieuws helaas niet meer: president José Mário Vaz heeft de regeringssamenstelling zoals op 2 oktober j.l. door de minister-president Carlos Correia aan hem overhandigd, afgewezen. In de brief waarin hij die afwijzing bekend maakt, drukt hij zijn verbazing uit over het feit dat ook Domingos Simões Pereira op die lijst staat. Zijn verbazing geldt ook de omstandigheid dat 80% van de voorgestelde regeringsleden ook in de regering van de door hem ontslagen regering zaten, wat er volgens hem blijk van geeft dat er geen rekening gehouden is met de motieven voor het ontslag van die regering. Hij wekt daarbij de suggestie dat die regeringsleden zich misschien wel binnenkort bij justitie of bij een parlementaire onderzoekscommissie zullen moeten verantwoorden en als ze dan zitting zouden hebben in de regering zou dat "een normaal onderzoeksproces kunnen hinderen".

Wordt vervolgd.

__________________________________________

04 oktober 2015

 

van de site van de Portugese krant Público, www.publico.pt :

 

Na Guiné-Bissau a crise política prolonga-se e os sinais de tensão regressam

(in Guiné-Bissau gaat de politieke crisis door en de signalen van spanning komen terug)

In het artikel wordt de houding van president José Mário Vaz ten aanzien van de lijst met  ministers en staatssecretarissen, die afgelopen vrijdag door minister-president Carlos Correia aan hem is overhandigd,  geanalyseerd. Volgens het artikel gaat het opnieuw over verschillen in interpretatie van de verantwoordelijkheden van regeringsorganen, maar wordt de grootste rol toch gespeeld door de ergernis van de president dat de naam van de door hem zo verafschuwde Domingos Simões Pereira - die afschuw is mijn interpretatie - nu prominent op die lijst voorkomt met de belangrijkste portefeuille (zie bij 2 oktober op deze pagina). De president en de minister-president zouden gistermiddag weer bijeen zijn geweest en de president meent dat hij op vrijdag a.s. - het land heeft al 55 dagen geen regering ! - een reactie kan geven. Volgens de 81-jarige minister-president Carlos Correia, die in Domingos Simões Pereira een noodzakelijke, jonge en energieke collega en medestander ziet en die een man is van weinig woorden, is het nu gewoon een kwestie van ondertekenen. We zullen zien.

De Gemeenschap van Portugeestalige Landen CPLP zal na de samenstelling van de regering van Guiné-Bissau een commissie naar het land sturen "als een signaal van steun aan het land" en "als een blijk van betrokkenheid van alle landen van de gemeenschap bij het behoud van de stabiliteit van het land".

Of deze en andere signalen van steun uit de internationale gemeenschap inderdaad de kans op stabiliteit zullen vergroten blijft wel de vraag als we de houding en het gedrag van de president in aanmerking nemen. Zijn arrogantie en zijn tirannieke eigenschappen zijn inmiddels bij iedereen bekend, maar hij zou de vorige week ook gewoon - bijna ten overvloede - ronduit gezegd hebben dat hij niet maalt om wat het maatschappelijk middenveld vindt of de volksvertegenwoordiging of het hooggerechtshof of de internationale vertegenwoordigingen, omdat hij het leger aan zijn kant heeft.

__________________________________________

03 oktober 2015

Ook in de relatie tussen de president en de juist door hem benoemde minister-president Carlos Correia gaat het al weer mis, nog voordat er van een nieuwe regering sprake is. President José Mário Vaz heeft opnieuw last van dictatoriale oprispingen en laat via de "presidencia" weten not amused te zijn over het feit dat de nieuwe minister-president Carlos Correia de samenstelling van zijn regering bekend heeft gemaakt; hij vindt dat "é da exclusiva responsabilidade do Presidente a nomeação de qualquer um dos nomes sugeridos”, dus dat de benoeming van elk der voorgestelde namen  de exclusieve verantwoordelijkheid van de president is. Carlos Correia, die de volledige steun heeft van zijn partij, van de onterecht afgezette ex-minister-president Domingos Simões Pereira, van "het volk" dat opnieuw weer een beetje hoop kreeg na alle ellende en van de internationale actoren, doet tot nu toe of zijn neus bloedt en zei nuchter: "de minister-president noemt de namen en de president benoemt". Zo is dat !

_________________________________________

02 oktober 2015

- Inmiddels is duidelijk dat op de lijst van ministers en staatssecretarissen, die door minister-president Carlos Correia aan president José Mário Vaz  is overhandigd, inderdaad geen leden van de tweede partij PRS staan. Die partij wordt weer een oppositiepartij. En Domingos Simões Pereira staat inderdaad op de eerste plaats van ministers als "minister van het voorzitterschap van de ministerraad en van parlementaire zaken".

  

- Minister-president Carlos Correia heeft zojuist het document met de samenstelling van de regering aan de president overhandigd. De regering zal bestaan uit 18 ministers en 17 staatssecretarissen. Naar verluidt staat de 50 dagen geleden door de president weggestuurde Domingos Simões Pereira (zie foto hieronder) op de lijst als Ministro da Presidência do Conselho de Ministros, "minister van het voorzitterschap van de ministerraad", wat zoveel betekent als dat hij de vice-premier zal zijn. 

 

- Namens zijn partij PAIGC blijft partijleider Domingos Simões Pereira streven naar een inclusieve regering, d.w.z. een regering waarin meer-dere partijen, en m.n. de tweede partij PRS, zijn vertegenwoordigd. M.n. deelname van de laatste is nog zeer de vraag vanwege het eerder door die partij ingenomen standpunt weer in de oppositie te willen zitten. Vandaag zal de nieuwe minister-president een voorstel over de samenstelling van zijn regering aan de president doen. Guiné-Bissau zit al 50 dagen zonder regering na het afzetten van de regering Domingos Simões Pereira door president José Mário Vaz op 12 augustus dit jaar. (De regering van Baciro Djá, die op presidentieel initiatief begin september werd samengesteld, maar die slechts 48 uur aan de macht was, omdat die al snel vanwege een uitspraak van het Hooggerechtshof over de ongrondwettelijkheid van het handelen van de president werd afgezet, niet meegerekend).

 

De president van Portugal, Cavaco Silva, heeft gisteren bij de 70e Vergadering van de Verenigde Naties in New York aan Ban Ki-Moon gevraagd om "druk uit te oefenen op de politieke actoren van Guiné-Bissau om de stabiliteit te handhaven".

__________________________________________

27 september 2015

Ambassadeur van Portugal in Guiné-Bissau tijdens de oorlogsjaren 1998/1999, Francisco Henriques da Silva, die na zijn daarop volgende ambassadeur-schappen in Ivoorkust, India, Mexico en Hongarije nu gelukkig tijd heeft om, als historicus en wat mij betreft zeer  begenadigd schrijver, zich aan het schrijven van boeiende en mooie boeken te wijden (zie op de pagina “recente boeken” mijn bespreking van zijn boek Crónicas dos (des)feitos da Guiné) stuurde me de afgelopen week de synopsis van zijn derde boek, dat over de koloniale oorlog in Guiné-Bissau gaat, waaraan hij begin zeventiger jaren zelf als jong infanterist deelnam:  Guerra na Bolanha (Oorlog in het Rijstveld), dat een paar maanden geleden is uitgegeven. Het boek zelf zwerft thans als aan mij geadresseerd relatiegeschenk over de wereld, dus ik

zal het hier in New Delhi inderdaad voorlopig met die synopsis moeten doen, die ik zo spoedig mogelijk op de pagina “recente boeken” zal bespreken. Ook stuurde Francisco Henriques me al informatie over de inhoud van zijn vierde – autobiografische – boek waaraan hij nu werkt: “Memórias Diplomaticamente Incorrectas” (Diplomatiek Incorrecte Herinneringen) , naar zijn zeggen “natuurlijk heel controversieel”. Dat boek zal in 2016 het licht zien en uiteraard ook op mijn site besproken worden.

Momenteel ben ik het doorwrochte historische werk aan het lezen, dat hij samen met zijn collega-historicus Mário Beja Santos heeft geschreven: een “historische documentatie” van Guiné-Bissau,"Da Guiné Portuguesa a Guiné-Bissau, Um Roteiro"  . Het staat al op mijn boekenpagina, maar is nog niet besproken.  

__________________________________________

24 september 2015

Om tot nu toe onduidelijke redenen is de in juli j.l. vanuit Lissabon teruggekeerde ex-opperbevelhebber Zamora Induta   - verdreven door zijn tweede man António Indjai bij de staatgreep van april 2012 - gevangen genomen. Hij zit in een cel in de gevangenis van Mansoa.

                      Zamora Induta en António Indjai in 2010

Vandaag is het 42 jaar geleden dat in 1973 in Medina de Boé bij monde van "Nino" Vieira - later meermalen president en tijdens zijn laatste presidentschap op 2 maart 2009 vermoord - eenzijdig de onafhankelijkheid van Guiné-Bissau werd uitgeroepen; op de foto Amílcar Cabral (met zonnebril), de eerste voorzitter van de in 1956 opgerichte partij PAIGC, met naast hem Nino Vieira ten tijde van het eerste partijcongres in Cassacá in 1964; op het moment van het uitroepen van de onafhankelijkheid is Amílcar Cabral al dood, acht maanden daarvoor vermoord in Conakry; (voor meer achtergrond zie op deze site "feiten 1956-2004" en "chronologie") Namens Barack Obama en het Amerikaanse volk feliciteert minister van Buitenlandse Zaken Kerry het land met deze  feestdag en verzekert hij voortgaande steun aan het land.

En de meerderheidspartij PAIGC viert deze week, de week waarin na het wegzenden door de president van minister-president Domingos Simões Pereira , de PAIGC vicevoorzitter Carlos Correia het stokje van hem overnam (eigenlijk: van hem kreeg) , haar 59-jarig bestaan.

___________________________________________

20 september 2015

De site van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van India,  www.mea.gov.in, zindert al van de komende top India/Afrika:

 

 

   Welcome to the India-Africa Forum Summit 2015

The India-Africa Forum Summit (IAFS) is a celebration of the close partnership between Africa and India. It is an acknowledgement of our shared history as well as our future prospects. From our struggle against colonialism and apartheid, we have emerged to jointly accept the challenges of a globalizing world. Even as we combat with common threats - the threat from international terrorism; the scourge of poverty, disease, illiteracy and hunger; the challenge of climate change - and collectively promote the socio-economic advancement of all our people, we believe that India and Africa traverse the same path, share the same values and cherish the same dreams.

A vibrant India and a resurgent Africa have a vision of a close partnership. A partnership that is anchored in the principles of equality, mutual respect and mutual benefit.This vision takes us beyond our strong bilateral relationships, our close ties with regional economic communities and aims to develop a new paradigm of cooperation which takes into account Africa's own aspirations for pan-African institutions and development programmes.

The third edition of the four day IAFS summit which will take place during 26th-29th October 2015 enables consultations at the highest political level between the heads of government of 54 nations across Africa and the Indian government to give a new thrust to our age-old partnership. It provides an opportunity to not only reflect on the past, but to define the road ahead in tune with the times we live in.

 

De honorair consul van India in Guiné-Bissau, Mohan A. Dodani liet me per email weten dat hij en zijn minister persoonlijk president José Mário Vaz hebben uitgenodigd voor de top, maar dat de laatste zijn deelname nog niet bevestigd heeft. Ook informeerde hij mij desgevraagd dat Guiné-Bissau sinds de staatsgreep van 2012 geen vertegenwoordiging heeft in India.

___________________________________________

19 september 2015

De bemiddelaar van de CEDEAO voor Guiné-Bissau , de Nigeriaanse ex-president Olusegun Obasagno (zie ook 16 september op deze pagina), heeft een protocol

opgesteld, een zogenaamd "stabiliteitspact" "om crises als de huidige in de toekomst te voorkomen", dat ondertekend moet worden door de president, de minister-president, de parlementsvoorzitter en de gezamenlijke maatschappelijke organisaties. Het pact vertoont grote overeenstemming met de voorstellen zoals die eerder zijn gedaan door Domingos Simões Pereira.

__________________________________________

18 september 2015

Gistermiddag heeft president José Mário Vaz de kandidaat van de PAIGC, Carlos Correia, tot minister-president benoemd.

 _________________________________________________________

17 september 2015

Het Politiek Bureau van de PAIGC heeft vrijwel unaniem haar eerste vice-voorzitter Carlos Correia als minister-president aan president José Mário Vaz voorgedragen, nadat de voorzitter van de partij, Domingos Simões Pereira, onlangs als minister-president door de president de laan uitgestuurd, om hem moverende redenen van een hernieuwde kandidatuur afzag. De toespraak waarin deze verklaarde af te zien van een hernieuwde kandidatuur was er een van indrukwekkende vredesgezindheid en vaderlandsliefde, waarbij sommige toehoorders diep ontroerd raakten. Hij heeft de vrede - want een werkzame relatie van partij, minister-president en president -  en de ontwikkeling van het land prioriteit gegeven boven zijn eigen positie.

Ongetwijfeld heeft hij daarmee nog sterker dan al het geval was land en volk en de internationale gemeenschap aan zich gebonden. Hij is een staatsman van een kaliber dat in de geschiedenis van het onafhankelijke Guiné-Bissau (volgende week 42 jaar !) te weinig - eigenlijk nooit - is voorgekomen. Eens zal hij daarvoor beloond worden met een nog groter vertrouwen en een nog groter verantwoordelijkheid.

De 81-jarige  Carlos Correia was drie keer eerder minister-president (1991-1994, 1997-1998, 2008-2009), altijd onder de in 2009 vermoorde president "Nino" Vieira.

__________________________________________

16 september 2015

President José Mário Vaz is uitgenodigd door minister-president Narendra Modi van India om in oktober a.s. in New Delhi deel te nemen aan de India/Afrika-top; ik hoop er, mogelijk via de ambassade of het consulaat van Guiné-Bissau in India, iets van mee te maken en over te melden.

 

Bij zijn terugkomst eergisteren uit Dakar, waar hij deelnam aan de vergadering van West-Afrikaanse staatshoofden van de CEDEAO zei de afgezette minister-president Domingos Simões Pereira dat hij ervan uit gaat dat zijn partij opnieuw de kandidaat voor het premierschap mag aanwijzen. Kringen rond Domingos geloven zelfs dat het mogelijk zal zijn dat hijzelf weer minister-president wordt en een nieuwe regering kan gaan formeren. E.e.a. zal in elk geval sterk afhangen van hoe president José Mário Vaz zich zal opstellen ten opzichte van adviezen en bemiddelingspogingen die hem vanuit de regio bereiken (zie hieronder).

Gisteravond is de Nigeriaanse ex-president Olusegun Obasanjo in Bissau aangekomen om met president José Mário Vaz een oplossing van de crisis te bespreken en "om hem tot rede te brengen" ; hij komt als vertegenwoordiger van de CEDEAO voor Guiné-Bissau en heeft namens deze organisatie een vier-punten-plan op zak. Het is inmiddels duidelijk dat José Mário Vaz tijdens de bijeenkomst in Dakar van afgelopen weekend van West-Afrikaanse staatshoofden niet veel begrip heeft ondervonden voor zijn  ongrondwettelijke handelen.

foto: AFP PHOTO / SEYLLOU

 

van www.rfi.fr:

 

Guinée-Bissau: Obasanjo espère ramener le président Vaz à la raison

Le médiateur de la Cédéao, le Nigérian Olusegun Obasanjo est arrivé ce mardi soir à Bissau, où il a rencontré le président José Mario Vaz, avec pour objectif de trouver une solution à la crise qui oppose le président et son parti, le PAIGC. Depuis le limogeage-surprise du Premier ministre Domingos Pereira par le président bissau-guinéen, la fragile stabilité du pays est menacée. La justice a désavoué le président Vaz, accusé d'outrepasser ses fonctions.

Olusegun Obasanjo n'a pas perdu de temps. A peine descendu de l'avion, mardi après-midi, il s'est rendu à la présidence bissau-guinéenne pour des entretiens avec le président José Mario Vaz. Le médiateur nigérian de la Cédéao avait en poche un plan en quatre points, concocté plus tôt dans la journée à Conakry sous l'égide du président guinéen Alpha Condé, qui s'est totalement investi dans la résolution de la crise.

Ce plan vise à permettre à chacun de sauver la face, tout en créant un climat de confiance jusqu'a la fin de la législature actuelle. Dans le détail, l'ex-Premier ministre et chef du PAIGC, Domingo Pereira, renoncerait à la possibilité de retrouver son fauteuil de Premier ministre, perdu suite à un décret présidentiel en date du 12 août dernier. Un renoncement qui se ferait à condition que le président respecte les textes et accepte sans réserve le nom que proposera le parti.

L'opposition menace de lancer une procédure de destitution

De plus, le président devrait s'engager à laisser le gouvernement accomplir sa tâche. En retour, celui-ci respectera scrupuleusement ses prérogatives. Le but de la manœuvre est d'instaurer la stabilité institutionnelle durant les trois années à venir.

Rien ne dit, cependant, que le président Vaz acceptera de jouer le jeu. Certains opposants en doutent ouvertement. Le chef de file du Parti de la convergence démocratique (PCD), Viktor Mandingo, a même menacé de lancer à son encontre une procédure de destitution à l'Assemblée nationale.

__________________________________________

13 september 2015

Domingos Simões Pereira, tot voor kort minister-president, is ook aanwezig bij de top van staatshoofden van de CEDEAO in Dakar (zie 12 september). Hij is daar aanwezig in zijn hoedanigheid van voorzitter van de meerderheidspartij PAIGC die vorig jaar juni de verkiezingen won.

__________________________________________

12 september 2015

Zier hier, geschaard rondom president José Mário Vaz, de ongrondwettelijk benoemde minister-president Baciro Djá en de club van 15 ministers en 15 staatssecretarissen die - gelukkig - niet langer dan 48 uur heeft mogen regeren:

 

 

De Europese Unie is verheugd over  de uitspraak van het Hooggerechtshof dat de benoeming door president José Mário Vaz  van minister-president Baciro Djá ongrondwettelijk was en riep alle politieke actoren op tot een akkoord te komen dat recht doet aan de grondwet. 

President José Mário Vaz is weer naar Dakar vertrokken om daar met de staatshoofden van de CEDEAO (ECOWAS) te overleggen over de nieuwe situatie.

 

Passos Coelho, de minister-president van Portugal, verklaarde gisteren dat de Portugese regering de ontwikkelingen in Guiné-Bissau aandachtig volgt en riep op tot een intensivering van "de dialoog teneinde op korte termijn een politiek compromis te bereiken".

 

 

Domingos Simões Pereira, in zijn hoedanigheid van partijleider van de meerderheidspartij PAIGC had gisteren een overleg met Nuno Gomes Nabiam, leider van de partij APU (Assembleia de Povo Unido) en ex-presidentskandidaat die het in de tweede ronde van de presidentsverkiezingen van juni vorig jaar moest opnemen tegen president José Mário Vaz . Kandidaten van de een na grootste partij PRS zijn minder welkom in een nieuwe regering omdat deze partij zijn ziel verkocht heeft aan de twee dagen durende regering van Baciro Djá. Na afloop van het overleg zei Nuno Gomes dat het van het grootste belang is dat de partijleiding van de PAIGC en de president zo snel mogelijk tot een vergelijk komen en tot overeenstemming over een kandidaat van de PAIGC die een nieuwe regering kan gaan formeren.

_________________________________________________________

11 september 2015

Het Hooggerechtshof heeft eergisteren de benoeming door de president van Baciro Djá als minister-president ongrondwettelijk verklaard. Baciro Djá heeft onmiddellijk zijn ontslag ingediend bij de president. De president heeft daarop woensdagavond de regering die hij twee dagen daarvoor had ingezworen weer afgezet. De vertegenwoordiger van de Afrikaanse Unie voor Guiné-Bissau, Ovídio Pequeno, oordeelde dat "42 jaar onafhankelijkheid meer en iets beters had moeten opleveren" dan de situatie waarin het land zich nu weer bevond en bevindt.


De speciale afgevaardigde van de Verenigde Naties voor Guiné-Bissau, Miguel Trovoada, onderstreepte dat de chronische politieke instabiliteit sinds de onafhankelijkheid niet tot ontmoediging mag leiden.

__________________________________________

7 september 2015

Sinds vandaag heeft Guiné-Bissau een nieuwe regering. President José Mário Vaz heeft de samenstelling ervan per presidentieel besluit (07/2015) bekend gemaakt. De president heeft de morgen te verwachten uitspraak van het Hooggerechtshof over de (on)grondwettelijkheid van het benoemen van een nieuwe regering blijkbaar niet willen afwachten. 

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

 

Amílcar Cabral, "vader van de natie", in 1973 vermoord door partijgenoten:

"JOMAV, weer een moordenaar van mij en van mijn volk"

__________________________________________

5 september 2015

De een na grootste partij PRS heeft gisteren bekend gemaakt te zullen meewerken aan een door de nieuwe minister-president Baciro Djá te vormen regering. Die beslissing drijft een wig in de consensus die er bestond bij PAIGC en PRS ten aanzien van de illegaliteit van de beslissing van de president om Baciro Djá te benoemen.

De speciale afgezant van Ban Ki-Moon voor Guiné- Bissau, Miguel Trovoada, verklaarde eergisteren na een overleg met de parlementsvoorzitter van Portugal, dat de politieke impasse in Guiné-Bissau niet langer mag gaan duren en dat men moet teruggaan naar de weg van overleg.

__________________________________________

2 september 2015

De Economische en Monetaire Unie van West-Afrika (UEMOA) kondigde gisteren aan dat ze een persoonlijke boodschap aan de nieuwe, uitsluitend op presidentieel initiatief benoemde, minister-president Baciro Djá had gezonden, waarin belangstelling wordt uitgesproken om "de lopende projecten in het land voort te zetten"; de vertegenwoordiger van de UEMOA, Hassani Mohammed, legde uit dat de politieke crisis in Guiné-Bissau een probleem is "tussen de mensen en de instellingen" en dat "de mensen voorbijgaan maar de instellingen blijven".

__________________________________________

30 augustus 2015

Bij de zitting van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties eergisteren in New York verklaarde de speciale afgevaardigde van Ban Ki-Moon voor Guiné-Bissau Miguel Trovoada dat de recente gebeurtenissen, hoewel zeer zorgwekkend, nog niet tot gevolg hebben dat de duizenden miljoenen euro's die bij de Ronde Tafel Conferentie in Brussel een paar maanden geleden door de internationale gemeenschap zijn toegezegd, niet meer gedoneerd zullen worden; wel staan die toezeggingen nu onder druk en bestaat er een risico van het ophouden van de steun. Ook verklaarde hij dat de militairen zich tot nu toe buiten het conflict hebben gehouden en dat dat hoopgevend is.

 

De ambassadeur voor Guiné-Bissau in de Verenigde Naties, João Soares da Gama, verzocht de Veiligheidsraad "het land niet in de steek te laten", waarbij hij zich de frustratie kon voorstellen van de internationale partners van het land. Hij sprak waarderend over de consequente houding van non-interventie bij de militairen.

 

__________________________________________

27 augustus 2015

De PRS, de een na grootste partij van het land, deelde mee dat ze geheel aan de kant  van de meerderheidspartij PAIGC staat wat betreft het aanvechten van het ontslag van de regering van Domingos Simões Pereira en het uitsluitend op presidentieel initiatief benoemen van Baciro Djá tot nieuwe minister-president.

Organisaties van het maatschappelijk middenveld hebben een petitie aangeboden aan de voorzitter van het parlement Cipriano Cassamá met de vraag naar parlementair onderzoek naar de ongrond-wettelijkheid van de recente beslissingen van president José Mário Vaz. Cipriano Cassamá had al namens het voltallige parlement toegezegd de vraag naar de legaliteit van de benoeming van Baciro Djá aan het Hooggerechtshof voor te leggen.

De nieuwe minister-president Baciro Djá heeft de directies van de staatstelevisie en de staatsradio vervangen; de staatsomroep zal bovendien geen live parlementszittingen meer  mogen uitzenden "een ernstige situatie", volgens parlementsvoorzitter Cipriano Cassamá.

 

Twee leiders van de PAIGC bevinden zich in Malabo, hoofdstad van Equatoriaal Guiné, om aan tiran Teodoro Obiang hun visie op de crisis in Guiné-Bissau uit te leggen. (zie ook 24 augustus).

 

 

En nog een dictator uit de regio bemoeit zich ermee, Yahya Jammeh uit Gambia, ook een vriend van "onze" José Mário Vaz; hij nodigde leden van de PAIGC en de PRS uit om naar de Gambiaanse hoofdstad Banjul te komen om de crisis te bespreken.

 

 

Zeg me wie je vrienden zijn ..................

__________________________________________

25 augustus 2015

Het parlement heeft gisteren een door de PAIGC voorgestelde resolutie aangenomen om de president te verzoeken de benoeming van de nieuwe minister-president Baciro Djá in te trekken en in overleg met het parlement een andere kandidaat te benoemen. (75 stemmen voor, 5 onthoudingen, 0 tegenstemmen)

__________________________________________

24 augustus 2015

De Guiné-Bissause journalist Amadú Babagalle ontving half juli dit jaar, dus ruim voor de desastreuze presidentiele besluiten van José Mário Vaz, onderstaande fotomontage, waarvan het rechterdeel niet gemonteerd lijkt.  We zien dat José Mário Vaz geanimeerd toekijkt als Baciro Djá, de man die vorige week  op ongrondwettelijke en ondemocratische manier regeringsleider is gewor-den, hartelijk de hand schudt van dictator Teodoro Obiang van Equatoriaal Guiné (sinds kort, tot ergernis van velen, lid van de Gemeenschap van Portugeestalige Landen CPLP).

In het bijgevoegde commentaar van het Spaanse contact van de journalist lezen we dat er in Spanje - Equatoriaal Guiné is allereerst Spaanstalig - geruchten  rondzoemen over een op handen zijnde paleisrevolutie door José Mário Vaz, die gesteund en betaald wordt door Obango, die van Guiné-Bissau een dictatoriaal geregeerd land zou willen maken. Ze schrijft dat ze hoopt dat José Mário Vaz niet zijn ziel zal verkopen aan delinquenten en dictators. Zulke berichten wekken inmiddels geen verbazing meer,  wij wisten al dat José Mário Vaz een goede vriend is van de Gambiaanse dictator Jammeh en op internet wordt hij steeds algemener de dictator van Guiné-Bissau genoemd. Het heeft er in toenemende mate alle schijn van dat hij tóch zijn ziel verkocht heeft, waarschijnlijk al voordat hij tot president gekozen werd, zo niet aan Obiang, dan waarschijnlijk aan andere criminelen, zoals zijn belangrijkste presidentieel adviseur:

drugshandelaar én voorzitter van de Kamer van Koophandel én oude partijrivaal van de afgezette Domingos Simões Pereira:  Braima Camará.

 

 

 

 

 

 

 

- de president van Nigeria, Muhammadu Buhari, zei in het weekend het te betreuren dat president José Mário Vaz, alvorens Baciro Djá te benoemen en in te zweren, niet eerst met de CEDEAO-delegatie die via Dakar op weg was naar Bissau, heeft overlegd over de politieke crisis. Buhari sprak over "gebrek aan respect" voor de delegatie, die onder leiding stond van de Nigeriaanse ex-president Olesugun Obasanjo. De delegatie zag af van de reis naar Bissau toen ze, in Dakar bijeen voor overleg met de Senegalese president Macky Sall hoorde dat de benoeming van een nieuwe minister-president al een feit was (zie 21 augustus op deze pagina);

 

- raadgever en woordvoerder van José Mário Vaz, Fernando Mendonça, verklaarde eergisteren dat de berichten in Franse en Portugese media over militaire steunverzoeken van president José Mário Vaz aan Senegal ten behoeve van zijn eigen bescherming op leugens berusten (zie 21 augustus op deze pagina);

- om 10.00 uur vandaag houdt de volksvertegenwoordiging een spoeddebat over de politieke crisis waarin het land zich bevindt.

__________________________________________

22 augustus 2015

- José Ramos-Horta, Nobelprijswinnaar voor de vrede, ex-president van Oost-Timor en ex-afgevaardigde van Ban Ki-Moon voor Guiné-Bissau, houdt in een interview met het Portugese tijdschrift "Público" president José Mário Vaz verantwoordelijk voor de politieke crisis en hij verdedigt de ontslagen minister-president Domingos Simões Pereira: "Domingos Simões Pereira was de weloverwogen keuze van de PAIGC en het electoraat bij de vrije verkiezingen van 2014. Met hem was Guiné-Bissau op de goede weg en met hem begon een periode van zichtbare en door iedereen gevoelde verbeteringen. In korte tijd !  Iedereen was optimistisch. Meneer de president José Mário Vaz wilde en wenste weer een tegenstelling en dat past niet een vredelievend staatshoofd, die de dialoog en de consensus moet nastreven. Door de actie van president José Mario Vaz betreedt Guiné-Bissau weer een onzeker en gevaarlijk pad." (vert. rg)

                                       foto: Miguel Madeira

- de volksvertegenwoordiging heeft voor de komende week een buitengewone zitting belegd om "met kracht" de beslissing van de president te veroordelen om als minister-president een persoon te benoemen, "die niet door de bij de verkiezingen winnende partij is aangewezen";

 

- de ontslagen minister-president Domingos Simões Pereira verklaarde gisteren in een interview met Rádio Cabo Verde dat de PAIGC, waarvan Domingos de partijvoorzitter is, het presidentieel besluit van de aanstelling van Baciro Djá als minister-president zal aanvechten. Hij zei bovendien dat de partij de president politiek en juridisch aansprakelijk zal stellen voor de politieke crisis waarin hij het land heeft gestort.

__________________________________________

21 augustus 2015

reacties uit binnen- en buitenland op het ontbinden van de regering van Domingos Simões Pereira en het benoemen door José Mário Vaz van Baciro Djá als minister-president:

 

- volgens de site www.seneweb.com heeft José Mário Vaz aan zijn Senegalese ambtgenoot Macky Sall om bijstand van een detachement inter-ventietroepen gevraagd voor zijn persoonlijke bescherming; het gaat om de GIGN (Groupement d'Intervention de la Gendarmerie Nationale). Als het waar is, is het niet voor het eerst dat een Guiné-Bissause president die in de knel zit aan Senegal om bescherming vraagt, in 1998 deed president Joao Bernardo ("Nino") Vieira dat ook, met vernietigende gevolgen (lees o.a. de boekbesprekingen 03 en 17 op de pagina "recente boeken")

Mario Vaz sollicite le Gign sénégalais pour sa protection

Le président Bissau-guinéen, José Mario Vaz, a peur pour sa vie après la crise entre lui et son désormais ancien Premier ministre, Domingos Simoes Pereira, qu'il a récemment limogé, contre l'avis du parti majoritaire, le Paigc. Selon «Le Témoin», il a sollicité du Président de la République du Sénégal, Macky Sall, l'envoi d'un détachement du Groupement d'intervention de la gendarmerie nationale, le redoutable Gign, pour assurer sa garde rapprochée. Une demande formulée par voie diplomatique. Sûr que Macky Sall ne tardera pas à accéder à sa demande.

Il faut dire que les éléments du Gign, spécialisés dans la garde rapprochée ainsi que la lutte contre le terrorisme et le grand banditisme sont très respectés à travers le monde. Ils sont rompus à la tâche, polyvalents et très professionnels.

Déjà, la Guinée Bissau connaît les hauts faits d'arme de ce corps d'élite de la gendarmerie. Lors de la guerre civile en 1998, des éléments du Gign étaient envoyés par le président Abdou Diouf pour assurer la sécurité du président Bissau-guinéen, le général João Bernardo Vieira, dit «Nino Vieira». Lorsque l'armée sénégalaise s'est retirée à la fin de «l'opération Gabou», les gendarmes du Gign avait plié bagage. Quelques année plus tard, Nino Viera a été assassiné dans sa résidence officielle par des hommes armés.

Présentement, un contingent de 140 éléments du Groupement d'intervention de la gendarmerie nationale (Gign), commandé par le Lieute­nant-colonel Charles Dib Thiam, un excellent élément et formateur du Gign, qui a coordonné la sécurité de l'ex-Président, Abdoulaye Wade, jusqu'à sa chute en 2012, se trouve à Bangui. Le Lieute­nant-colonel Charles Dib Thiam et ses hommes sont chargés de la protection rapprochée des autorités de l’Etat centrafricain.

- afgezette minister-president Domingos Simões Pereira verklaarde "dat niemand de wil van het volk kan tegenhouden" en dat de beslissing van de president om Bacira Djá als minister-president te benoemen het land weer "naar de chaos en de afgrond" kan leiden;

- de verenigde maatschappelijke groeperingen willen langs juridische weg president José Mário Vaz destitueren;

- ex-minister en partijleider (van de UPM) Agnelo Regalla gaat het besluit van president José Mário Vaz om Bacira Djá tot minister-president te benoemen juridisch aanvechten;

- de meerderheidspartij PAIGC noemt de benoeming van Baciro Djá illegaal en anticonstitutioneel;

- ook is zij een procedure gestart om Baciro Djá als partijlid te royeren; 

- zij wil bovendien president José Mário Vaz uit de partij zetten;

- de ex-president van Nigeria, Olusegun Obasanjo, was eergisteren met een gevolg van leden van het secretariaat van de CEDEAO (Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten) via Dakar, waar hij met president Macky Sall de situatie in Guiné-Bissau besprak, op weg naar Guiné-Bissau om "de gemoederen daar te kalmeren", toen hij hoorde van de benoeming van Baciro Djá en dientengevolge besloot om onverrichterzake naar huis terug te keren.

__________________________________________

20 augustus 2015

Tot verbijstering en woede van de bevolking en de internationale gemeenschap heeft president José Mário Vaz de voordracht van de meerderheidspartij PAIGC van Domingos Simões Pereira als minister-president voor de nieuw te vormen regering naast zich neergelegd. Hij heeft per presidentieel besluit Baciro Djá tot minister-president benoemd. Djá was minister van "presidencia" in de afgezette regering maar hij nam voortijdig ontslag, naar eigen zeggen vanwege gebrek aan vertrouwen in Domingos Simões Pereira. Eerder - in de regering van Carlos Gomes Júnior - was hij minister van Defensie.

__________________________________________

18 augustus 2015

De door de PAIGC georganiseerde megamanifestatie gisteren was een groot succes. Vele duizenden mensen uit alle delen van het land, inclusief de eilanden, trotseerden de regen om te protesteren tegen het presidentieel besluit en om hun aanhankelijkheid en trouw te betuigen aan de door de president afgezette regeringsleider Domingos Simões Pereira (op de onderste foto uiterst rechts).

 

                             foto's: www.gbissau.com

__________________________________________

17 augustus 2015

Zojuist - 16.00 uur Nederlandse tijd - is in Bissau de megamanifestatie begonnen tegen de beslissing van de president om de regering naar huis te sturen. Spandoeken worden meegedragen waarop steun betuigd wordt aan minister-president Domingos Simões  Pereira en diens regering.

deelnemers aan de manifestatie verzamelen zich - in de regen -  op het plein voor het presidentieel paleis (foto: aly silva)

__________________________________________

15 augustus 2015

nog meer reacties uit binnen- en buitenland op het ontbinden van de regering door president José Mário Vaz:

- de regering van Spanje spreekt haar bezorgdheid over de ontwikkelingen in Guiné-Bissau;

- de Veiligheidsraad van de VN besprak gisteren de in Guiné-Bissau ontstane situatie en drukte haar bezorgdheid uit, onderstreepte echter ook het belang van het feit dat de militairen zich niet met de politieke crisis bemoeid hebben;

- Geraldo Martins, minister van Financiën van de ontbonden regering (en oud bestuurslid van de Wereldbank) benadrukt dat alle financiële internationale partners de regering prezen om haar beleid; (pikant en saillant detail: toen de president zelf  minister van financiën was - in de regering die in 2012 door een staatsgreep werd afgezet - was van een dergelijke bewondering door de financiële partners geen sprake); 

- de Verenigde Staten roepen op tot dialoog en overeenstemming tussen de bij de crisis betrokken instituten;

- de Liga van de Mensenrechten reageert zeer afwijzend op de beslissing van de president, verwijt hem een destructieve en neerbuigende houding t.o.v. de democratie en de bevolking en vergelijkt zijn beslissing met een staatsgreep;

- aanstaande maandag om 14.00 uur zal er, op initiatief van de PAIGC,  op en vanaf meerdere plekken in Bissau een grote manifestatie en mars gehouden worden in protest tegen de beslissing van de president;

- in Lissabon wordt vandaag een manifestatie gehouden door de Guiné-Bissause gemeenschap van Portugal;

- in meerdere blogs over Guiné-Bissau wordt president José Mário Vaz een nieuwe Afrikaanse dictator en tiran genoemd, die wil handelen naar het voorbeeld van zijn vriend Yahya Jammeh, de Gambiaanse  dictator; algemeen is de wens de president naar huis te sturen via nieuwe verkiezingen;

__________________________________________

14 augustus 2014

reacties uit binnen- en buitenland op het ontbinden van de regering door president José Mário Vaz:

-

- de Veiligheidsraad van de VN besprak gisteren de in Guiné-Bissau ontstane situatie en drukte haar bezorgdheid uit, onderstreepte echter ook het belang van het feit dat de militairen zich niet met de politieke crisis bemoeid hebben;

- Geraldo Martins, minister van Financiën van de ontbonden regering (en oud bestuurslid van de Wereldbank) benadrukt dat alle financiële internationale partners de regering prezen om haar beleid; (pikant en saillant detail: toen de president zelf  minister van financiën was - in de regering die in 2012 door een staatsgreep werd afgezet - was van een dergelijke bewondering door de financiële partners geen sprake); 

- de Verenigde Staten roepen op tot dialoog en overeenstemming tussen de bij de crisis betrokken instituten;

- de Liga van de Mensenrechten reageert zeer afwijzend op de beslissing van de president, verwijt hem een destructieve en neerbuigende houding t.o.v. de democratie en de bevolking en vergelijkt zijn beslissing met een staatsgreep;

- aanstaande maandag om 14.00 uur zal er, op initiatief van de PAIGC,  op en vanaf meerdere plekken in Bissau een grote manifestatie en mars gehouden worden in protest tegen de beslissing van de president;

- in Lissabon wordt vandaag een manifestatie gehouden door de Guiné-Bissause gemeenschap van Portugal;

- in meerdere blogs over Guiné-Bissau wordt president José Mário Vaz een nieuwe Afrikaanse dictator en tiran genoemd, die wil handelen naar het voorbeeld van zijn vriend Yahya Jammeh, de Gambiaanse  dictator; algemeen is de wens de president naar huis te sturen via nieuwe verkiezingen;

minister-president Domingos Simões Pereira (gistermorgen):

"Meteen vanmorgen vroeg heb ik de president gebeld om hem te zeggen dat hij als staatshoofd de plicht heeft vrede en rust te bewaren, maar hij wilde mij niet te woord staan. Voor mij is dat niet echt een verrassing, maar het is verontrustend, ik zie het als een daad van onverantwoordelijkheid." (vert. rg)

 

- de voorzitter van de volksvertegenwoordiging Cipriano Cassamá roept de president op "de wapens te laten vallen en naar het volk te luisteren"

 

- José Ramos Horta, Nobelprijswinnaar voor de Vrede, ex-president van Oost-Timor en speciaal afgevaardigde van Ban Ki-Moon voor Guiné-Bissau in de "staatsgreepjaren", is "verbijsterd" en roept de regering van Oost-Timor op de hulp aan Guiné-Bissau onmiddellijk te bevriezen;

 

 

- de Europese Commissie meent dat de beslissing van de president de "positieve dynamiek van de heropbouw en het consolideren van de democratie" in gevaar brengt;

- de meerderheidspartij PAIGC deelt mee bij de vorming van een nieuwe regering opnieuw Domingos Simoes Pereira als regeringsleider voor te dragen;

- de regering van Portugal spreekt haar grote bezorgdheid uit over de gevolgen van de beslissing van de president, hetzelfde doen de regeringen van Angola en Cabo Verde; i.h.a. wordt de president opgeroepen tot dialoog en begrip;

 

van www.rfi.fr:

Dissolution du gouvernement en Guinée-Bissau

Le président bissau-guinéen José Mario Vaz a mis à exécution sa menace de dissoudre le gouvernement  de Domingos Simoes Pereira. Les deux hommes pourtant issus d'un même parti ne s'entendent pas depuis plusieurs mois sur la manière de diriger le pays. Dans un discours de 40 minutes, le Président Vaz a évoqué une crise de confiance à l'égard de son Premier ministre et cité un certain nombre de points qui constituent des blocages dans le fonctionnement des institutions.

Le président José Mario Vaz a mis à exécution sa menace de dissoudre le gouvernement de Domingos Simoes Pereira. La pression de la rue, l'appel au dialogue lancé par les représentants de la communauté internationale réunis mardi à Bissau, n'ont rien changé dans sa détermination. Le secrétaire général de l'ONU Ban Ki-moon, s'était personnellement impliqué pour éviter une instabilité en Guinée-Bissau. Peine perdue, le décret présidentiel est tombé hier mercredi, tard dans la nuit : le gouvernement de Domingos Simoes Pereira est dissout.

Pour justifier sa décision, le président Vaz a cité un certain nombre de points notamment la corruption, le détournement de deniers publics, le népotisme ; autant de maux qui ont fini par briser la confiance entre lui et son Premier ministre. « Dans une telle situation, a-t-il déclaré, un simple remaniement ministériel ne suffit pas pour résoudre la crise au sommet de l'Etat ».

 

Le président est maintenant sur une corde raide. En brouille avec sa famille politique, il doit faire de nouvelle alliance lui permettant d'avoir une majorité au Parlement. A défaut d'une base politique solide à l'assemblée, la dissolution de cette chambre et l'organisation des élections législatives dans 90 jours s'impose.

A Bissau la situation est calme, mais plusieurs associations syndicales ont appelé leurs membres à cesser de travailler jusqu'à ce que le président remette sur selle le Premier ministre déchu. Le gouvernement portugais se dit très préoccupé la montée de la tension et est en train fournir des efforts pour prévenir que les divergences institutionnelles débouchent à une crise politique grave.

__________________________________________

13 augustus 2015

President José Mario Vaz heeft gisteravond, na een ellenlange toespraak tot de natie over zijn overwegingen en met harde kritiek op de minister-president en de voorzitter van de volksvertegen-woordiging, de regering van zijn partijgenoot minister-president Domingos Simões Pereira naar huis gestuurd (presidentieel besluit 5/2015) 

                de regering bij haar aantreden in juni 2014

__________________________________________

10 augustus 2015

Gistermiddag is president José Mário Vaz teruggekomen in Bissau na overleg over de politieke crisis in Dakar met zijn ambtgenoten van Senegal en Guiné (-Conakry). Op het vliegveld werd hij, volgens het protocol, opgehaald door minister-president Domingos Simões Pereira en parlementsvoorzitter Cipriano Cassamá (heer in het wit op de foto's). Hij verklaarde aan de pers dat hij vandaag met een verklaring zal komen.

                      foto's: Herickson Fada @ Presidência da República

 

- van www.rfi.fr:

 

Guinée-Bissau: en pleine crise politique, le président face au peuple

 

Par RFI

Le chef de l'Etat est rentré ce dimanche 9 août d'une réunion à Dakar avec le président sénégalais Macky Sall et son homologue guinéen Alpha Condé, à propos de la crise politique en Guinée-Bissau. Cette crise résulte de la décision du président José Mario Vaz de dissoudre le gouvernement de Domingos Simoes Pereira. Les deux hommes ne s'entendent pas à propos de la gestion du pays. En Guinée-Bissau, le président de la République peut dissoudre le gouvernement en cas de crise politique profonde et mettre en place un gouvernement de gestion chargé d'organiser des élections législatives dans les 90 jours qui suivent. Le président José Mario Vaz a promis de s'adresser à la nation, probablement ce mardi 11 août, après une rencontre avec le Conseil d'Etat, un organe de consultation rattaché à son cabinet.

On craignait une véritable démonstration de force entre partisans du président José Mario Vaz et ceux proches de son Premier ministre Domingos Simoes Pereira. Il n’en a finalement rien été. Domingos Simoes Pereira avait lancé un appel au calme largement suivi par ses partisans qui, depuis trois jours, battent les dalles devant le palais. « Allez recevoir le président de la République à bras ouverts. Ouvrez-lui les portes du palais. Faites preuve de civisme tout en présentant vos revendications, dans le respect de la loi et des règles démocratiques », a-t-il déclaré.

Au sortir de l’aéroport, le président Vaz, son Premier ministre et le président de l’Assemblée nationale Cipriano Cassamá, la main dans la main, ont fait ensemble une centaine de mètres devant une foule très agitée. Dans une brève déclaration à la presse, le président Vaz a assuré qu’il s’adressera à la nation après une réunion avec le Conseil d’Etat, un organe de consultation rattaché à son cabinet.

« J’étais en pleine réunion du Conseil d’Etat quand mon ami et frère, le président Macky Sall, président en exercice de la Cédéao [Communauté économique des Etats d’Afrique de l’Ouest] et le président Alpha Condé m’ont dit qu’ils souhaitaient échanger avec moi des idées à propos de la situation dans la sous-région, spécialement à propos de la Guinée-Bissau. Nous avons eu deux réunions. Je ferai un message à la Nation sous peu de temps à ce sujet. »

__________________________________________

9 augustus 2015

Al 24 uur wordt in het centrum van de stad en geconcentreerd op het plein voor het presidentieel paleis aanhankelijkheid en trouw betuigd aan minister-president Domingos Simões Pereira (DSP) en diens regering (zie foto). President José Mário Vaz komt vandaag terug uit Senegal, waar hij vanaf vrijdag j.l. verbleef voor spoedoverleg over de politieke crisis met de president van Senegal, Macky Sall.

          foto: aly silva

_________________________________________________________

8 augustus 2015

van: www.rfi.fr:

 

Brouille au sommet de l'Etat en Guinée-Bissau

Par  RFI (Carine Frenk)

Le président bissau-guinéen José Mario Vaz et son Premier ministre Domingos Simoes Pereira, en avril 2014 à la veille du second tour de la présidentielle, à Bissau.(www.rfi.fr)

Le Premier ministre de Guinée-Bissau, Domingos Simoes Pereira, a annoncé vendredi une prochaine dissolution du gouvernement par le chef de l'Etat, José Mario Vaz, en raison de divergences à la tête de l'exécutif. Le gouvernement a été formé en juillet 2014, après la victoire de José Mario Vaz au second tour de l'élection présidentielle organisée en mai.

Le président José Mario Vaz et son Premier ministre Domingos Simoes Pereira sont tous deux membres du Parti africain pour l'indépendance de la Guinée et du Cap-Vert (PAIGC), au pouvoir. Mais les deux hommes ne s'entendent pas sur la manière de diriger le pays. Le chef de l'Etat veut le départ du gouvernement de certains ministres sur lesquels pèsent des soupçons de corruption ou de détournement de deniers publics. Parmi les personnalités épinglées figurent les ministres des Affaires étrangères, des Ressources naturelles et deux secrétaires d’Etat, tous des responsables du PAIGC.

A cette situation s’ajoute le malentendu à propos du retour de trois ans d’exil au Portugal de l’ancien chef d’état-major des armées, le contre-amiral José Mario Induta. Le président estime que la présence de l’officier pourrait représenter un danger pour la stabilité encore fragile du pays et perturber son mandat. Contrairement à ce que pense le Premier ministre, Domingos Simoes Pereira, qui dit ignorer les circonstances dans lesquelles le contre-amiral est revenu au bercail.

Vendredi, environ 500 personnes scandant des propos hostiles au président ont manifesté devant le palais présidentiel contre une éventuelle dissolution du gouvernement. En Guinée-Bissau, la Constitution permet au président de la République de dissoudre le gouvernement en cas de crise politique profonde et de mettre en place un gouvernement de gestion chargé d’organiser des élections législatives dans les 90 jours qui suivent.

_________________________________________________________

7 augustus 2015 

 

In de afgelopen week is in weerwil van de verzoenende en geruststellende woorden van president José Mário Vaz een maand geleden tot de volksvertegenwoordiging, weer sprake van politieke onenigheid, die nu beter als crisis omschreven kan worden; minister-president Domingos Simões Pereira heeft zich tot de natie

gericht met woorden die blijk geven van een reële mogelijkheid dat de president de regering zal afzetten, een mogelijkheid die door de bevolking, alle partijen, de in de CEDEAO verenigde landen en de internationale diplomatie zeer onwenselijk geacht wordt. De president is vanmiddag naar Senegal vertrokken, naar verluidt voor overleg met zijn ambtgenoot Macky Sall. Inwoners van Bissau verzamelen zich op het centrale plein voor het presidentieel paleis en getuigen van hun steun aan de regering van Domingos Simoes Pereira.

foto: aly silva

__________________________________________

6 augustus 2015

Op 3 augustus is in een ziekenhuis in Virginia in de V.S. ambassadeur John Blacken overleden, een grote en trouwe vriend van Guiné-Bissau. Hij zou eind deze maand 85 jaar geworden zijn. In de tachtiger jaren was hij ambassadeur voor de V.S. in Guiné-Bissau. Na zijn mandaat en een daarop volgende gevarieerde diplomatieke carrière is hij uiteindelijk naar Guiné-Bissau teruggegaan om er te blijven en zich veelzijdig, onvermoeibaar en optimistisch voor het land in te zetten. Hij was een goede vriend en bekende van de kleine Nederlandse gemeenschap, die hem op 7 mei j.l. nog bij de viering van koningsdag mocht begroeten en waarbij onderstaande foto gemaakt werd.

__________________________________________

3 augustus 2015

Vandaag wordt het "bloedbad van Pindjiguiti" herdacht. Het is 56 jaar geleden, dat in de haven van  Bissau ongeveer 70 stakende havenarbeiders door leden van de Portugese koloniale  politie koelbloedig vermoord werden; voor de in 1956 opgerichte 

bevrijdingspartij PAIGC was het een aanleiding om van strategie te  veranderen; zij richt zich vanaf dat moment niet meer alleen op de  stadsbevolking, maar ook op de bewoners van het platteland, de overgrote  meerderheid van de bevolking van "Portugees Guiné"; de strijd blijft er  echter nog een van overleg met het koloniale regime; pas in 1963 wordt  de eerste gewapende aanval uitgevoerd op een Portugees garnizoen (dat  van Tipe, in het zuiden van het land); dat is het begin van de  bevrijdingsoorlog die elf jaren zal duren;
___________________________________________

29 juli 2015

Africa Faces Acute Shortage of Meningitis C Vaccines

Lisa Schlein op de site www.voanews.com:

July 28, 2015 11:42 AM

GENEVA

The World Health Organization warns thousands of people in Africa could die of meningitis next year if drug companies do not increase production of life-saving meningitis C vaccines.

WHO says Africa is at risk of a large meningitis outbreak next year in the 25 countries that constitute Africa’s meningitis belt.

 

The U.N. agency is calling for vaccine manufacturers to step up production by 5 million doses before the 2016 meningitis season starts in January.

Unfortunately, this appeal appears to be falling on deaf ears, according to William Perea, an epidemiological officer with WHO.

Production and price

“The vaccine manufacturers are not willing to ramp up the vaccine production to make this 5 million available to WHO to respond eventually to epidemics in the next season," he said. "If we do not manage to put together this 5 million stockpile, we will be not well armed to respond to the epidemics that may hit Africa next year.”

Another problem is price. Meningitis C vaccine can cost between $30 and $50 a dose, much higher than meningitis A vaccine, which costs about 60 cents a dose.

Meningitis is a bacterial infection that can cause severe brain damage. It is fatal in 50 percent of cases if left untreated. The introduction of a vaccine against meningitis A in 2010 has successfully protected millions of people in Africa from getting this disease and prevented its spread.

Meningitis C has not been seen in Africa since the 1970s; however, cases of the disease have been rising since it re-emerged in Nigeria in 2013 and 2014, and in Niger this year. WHO reports 12,000 cases of meningitis C and 800 deaths in Niger and Nigeria in the first six months of this year.

GlaxoSmithKline and Sanofi Pasteur are the two leading manufacturers of the meningitis C vaccine. WHO’s Perea tells VOA the manufacturers say they do not have the capacity to increase production.

“Whether that is true or not is, for us in any case, is difficult to prove; but, what we know is... producing this vaccine is not a major issue," he said. "The production can be very quickly ramped up. If there is a true willingness to scale up production, I am pretty sure the manufacturers can do that.”

The World Health Organization plans to convene an expert meeting in October in Geneva to try to understand why meningitis C is reappearing in Africa after an absence of nearly 40 years. It says many questions have to be answered for health officials to be able to control this disease.

__________________________________________

28 juli 2015

- het Portugese watertoeleveringsbedrijf Aguas de Portugal zal in Guiné-Bissau een project gaan uitvoeren dat er op gericht is de watervoorziening in sommige wijken van Bissau en in omliggende zones (Prabis en Quinhamel) te verbeteren;

 

- de procureur-generaal van de republiek, Hermenegildo Pereira, verzocht bij de parlementsvoorzitter Cipriano Cassamá,  om opheffing van de parlementaire onschendbaarheid van zes leden van het parlement, zodat deze gehoord kunnen worden i.v.m. lopende justitiële onderzoeken; de namen van de betrokken parlementsleden zijn niet vrijgegeven; de parlementsvoorzitter heeft het verzoek ingewilligd;

 

- ex-opperbevelhebber van de strijdkrachten van Guiné-Bissau, Zamora Induta, is vorige week teruggekomen in het land; hij kwam terug uit Portugal waar hij verbleef sinds zijn verdrijving bij de staatsgreep van mei 2012; hij werd toen afgezet door zijn tweede man, de putschist António Indjai;

__________________________________________

13 juli 2015

- de minister van Buitenlandse Zaken, Mário Lopes da Rosa, mag het land niet verlaten hangende het onderzoek naar corruptie en economische misdaden die hij gepleegd zou hebben toen hij voor de overgangsregering (de "staatsgreepregering" van april 2012 tot juni 2014)  minister van Visserij was; zijn bankrekening werd geblokkeerd;

- de staatssecretaris van Jeugd, Cultuur en Sport, Tomás Gomes Barbosa, wordt ook gehoord in die zaak; hij was in de overgangsregering staatssecretaris van Visserij:

- in de afgelopen periode, het eerste regeringsjaar van de regering van Domingos Simoes Pereira, zijn al 12 leden van de regering opgeroepen (en een staatssecretaris ook in voorlopige hechtenis genomen) door het Openbaar Ministerie, doorgaans i.v.m. ongeregeldheden ten tijde van de overgangsregering; Domingos Simões Pereira gaf te kennen dat hij vertrouwen heeft in justitie;

 

__________________________________________

6 juli 2015

- vandaag kwam de Portugese minister-president Passos Coelho aan in Bissau voor een meerdaags bezoek aan zijn ambtgenoot Domingos Simões Pereira; beide regeringsleiders tekenden het "strategisch samenwerkingsplan 2015-2020", waarin Portugal 40 miljoen euro ter beschikking stelt aan Guiné-Bissau ten behoeve van de democratie en de ontwikkeling van Guiné-Bissau;

__________________________________________

4 juli 2015

- de speciale vertegenwoordiger van de V.N. voor Guiné-Bissau, Miquel Trovoada, verklaarde na afloop van de toespraak van de president dat deze meer vertrouwen gaf aan de internationale gemeenschap om het land bij te staan; het zou volgens hem ook vertrouwen geven aan privé investeerders, waarbij hij aantekende dat deze belangrijk waren voor de werkgelegenheid en voor de economische en sociale ontwikkeling van het land;

 

- de speciale parlementszitting gisteren waarin president José Mário Vaz in aanwezigheid van de regering, de justitiële sector en ettelijke diplomaten en vertegenwoordigers van internationale organisaties de volksvergadering toesprak, wordt i.h.a. ervaren als een belangrijke bijdrage aan het  beëindigen van speculaties over de val van de regering; de president maakte duidelijk dat hij beslist de regering niet wil zien vallen en dat zijn toespraak in de eerst plaats bedoeld was om duidelijk te maken dat hij niet van plan was en ook nooit was geweest om de regering naar huis te sturen; daarbij nam hij overigens geen blad voor de mond m.b.t. de zaken die hem onwelgevallig waren, zoals het gebrek aan arbeidsethos in de publieke sector (veel absenteïsme en slechts 4 a 5 uren per dag), de corruptie, het nepotisme, de kwaliteit van de publieke werken, de vernietiging van de bossen, de exploitatie van de natuurlijke hulpbronnen, het gebrek aan transparantie in de visindustrie; zijn kritisch volgen van de ontwikkelingen zag hij als zijn taak als president van de republiek en als een manier om het land verder op weg te helpen ook in de zin dat het gerespecteerd wordt door de internationale gemeenschap en de donoren;

           Foto: Herickson Fada @ Presidência da República

__________________________________________

3 juli 2015

- vandaag zal president José Mário Vaz in een speciale parlementszitting de   volksvertegenwoordi-ging toespreken; over de strekking van zijn verhaal is niets bekend gemaakt maar algemeen wordt aangenomen dat het in verband zal staan met de voortdurende spanning die er bestaat tussen de president en de regering:

__________________________________________

2 juli 2015

- deze week keurde de nationale volksvertegenwoordiging (ANP) unaniem een "motie van vertrouwen" goed, betrekking hebbend op de regering van minister-president Domingos Simoes Pereira, die deze week - 4 juli - een jaar regeert; de motie wordt ervaren als een belangrijke steun voor de minister-president, die een steeds ingewikkelder verhouding met president José Mário Vaz blijkt te krijgen: deze laat zich soms publiekelijk negatief uit over het regeringsbeleid, ook zijn er spanningen rond het ontslaan en aannemen van ministers;  de leider van de grootste oppositie-partij PRS schaarde zich nadrukkelijk achter de regering van Domingos Simões Pereira, die zelf partijleider is van de meerderheidspartij PAIGC;

_________________________________________

27 juni 2015

- eergisteren sprak, in aanwezigheid van Miguel Trovoada, de speciale vertegenwoordiger van Ban Ki-Moon voor Guiné-Bissau, het corps diplomatique haar vertrouwen uit in de regering van Domingos Simões  Pereira, op 4 juli a.s. een jaar aan de macht, en verzekerde zij de regering haar te steunen bij het realiseren van de doelen van de recente Ronde Tafel Conferentie in Geneve;

 

__________________________________________

18 juni 2015

- minister-president Domingos Simões Pereira (op de foto rechts met rode pet bij een van de talrijke marsen in Bissau) zal volgende maand op uitnodiging van de Stichting Vierdaagse Nijmegen een dag, mogelijk meerdere dagen, meelopen met de vierdaagse (21-24 juli); het bezoek is ook bedoeld om kennis te maken met de organisatie (bron: jan van maanen). (21.07.15: het is er uiteindelijk niet van gekomen)

 

_________________________________________________                             

13 juni 2015

- eergisteren kondigde de staatssecretaris van Transport en Communicatie João Bernardo Vieira de oprichting van een Guiné-Bissause vliegmaatschappij aan: Air Guine Bissau; het zal in eerste instantie gaan om twee vliegtuigen die zullen vliegen op Lissabon en Praia; als aan alle voorwaarden voor het goed functioneren van de maatschappij voldaan is - naar verwachting binnen twee jaar - zal er voor het eerst sinds lange tijd weer sprake zijn van directe vluchten Bissau-Lissabon vice versa.

 

_________________________________________________________

3 juni 2015

van www.irinnews.org: 

 

Why isn’t Guinea-Bissau prepared for Ebola?


DAKAR/BISSAU, 2 June 2015 (IRIN) - The government of Guinea-Bissau has known for months about the risk of Ebola entering the country, but it hasn't done enough to prepare. Now there is a cluster of cases just across the border. Residents say it will be good fortune rather than good planning if an outbreak is avoided.

“I don’t know why we haven’t gotten Ebola yet,” said Edimar Nhaga, who lives in the capital, Bissau. “It certainly isn’t because of prevention measures taken by the government because they haven’t done enough to avoid the epidemic. I believe it’s been luck so far because, to be frank, we just don’t have the capacity for a proper response. No one should believe that our country could face a hypothetical Ebola outbreak.”

As of mid-May, Guinea-Bissau had implemented just 59 percent of the minimum preparedness tasks, including having measures in place for proper epidemiological surveillance, public awareness campaigns, case management, contact tracing, and safe and dignified burials, according to the latest data from the World Health Organization (WHO).

The country has not yet identified funding sources or developed a framework in case an Ebola outbreak should occur, the WHO reports, and just 20 percent of minimum preparedness activities related to budgeting, including the creation of easily accessible contingency funds for immediate response to a potential case, have been completed.

“Guinea-Bissau is definitely a matter of concern,” said Doctor Unni Krishnan who heads Plan International’s Disaster Preparedness and Response program. “If a case arrives, this could either go the way in which Ebola was contained in Nigeria because of quick action and good preparedness measures, or it could go the other way, like how we saw in Guinea and the other (worst-affected) countries.”

What Guinea Bissau will struggle to cope with will be the already weak health system and limited number of medical experts and public health specialists.

The concern over Guinea-Bissau’s ability to react to an Ebola case is not new, but has been heightened in the past week, following, for the first time in almost seven months, a cluster of cases just across the border in neighboring Guinea’s Boke prefecture, where traders cross daily to sell their wares and farmers come to work their fields.

Violent protests in the northern Guinean town of Kamsar have also raised fears that aid workers will be impeded in their efforts to stop the virus crossing the border.

 The situation, should Ebola actually arrive, is particularly worrying as Guinea-Bissau is among the least developed countries in the world, according to the United Nations Human Development Index. More than 15 years after the end a year-long civil war, which displaced hundreds of thousands of people, the country still suffers from political instability, a fragile economy and poor infrastructure.

The public health system is especially weak, with neither enough trained doctors and nurses, nor resources and supplies, to offer quality care during even regular times.

There are just seven physicians per every 100,000 people, according to the WHO. This is lower than the ratio of doctors that Guinea had before the outbreak began.

“What Guinea-Bissau will struggle to cope with (should Ebola arrive) will be the already weak health system and limited number of medical experts and public health specialists,” Krishnan told IRIN. “Looking at the health facilities in Guinea-Bissau, when it comes to disaster preparedness and response, we should be on the higher side of caution, rather than taking it lightly.”

 

Scaling up

 
In light of the recent cases just across the border, organisations such as the Federation of Red Cross and Red Crescent Societies (IFRC), the WHO and Médecins Sans Frontières (MSF) have begun increasing their presence on the ground.

“It’s no longer preparing for something that eventually will come one day,” said Youcef Ait Chellouche, the IFRC’s Deputy Head of Regional Ebola Operations. “It’s now pushing up the level of preparedness. We call it ‘increased readiness for imminent risk’.”

Chellouche said the IFRC would be deploying additional staff to Guinea-Bissau this week to take part in social mobilisation campaigns in the border areas, including volunteers who worked in Liberia and Guinea. They also plan to train more local teams on how to safely put on and remove the Personal Protective Equipment (PPE) outfits, as well as educate both local authorities and communities about safe and dignified burials.

If a case is identified in due time and isolated in due time, then the potential of containing the contamination is quite high. But if it’s late and if there is already contamination of other populations, it will be tougher.

The WHO says it has also sent community engagement experts to the border region to strengthen surveillance measures and early warning systems, two epidemiologists, and a logistician to make an inventory of available resources. They have also replaced more than 1,500 PPE kits that were lost in a recent warehouse fire. The WHO says they plan to simulate outbreak-response exercises to test the actual level of preparedness to deal with an outbreak, but no date has been set.

MSF has trained a six-person medical team of frontline workers, who will be among the first to respond if there is a suspected case. They have also prepositioned Ebola safety kits and set up a six-bed isolation unit in the Simao Mendes National Hospital, in Bissau, which has the ability to scale up its capacity to 24 beds if needed.

“The biggest concern is to have even one case,” said the head of MSF’s West African unit, Stephane Doyon, who explained that Ebola can be difficult to contain even in countries with strong health systems. “If a case is identified in due time and isolated in due time, then the potential of containing the contamination is quite high. But if it’s late and if there is already contamination of other populations, it will be tougher.”

The Portuguese government has also helped set up a laboratory, so that blood samples from potential cases no longer need to be sent elsewhere.


Challenges remain

 
Despite these recent efforts, it won’t be easy. Ebola response workers say they are worried about the potential of resistance among local populations.

“I think the concern, or rather, the anticipated challenge, that we’d like to avoid – is the problems we had in other countries in which rumors and lack of clear information about Ebola led to more rumors and then community resistance against humanitarian service providers,” Chellouche said.

Many locals told IRIN they still don’t know what exactly Ebola is or how it is transmitted.

“Honestly, I don’t know what the symptoms of Ebola are,” said Bissau resident Samba Balde. “But I am scared because we border with Guinea Conakry, a country where the epidemic has arrived.”

 

Donor funds are also lacking

 

“The way the world works today, it is not ready for disaster preparedness,” Krishnan said. “The world pays attention when the tolls starts going up. But unfortunately donors are not that forthcoming when it comes to boosting preparedness and resilience.”

The authorities haven’t met even the minimum conditions to defend us against Ebola, even with support offered by international partners. They still need to do a lot more.

MSF’s Doyen told IRIN that there have been regular meetings between the health ministry and partners to discuss Ebola preparation and response and that “there is good collaboration.” But if a case does arrive, he said the government “will definitely have a need for good support from the outside.”

Less than six percent of Guinea-Bissau’s gross domestic product (GDP) is currently devoted to health care, according to the WHO.

But even with more outside help, many people in Guinea-Bissau say they have little faith it will be enough.

“The authorities haven’t met even the minimum conditions to defend us against Ebola, even with support offered by international partners,” Bissau resident Ernest Higinio Correia said. “They still need to do a lot more.”

jl-lc/a

_____________________________________________________________

31 mei 2015

- sinds donderdag j.l. tot vandaag is de Marokkaanse koning Mohammed VI in het land; vrijdag werden 16 overeenkomsten getekend tussen de twee regeringen o.a. op het gebied van visa, visserij, binnenlandse veiligheid en infrastructuur; bij de ontvangst waren veel jongeren op de been die dankzij Marokkaanse studiebeurzen in dat land studeerden of studeren en veel leiders uit de moslimgemeenschap;

                              foto: Herickson Fada

___________________________________________
 15 mei 2015

- de internetverbinding was in de hele stad, mede vanwege voortdurende stroomuitval, de laatste weken zo slecht dat het vrijwel onmogelijk was om aan de site te werken; naar ik hoop komt daar spoedig verandering in;

- op 7 mei werd in Bissau koningsdag gevierd; op de foto gastvrouw plaatsvervangend ambassadeur Josephine Frantzen en gastheer honorair consul Jan van Maanen klaar voor hun toespraak tot de genodigden;

foto: rené gussenhoven

___________________________________________________________________

26 maart 2015

- gisteren vond in Brussel in aanwezigheid van een zeventigtal staatshoofden, ministers van Buitenlandse Zaken en vertegenwoordigers van internationale instituties een voor Guiné-Bissau zeer succesvolle Ronde Tafel Conferentie plaats (op de foto minister-president Domingos Simões Pereira tijdens de sluitingsceremonie), waarbij de internationale gemeenschap in woord en daad van haar grote vertrouwen in de huidige regering blijk gaf;

 

enkele van de meest indrukwekkende uitkomsten van de conferentie:
- 300.000.000 euro van de Westafrikaanse Ontwikkelingsbank (BOAD)
- 250.000.000 dollar van de Wereld Bank
- 160.000.000 euro van de Europese Unie
- 40.000.000 euro van Portugal
- 1.900.000 euro van Oost-Timor

_________________________________________________

15 maart 2015

- gisteren heeft minister-president Domingos Simões Pereira het parlement op de hoogte gesteld van de bedragen die de regering tijdens de Ronde Tafel Conferentie van 25 maart in Brussel gaat vragen van de internationale partners; het gaat in totaal om 2.119 miljoen euro, te verdelen in twee fasen van respectievelijk 423 miljoen euro voor de onmiddellijke grote structurele projecten van de komende drie en een half jaar en 1.600 miljoen euro voor plannen "van grotere reikwijdte" voor de periode 2015-2025; de bij de aanvragen behorende documenten werden door het volledige parlement goedgekeurd; na zijn aanwezigheid in het parlement is Domingos Simões Pereira naar Senegal vertrokken voor een ontmoeting met president Macky Sall, om hem persoonlijk uit te nodigen voor de conferentie van 25 maart; vandaar is hij inmiddels doorgereisd naar Luanda/Angola om daar de bilaterale samenwerkings-programma's te analiseren;

_________________________________________________________

5 maart 2015

- de meerderheids- en regeringsparij PAIGC heeft vorige week in een bijzondere vergadering van het Politiek Bureau besloten tot een spoedige bijeenkomst van partijveteranen met de drie thans hoogst geplaatste partijleden: president José Mário Vaz, minister-president Domingos Simões Pereira en parlementsvoorzitter Cipriano Cassamá. Zij willen met de drie heren aan tafel om opheldering te vragen over de al enige tijd rondzingende geruchten over onenigheid tussen hen onderling en zodoende bijdragen tot "cohesie in het belang van de partij en de natie"; er wordt gefluisterd dat de basis van de onenigheid waarschijnlijk gelegen is in onduidelijkheid over de verschillende rollen, m.n. over de rol van de president (regeringsleider die op meerdere beleidsterreinen het laatste woord heeft of een meer ceremoniële rol zoals bijvoorbeeld in Portugal);

 

 

________________________________________________
8 februari 2015

- in de afgelopen week tekenden de ambassadeur van de Europese Unie, Victor Madeira dos Santos, en de regering bij hoofde van minister van Economie en Financiën Geraldo Martins een samenwerkingscontract, waarbij de E.U. 15.000.000 euro beschikbaar stelt voor duurzame sociaal-economische ontwikkeling op het gebied van de landbouw. Vooral de regio's Quinara, Tombali en Bafatá zullen van de hulp profiteren;

- de speciale vertegenwoordiger van de Verenigde Naties voor Guiné-Bissau, Miguel Trovoada, noemde de afgelopen week bij een vergadering van de Veiligheidsraad de situatie in het land "kwetsbaar" ondanks de terugkeer naar grondwettelijke verhoudingen; er zijn volgens hem nog geen wegen gevonden om de "diepe oorzaken van de instabiliteit van het land" aan te pakken; hij hamerde bij zijn toespraak op het voortdurende belang van het versterken van de democratische instellingen, de herstructurering van de sectoren van defensie en veiligheid, het verbeteren van het functioneren van de interne administratie en het bestrijden van straffeloosheid en transnationale criminaliteit.


- bij de top van de Afrikaanse Unie deze week in Addis Abeba verzekerde de vertegenwoordiger van de A.U. in Guiné-Bissau Ovídio Pequeno, dat de Unie zich zal blijven inspannen om de hervorming van Defensie, Veiligheid en Justitie in het land te ondersteunen en te bevorderen;
                                                                          

 


_________________________________________________
                            

6 februari 2015


- de voltallige regering bevindt zich momenteel op het eiland Rubane in de sector Bubaque om zich voor te bereiden op de Ronde Tafel conferentie van 25 en 26 maart a.s. in Genève, waarbij internationale donoren en actoren besluiten zullen nemen over materiële en financiële hulp aan Guiné-Bissau:



- in het jaarverslag van Freedom House, NGO in Washington die de vrijheid in de wereld onderzoekt, komt Guiné-Bissau nu beter uit de bus dan voorgaande jaren: van onvrij naar gedeeltelijk vrij;

 


                                       
van www.freedomhouse.org:

  

Freedom in the World 2015 evaluates the state of freedom in 195 countries and 15 territories during 2014. Each country and territory is assigned two numerical ratings—from 1 to 7—for political rights and civil liberties, with 1 representing the most free and 7 the least free. The two ratings are based on scores assigned to 25 more detailed indicators. The average of a country or territory’s political rights and civil liberties ratings determines whether it is Free, Partly Free, or Not Free. 

The methodology, which is derived from the Universal Declaration of Human Rights, is applied to all countries and territories, irrespective of geographic location, ethnic or religious composition, or level of economic development. Freedom in the World assesses the real-world rights and freedoms enjoyed by individuals, rather than governments or government performance per se. Political rights and civil liberties can be affected by both state and nonstate actors, including insurgents and other armed groups.

 

Discarding Democracy: A Return to the Iron Fist

by Arch Puddington, Vice President for Research

In a year marked by an explosion of terrorist violence, autocrats’ use of more brutal tactics, and Russia’s invasion and annexation of a neighboring country’s territory, the state of freedom in 2014 worsened significantly in nearly every part of the world.

For the ninth consecutive year, Freedom in the World, Freedom House’s annual report on the condition of global political rights and civil liberties, showed an overall decline. Indeed, acceptance of democracy as the world’s dominant form of government—and of an international system built on democratic ideals—is under greater threat than at any point in the last 25 years.

Even after such a long period of mounting pressure on democracy, developments in 2014 were exceptionally grim. The report’s findings show that nearly twice as many countries suffered declines as registered gains, 61 to 33, with the number of gains hitting its lowest point since the nine-year erosion began.

This pattern held true across geographical regions, with more declines than gains in the Middle East and North Africa, Eurasia, sub-Saharan Africa, Europe, and the Americas, and an even split in Asia-Pacific. Syria, a dictatorship mired in civil war and ethnic division and facing uncontrolled terrorism, received the lowest Freedom in the World country score in over a decade.

The lack of democratic gains around the world was conspicuous. The one notable exception was Tunisia, which became the first Arab country to achieve the status of Free since Lebanon was gripped by civil war 40 years ago.

By contrast, a troubling number of large, economically powerful, or regionally influential countries moved backward: Russia, Venezuela, Egypt, Turkey, Thailand, Nigeria, Kenya, and Azerbaijan. Hungary, a European Union member state, also saw a sharp slide in its democratic standards as part of a process that began in 2010.  

Global findings

The number of countries designated by Freedom in the World as Free in 2014 stood at 89, representing 46 percent of the world’s 195 polities and nearly 2.9 billion people—or 40 percent of the global population. The number of Free countries increased by one from the previous year’s report.

The number of countries qualifying as Partly Free stood at 55, or 28 percent of all countries assessed, and they were home to just over 1.7 billion people, or 24 percent of the world’s total. The number of Partly Free countries decreased by four from the previous year.

A total of 51 countries were deemed Not Free, representing 26 percent of the world’s polities. The number of people living under Not Free conditions stood at 2.6 billion people, or 36 percent of the global population, though it is important to note that more than half of this number lives in just one country: China. The number of Not Free countries increased by three from 2013.

The number of electoral democracies stood at 125, three more than in 2013. Five countries achieved electoral democracy status: Fiji, Kosovo, Madagascar, the Maldives, and the Solomon Islands. Two countries, Libya and Thailand, lost their designation as electoral democracies.

Tunisia rose from Partly Free to Free, while Guinea- Bissau improved from Not Free to Partly Free. Four countries fell from Partly Free to Not Free: Burundi, Libya, Thailand, and Uganda. 

 

 Sub-Saharan Africa:

 

Fragile states face challenges from Ebola, Islamist militants

Sub-Saharan Africa again experienced extreme volatility in 2014. News from the continent was dominated by the Ebola outbreak in Guinea, Liberia, and Sierra Leone, and a sharp rise in violence by Islamist militants from Boko Haram in Nigeria and Al-Shabaab in Kenya. However, several other countries, particularly in East Africa, suffered democratic declines during the year, as repressive governments further limited the space for critical views.

In Uganda, a series of recent laws that targeted the opposition, civil society, the LGBT community, and women led to serious rights abuses and increased suppression of dissent. Burundi’s government cracked down further on the already-restricted opposition in advance of 2015 elections, and critics of the authorities in Rwanda faced increased surveillance and harassment online.

Civil conflicts sparked by poor governance continued to rage in South Sudan and Central African Republic in 2014. In South Sudan, the war fueled widespread ethnic violence and displacement, and the rival factions failed to agree on a peace deal that would allow the country to hold elections on schedule in 2015. Although Central African Republic formed a transitional government in January in the wake of a March 2013 coup, attacks by Muslim and Christian militias led to a rise in intercommunal clashes and thousands of civilian deaths, and forced more than 800,000 people to flee their homes.

In Burkina Faso, President Blaise Compaoré was forced to resign amid popular protests over his attempt to change the constitution and extend his 27-year rule in 2015. This led to the dissolution of the government and parliament by the military, which took charge of the country.

Improvements were seen in Madagascar and Guinea- Bissau, which held their first elections during late 2013 and 2014 following coups in previous years. It remained uncertain whether these gains would be consolidated.

 

Notable gains or declines:

Burkina Faso’s political rights rating declined from 5 to 6 as a result of the dissolution of the government and parliament by the military, which took charge of the country after President Blaise Compaoré was forced to resign amid popular protests over his attempt to run for reelection in 2015.

Burundi’s political rights rating declined from 5 to 6, and its status declined from Partly Free to Not Free, due to a coordinated government crackdown on opposition party members and critics, with dozens of arrests and harsh sentences imposed on political activists and human rights defenders.

The Gambia received a downward trend arrow due to an amendment to the criminal code that increased the penalty for “aggravated homosexuality” to life in prison, leading to new arrests of suspected LGBT people and an intensified climate of fear.

Guinea-Bissau’s political rights rating improved from 6 to 5, and its status improved from Not Free to Partly Free, because the 2014 elections—the first since a 2012 coup—were deemed free and fair by international and national observers, and the opposition was able to compete and increase its participation in government.

Lesotho received a downward trend arrow due to a failed military coup in August, which shook the country’s political institutions and left lasting tensions.

Liberia received a downward trend arrow due to the government’s imposition of ill-advised quarantines that restricted freedom of movement and employment in some of the country’s most destitute areas, as well as several new or revived restrictions on freedoms of the press and assembly.

Madagascar’s political rights rating improved from 5 to 4 due to a peaceful transition after recovery from an earlier coup and the seating of a new parliament that included significant opposition representation.

Nigeria’s civil liberties rating declined from 4 to 5 due a sharp deterioration in conditions for residents of areas affected by the Boko Haram insurgency, including mass displacement and a dramatic increase in violence perpetrated by both the militants and security forces.

Rwanda’s civil liberties rating declined from 5 to 6 due to the narrowing space for expression and discussion of views that are critical of the government, particularly on the internet, amid increased suspicions of government surveillance of private communications.

South Sudan’s political rights rating declined from 6 to 7 due to the intensification of the civil war, which derailed the electoral timetable and featured serious human rights abuses by the combatants, including deliberate attacks on rival ethnic groups for political reasons.

Swaziland received a downward trend arrow due to an intensified crackdown on freedom of expression, including the jailing of a journalist and a lawyer for criticizing the country’s chief justice.

Uganda’s civil liberties rating declined from 4 to 5, and its status declined from Partly Free to Not Free, due to increased violations of individual rights and the freedoms of expression, assembly, and association, particularly for opposition supporters, civil society groups, women, and the LGBT community.

__________________________________________

22 januari 2015

- gisteren werd zowel in Guiné-Bissau als in Cabo Verde herdacht dat 42 jaar geleden de "vader van de natie" Amílcar Cabral in Conakry vermoord werd; morgen zal herdacht worden dat het dan 52 jaar geleden is dat de gewapende strijd van de PAIGC tegen de Portugese koloniale macht begon, met een aanval op het Portugese garnizoen in Tipe in het zuiden van Guiné-Bissau;


 - eergisteren heeft de president van Guiné-Bissau, José Mário Vaz, aangedrongen op een snelle behandeling door Justitie van de vraag waar de 13 miljoen Amerikaanse dollar gebleven zijn die tijdens een vorige regering (die in 2012 door een staatsgreep werd beëindigd) als een ondertekeningsbonus bij het verdrag tussen Guiné-Bissau en het bedrijf Bauxite Angola aan de toenmalige regering geschonken zijn; de huidige president was in die regering minister van Financiën;

                                 

- de vorige week heeft de staatssecretaris van Jeugd Cultuur en Sport, Tomas Gomes Barbosa, het thema van het aanstaande carnaval (14 - 17 februari) bekend gemaakt: "Carnaval van het Behoud van het Collectieve Geheugen";

                                         
_________________________________________________                                     

6 januari 2015

- in het weekend verklaarde de Bissau-Guinese regering dat er geen sprake van is dat enige opstandige Gambiaanse militair op het grondgebied van Guiné-Bissau is aangetroffen of aangehouden; wel is de grenscontrole in het noorden van het land verscherpt; in dezelfde verklaring staat te lezen dat de regering met vollle overtuiging elke poging tot staatsgreep in de regio zal veroordelen, op zich een interessante opmerking in het licht van de manier waarop de Gambiaanse president Jammeh zelf in 1994 aan de macht is gekomen;

                                            

voor wie meer over de achtergrond wil weten, www.rfi.fr:

  

Le 30 décembre, Yahyah Jammeh a échappé à une énième tentative de coup d’Etat, dont il dément l’existence, parlant d'un assaut de « terroristes soutenus par des puissances » étrangères. Plusieurs dizaines de civils et militaires ont été arrêtés. Depuis 20 ans, cet ancien officier dirige d’une main de fer la Gambie, minuscule pays presque entièrement enclavé au sein du Sénégal, entre répression, mysticisme et excentricité. Portrait.

La déclinaison de l’intégralité de son identité, telle qu’elle figure aussi bien dans l’historiographie officielle que sur les innombrables panneaux d’affichage qui ponctuent le trajet Bakau-Banjul, tiendrait sur plusieurs lignes dans un cahier d’écolier. La litanie « Cheikh Professeur El Hadj Docteur Yahya Abdul-Aziz Jemus Junkung Naasiru Deen Jammeh » sonne, il est vrai, comme autant de palmes académiques et confessionnelles qui renvoient elles-mêmes probablement aux frustrations les plus enfouies d’un homme aux origines et au cursus scolaire modestes. A en croire une biographie non autorisée publiée en 2012, The Gambia – The Untold Dictator Yahya Jammeh’s Story (*), Abdul-Aziz James Junkung Jammeh, le père de l’actuel président gambien, était un lutteur dont la réputation n’a jamais dépassé les contours du village natal, Kanilai, situé à 120 kilomètres au sud-ouest de la capitale, Banjul. Et sa mère, Asombi Bojang, était détaillante. Ancien élève dilettante du lycée de Banjul, le rejeton de la famille dirige sans partage, depuis plus de vingt ans, le plus petit pays d’Afrique, Etats insulaires exceptés.

Un dirigeant pittoresque

A 49 ans, le deuxième plus jeune chef d’Etat d’Afrique de l’Ouest (le benjamin du « syndicat », le Togolais Faure Gnassingbé, n’a « que » 48 ans) est aussi, depuis la récente chute du Burkinabè Blaise Compaoré, le champion - toutes catégories - de la région pour le nombre d’années passées au pouvoir. Ces suivants immédiats (la Libérienne Ellen Johnson-Sirleaf et son homologue togolais) affichent juste une petite décennie aux affaires. Yahya Jammeh est sans doute aussi, à égalité avec le roi Mswati III du Swaziland, le dirigeant le plus pittoresque du continent, certainement celui qui se singularise et excelle le plus dans les propos et comportements insolites, sans que l’on sache avec exactitude si ses foucades et facéties relèvent de la provocation, de l’irresponsabilité ou de la conviction.

En tout cas, depuis plus de deux décennies, il tient fermement la barre, déjouant les putschs, procédant à des purges et limogeages dans les casernes, embastillant ou faisant liquider sans autre forme de procès ses adversaires, parmi lesquels des journalistes, des avocats et des défenseurs des droits de l’homme. A en croire l’un de ses proches sollicité pour les besoins du présent portrait, la devise de l’ancien officier reconverti opportunément dans le civil en 1996 se résume à peu près à la formule suivante : « Si tu me rates, je ne te louperai pas ! » Soit !

Invulnérable aux balles ennemies

L’apparence physique et les multiples attirails dont se pare ce solide gaillard participent de la légende : physique de lutteur, boubou et longue écharpe immaculés, des tonnes de colliers et de médailles autour du cou, un sceptre taillé sur mesure et plusieurs chapelets à la main. Yahya Jammeh fait dans la démesure tout en cultivant le mystère sur sa personne et sa vie privée. Au point de passer aux yeux de nombre de ses compatriotes comme un être doté de pouvoirs surnaturels qui le protègent des intrigues, des révolutions de palais et des balles ennemies. N’a-t-il pas survécu à plusieurs tentatives d’empoisonnement, à une kyrielle de putschs, comme ce fut encore le cas à la fin de décembre 2014 ? Ne prétend-il pas guérir l’asthme, l’épilepsie, voire le sida ? Comme toujours en pareil cas, le roi ne souffre guère ceux qui, même involontairement, se risquent à entamer le mythe.

En décembre 2011, il reçoit ainsi un groupe de journalistes étrangers en son palais, une forteresse inexpugnable située à l’entrée de Banjul. Lorsqu’il apparaît dans la salle d’audience, tout le monde se lève. Au moment où il s’installe dans son fauteuil, son long chapelet tombe de sa main. Peur panique au sein de la garde rapprochée. Témoignage, au téléphone, de l’un des six confrères présents ce jour-là : « Dans un élan commun, deux soldats essaient machinalement de récupérer le précieux objet de dévotion. Chacun tire un bout du chapelet et catastrophe, ce qui devait arriver arriva. Le chapelet présidentiel se rompt et les grains enfilés se répandent par terre. Visiblement furieux, les yeux injectés de sang, Yahya Jammeh se lève et quitte la salle comme s’il venait de subir un affront. Dans son départ précipité, il perd même une de ses babouches, ce qui ajoute au ridicule de la situation. L’audience est annulée ».

Coups de sabre en pleine ronflette

On ignore ce qu’il est advenu des deux gorilles coupables d’avoir brisé en public l’un des totems protecteurs de ce natif de Kanilai, bourgade située à un jet d’eau de la frontière sénégalaise et bombardée, par la seule volonté du plus illustre de ses fils, destination touristique nationale. Avec son propre palais, une imposante arène de lutte, un hôtel de classe, un festival culturel international qui attire, tous les deux ans, une flopée d’Africains-Américains persuadés, pour certains, depuis le succès planétaire du roman (et, surtout, du film) Roots, d’avoir de vagues origines gambiennes. Sans oublier, bien entendu, un parc animalier peuplé d’animaux importés à grands frais d’Afrique orientale et australe. Pour moins qu’un bris de chapelet, d’autres ont été mis aux arrêts ou sévèrement châtiés, y compris, parfois, par le président lui-même. Selon une publication généralement bien informée publiée aux Etats-Unis, Freedom Newspaper, Yahya Jammeh aurait ainsi lui-même asséné plusieurs coups de sabre à un officier surpris en pleine ronflette alors qu’il était chargé de la sécurité de la seule de ses trois épouses ayant le statut officiel de First Lady, la Guinéo-Marocaine Zeinab Suma Jammeh.

Un cow-boy nommé Jammeh

« Il y a en fait plusieurs Yahya Jammeh », raconte au téléphone un familier du couple présidentiel. Comme chez Janus, il y a le « Jammeh qui rit » et le « Jammeh qui tonne ». Le premier est plutôt sympathique, attentionné et chaleureux. Il fait de la moto, écoute de la musique soul, du rap, du reggae, parfois, à la manière d’un adolescent, le casque rivé sur les oreilles. Toujours à l’abri du regard de ses concitoyens, il lui arrive de troquer le traditionnel boubou contre un blue-jean, un t-shirt. Ou, plus étonnant, contre une panoplie du parfait cow-boy, avec chapeaux et bottes western spécialement convoyés des Etats-Unis. Après les repas, il aimait siroter son ataya (thé vert à la menthe) jusqu’à ce qu’il découvre un jour que ses ennemis avaient payé le quidam chargé de préparer le thé pour l’empoisonner…

Confiance en personne

Le « Jammeh qui tonne » a, en revanche, un regard d’acier. Il est implacable. « D’une manière générale, il n’a confiance en personne, même pas à sa propre ombre. Les ministres et les officiers supérieurs restent rarement longtemps en poste », poursuit la source précitée. Ce Jammeh-là est anti-Blancs et anti-Occident, ce qui, à ses yeux, est du pareil au même. Comme nombre de ses pairs africains, il fait une fixation sur les homosexuels, symboles, selon lui, de « la déchéance occidentale », sans oublier les journalistes, assimilés à des « fouille-merde ».

Complexe du lilliputien : il tient en haute suspicion le Sénégal, dont la Gambie est un appendice géographique. Dakar est accusé de façon récurrente de travailler à la destitution de son turbulent voisin. Ce dernier entretient, par ailleurs, des relations exécrables avec son homologue guinéen Alpha Condé qui lui reproche d’offrir trop généreusement le gîte et le couvert à son opposition « radicale ».

En Afrique, seuls quelques rares chefs d’Etat (anciens ou en fonction) trouvent grâce à ses yeux : le Zimbabwéen Robert Mugabe, le Burkinabè Thomas Sankara, l’ancien président ghanéen Jerry Rawlings, l’ex-chef d’Etat ivoirien Laurent Gbagbo. Et le Tchadien Idriss Déby-Itno, chez qui il a fait une brève escale dans la nuit du 30 au 31 décembre dernier en rentrant prématurément d’un séjour privé à Dubaï, peu après l’annonce d’une tentative de prise du pouvoir à Banjul.

 

Ceux de ses pairs africains qui ne supportent plus ses frasques lui rendent bien la politesse. Grâce au jeu normal des rotations, Yahya Jammeh était censé succéder en mars 2014 à l’Ivoirien Alassane Ouattara comme président en exercice de la Communauté économique des Etats d'Afrique de l'Ouest (Cédéao). Sans hésitation, contre les règles de l’organisation, les autres chefs d’Etat membres lui ont préféré le Ghanéen John Dramani Mahama, jugé plus policé et plus présentable. Yahya Jammeh en a conçu de l’amertume. « On aurait été la risée du monde si on avait porté un homme aussi imprévisible et contestable à la tête de la Cédéao », confie, au téléphone, un ministre des Affaires étrangères d’Afrique de l’Ouest.

__________________________________________

4 januari 2015

- eergisteren heeft de uitvoerend secretaris van de Gemeenschap van Portugeestalige Landen (CPLP), de Mozambikaan Murade Murargy, in Brasília, de hoofdstad van Brazilië, verklaard dat de hulp van Angola onmisbaar is om de stabiliteit in Guiné-Bissau te handhaven; hij refereerde o.a. aan de belangrijke rol van Angola als niet permanent lid van de Veiligheidsraad en aan de noodzaak van de hervorming van de strijdkrachten in Guiné-Bissau waarbij pensioen voor de oudere militairen als een voorwaarde voor het garanderen van het vredesproces wordt gezien; in Brasília bogen de vertegenwoordigers van de Portugeestalige landen zich ook over de agenda van de rondetafelconferentie in februari - of maart - in Brussel, waar de donoren en internationale actoren beslissingen zullen nemen over de aan Guiné-Bissau te geven technische en financiële ondersteuning; Murade Murargy nam in 2012 het secretariaat van de CPLP over van de huidige minister-president Domingos Simões Pereira;


                           
- op nieuwjaarsdag zou op een afstand van 75 kilometer van de stad Bissau een Gambiaanse militair aangehouden zijn, die betrokken zou zijn geweest bij de poging tot staatsgreep in buurland
The Gambia op 30 december j.l.; tijdens afwezigheid van de Gambiaanse president, Yahya Jammeh, die zelf in 1994 via een staatsgreep aan de macht is gekomen, trachtten opstandige militairen de macht te grijpen; de poging werd verijdeld door aan de president loyale troepen; bij de opstand kwamen 5 opstandelingen om, het is niet bekend hoeveel loyale militairen omkwamen; bij terugkomst uit het buitenland noemde Jammeh, de opstandelingen "terroristen" en "dissidenten uit de V.S., Duitsland en het Verenigd Koninkrijk"; Jammeh wordt nationaal en internationaal verafschuwd vanwege zijn rigoreuze onderdrukking van dissidenten en homoseksuelen en vanwege het toepassen van de doodstraf;

 


veel mensen die vanuit Europa naar Bissau willen reizen, doen dat via Gambia, temeer vanwege het nog steeds ontbreken van directe vluchten vanuit Lissabon met de TAP; op de site van BuZa (www.rijksoverheid.nl) wordt geadviseerd de Gambiaanse hoofdstad Banjul te mijden;


















 

 

 

                                     Guiné-Bissau

                                                                  feiten,  ervaringen en beelden